← Terug naar vorige pagina

Herformulering eisen invorderingsbesluiten


Op 3 mei 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1179) waarin zij de eisen, die worden gesteld aan de totstandkoming van een invorderingsbesluit, opnieuw heeft geformuleerd. Dit artikel werpt een blik op de voorheen geldende eisen, en geeft een uiteenzetting van de eisen zoals die thans door de Afdeling worden geformuleerd.

Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat aan een invorderingsbesluit een deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag dient te liggen. In onder meer een uitspraak van 13 juni 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BW8183) formuleerde de Afdeling een aantal minimumeisen waaraan dient te worden voldaan. Zo behoren de relevante feiten en omstandigheden, die ten grondslag liggen aan een invorderingsbesluit, te worden waargenomen door een ter zake deskundige medewerker van het bevoegd gezag. De bevindingen dienen vervolgens op schrift te worden gesteld, voorzien van de plaats, het tijdstip en de datum van de waarneming. Daarenboven dient het geschrift een inzichtelijke beschrijving van de gehanteerde werkwijze te bevatten, evenals een inzichtelijke beschrijving van hetgeen is waargenomen. Ten slotte moet het betreffende geschrift worden ondertekend door de opsteller, vergezeld van een dagtekening.

In latere uitspraken laat de Afdeling ruimte open om gebreken in het geschrift dat ten grondslag ligt aan het invorderingsbesluit te passeren. Zo kan naar het oordeel van de Afdeling ander bewijsmateriaal dat onomstotelijk aantoont dat niet aan de last was voldaan, zoals foto's, een afdoende grond vormen voor een invorderingsbesluit. Deze nuancering roept vragen op over de eerder genoemde eisen, en heeft de Afdeling er - onder andere - toe aangezet om in de uitspraak van 3 mei 2017 de eisen te herformuleren.

De eis, dat een deskundige medewerker van het bevoegd gezag de feiten en omstandigheden moet vaststellen of waarnemen, blijft onder de nieuwe rechtspraak gehandhaafd. De Afdeling vergroot echter de reikwijdte van deze eis door te stellen dat feiten en omstandigheden eveneens kunnen worden vastgesteld door een ter zake deskundige persoon in opdracht van het bevoegd gezag, of een door een ter zake deskundige persoon wiens bevindingen het bevoegd gezag voor zijn rekening heeft genomen. De Afdeling stelt vervolgens dat waarnemingen op een duidelijke wijze dienen te worden vastgelegd. Hierbij schept de Afdeling de mogelijkheid om ook zonder een geschrift feiten en omstandigheden vast te leggen. Dit is onder meer mogelijk met bewijsmateriaal zoals foto's. In ieder geval behoort duidelijk te zijn waar, wanneer, door wie en met welke gehanteerde werkwijze de feiten en omstandigheden zijn vastgesteld of waargenomen. Mocht gekozen worden om bevindingen in een geschrift vast te leggen, dan blijven de oude eisen van toepassing. Het geschrift behoort namelijk een inzichtelijke beschrijving te bevatten van hetgeen is vastgesteld of waargenomen. Tevens dient het geschrift door de opsteller te worden ondertekend en te worden voorzien van een dagtekening.

  • Afdeling herformuleert eisen over feitenvaststelling bij invorderingsbesluiten

    Mr. K. Winterink

    [...] 3 mei jl. heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) een interessante uitspraak gewezen over de eisen ten aanzien van de feitenvaststelling bij invorderingsbesluiten [...]

    Lees verder
  • Herformulering eisen invorderingsbesluiten

    Mr. C.M.M. Van Mil

    [...] Afdeling heeft in een uitspraak van 3 mei 2017 de eisen die gelden aan de feitenvaststelling bij invorderingsbesluiten omwille van de duidelijkheid geherformuleerd. Te strikte lezing eisen [...]

    Lees verder
  • Feitenvaststelling bij invordering dwangsommen

    Mr. M.H. Blokvoort

    [...] 3 mei 2017 heeft de Afdeling een voor de handhavingspraktijk belangrijke uitspraak gedaan. In deze uitspraak geeft de Afdeling aan welke eisen zij stelt aan de feitenvaststelling die ten [...]

    Lees verder
  • Herformulering 'checklist' voor onderzoeken die ten grondslag worden gelegd aan een invorderingsbesluit

    Mr. E.E. Baars

    [...] 3 mei 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1179) heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) een interessante uitspraak gedaan over de invordering van verbeurde dwangsommen. Met [...]

    Lees verder
  • Invorderingsbeschikking dwangsommen: nieuwe koers Afdeling over bewijslast

    Mr. D. Sietses

    [...] besluit tot handhaving en invordering, bewijst – maar wat en hoe? Wanneer een bestuursorgaan overgaat tot handhaving door het opleggen van een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang, [...]

    Lees verder
  • Afdeling herformuleert eisen voor feitenvaststelling bij invorderingsbeschikkingen

    Mr. M. van Nijendaal

    [...] Afdeling heeft in eerdere jurisprudentie eisen geformuleerd ten aanzien van de feitenvaststelling bij invorderingsbesluiten. In de uitspraak van 3 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1179 komt de Afdeling [...]

    Lees verder
  • ECLI:NL:RVS:2017:1179

    Bij besluit van 6 augustus 2013 heeft het college Abengoa een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van voorschrift 2.14 van de voor haar inrichting aan de Merwedeweg 10 te Rotterdam op 23 januari 2007 krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunning.

    Lees verder

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:RVS:2017:1179
Datum publicatie 16-06-2017