← Terug naar vorige pagina

Laten vervallen van de wijzigingsbevoegdheid onvoldoende gemotiveerd


AbRvS 9 augustus 2017, ECLI:RVS:2017:2141. Op 13 oktober 2016 heeft de raad het bestemmingsplan “Sierteeltgebied, eerste herziening” vastgesteld. In dit bestemmingsplan is de wijzigingsbevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders komen te vervallen teneinde een eerste agrarische bedrijfswoning toe te staan bij volwaardige agrarische bedrijven. Appellant is eigenaar van een aantal percelen en betoogt dat hij de gronden heeft aangekocht met het oog op de ontwikkeling van drie grootschalige sierteeltbedrijven met bedrijfswoning. Ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan had appellant nog geen verzoek ingediend tot toepassing van de wijzigingsbevoegdheid.
De Afdeling overweegt dat de raad de wijzigingsbevoegdheid voor een eerste bedrijfswoning heeft laten vervallen wegens gewijzigde planologische inzichten. Met de huidige stand van de techniek worden agrarische bedrijfswoningen niet langer noodzakelijk geacht. De raad heeft echter niet nader onderbouwd dat dit voor alle betrokken bedrijven in het plangebied het geval is. Nu de raad de noodzaak voor een eerste bedrijfswoning ter plaatse van de gronden van appellant niet per definitie uitsluit is de Afdeling van oordeel dat het laten vervallen van de wijzigingsbevoegdheid niet deugdelijk is gemotiveerd. De Afdeling draagt de raad op alsnog het laten vervallen van de wijzigingsbevoegdheid toereikend te motiveren, dan wel een gewijzigd of nieuw besluit te nemen.

Geen samenvattingen beschikbaar.

Geen jurisprudentie beschikbaar.

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:RVS:2017:2141
Datum publicatie 12-08-2017