Permanente bewoning recreatiewoning

Het handhaven tegen de onrechtmatige bewoning van recreatiewoningen ook wel ‘permanente bewoning’ genoemd, blijkt in de praktijk nog vaak moeizaam te verlopen. Het is zeker niet ongewoon dat één dossier een doorlooptijd van vier jaar of meer kent. Dat is dan gerekend inclusief een procedure bij de Raad van State. Het is ook zeker niet ongebruikelijk dat eenzelfde geval meerdere keren bij de Raad van State komt: de last onder dwangsom wordt vernietigd en de gemeente moet weer opnieuw beginnen. Dit leidt bij de betrokken handhavers en gemeentebestuurders vanzelfsprekend tot frustraties en weerzin om dit soort handhavingsdossiers op te pakken. Voor de betrokken gebruikers van de recreatieverblijven leidt het tot jarenlange onduidelijkheid en spanningen.

Problemen bij de handhaving kunnen gedeeltelijk voorkomen worden door te zorgen voor handhaafbare bepalingen in bestemmingsplannen en een eenduidig beleid. Afstemming tussen de verschillende vakafdelingen op dit punt is dan ook van groot belang.

Fotocredits: BlackpitShooting

Relevante wetgeving

Algemene wet bestuursrecht: artikelen 4:81, 4:89, 5:32, 5:33 en titel 5.2

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: artikelen 2.1. lid 1 sub c, 2.12 lid 1 onder 2 en 5.10 lid 3

Besluit omgevingsrecht: artikelen 2.7 en 4 onderdeel 10 Bijlage II

Wet ruimtelijke ordening: artikelen 7.10 (vervallen) en 10.1

Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus: artikel 1 lid 1 aanhef en sub e

Wet basisregistratie personen

Wet bescherming persoonsgegevens: artikelen 7, 8 en 9

Gemeentewet: artikel 125

Geen vragen beschikbaar voor dit dossier.