Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Eerder netcapaciteit aanvragen voor woningbouw: gemeenten krijgen positie in de wachtrij

Nieuwe werkwijze moet woningbouw eerder duidelijkheid geven over netcongestie. Vanaf 1 oktober 2026 kunnen gemeenten tot tien jaar vóór oplevering netcapaciteit aanvragen voor woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting. Met deze nieuwe werkwijze, die bekendstaat als ‘eerder aanvragen’, wil het kabinet voorkomen dat pas laat in het plan- en ontwikkelproces blijkt dat onvoldoende netcapaciteit beschikbaar is. De maatregel volgt op het verdwijnen van de oude reserveringssystematiek voor kleinverbruikers en moet beter aansluiten op het prioriteringskader voor schaarse transportcapaciteit.

30 September 2026

gray metal power station

Waarom deze Kamerbrief?

De Kamerbrief volgt op bestuurlijk overleg tussen het Rijk, gemeenten, netbeheerders en de Autoriteit Consument & Markt (ACM) over de gevolgen van netcongestie voor woningbouwprojecten. Daarbij stond de vraag centraal hoe woningbouwprojecten tijdig zicht kunnen krijgen op beschikbare netcapaciteit nu de oude praktijk van reserveren voor kleinverbruikers wordt beëindigd.

Volgens het kabinet is de bestaande reserveringssystematiek niet langer houdbaar. Netbeheerders reserveerden daarbij capaciteit voor toekomstige kleinverbruikers, waaronder woningbouwprojecten, terwijl aanvragen van grootverbruikers op wachtlijsten terechtkwamen. De staatssecretaris wijst erop dat deze werkwijze niet verenigbaar is met het non-discriminatiebeginsel uit de Energiewet en met het door de ACM gehanteerde prioriteringskader voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit.

Daarnaast ontstond onder de oude systematiek het risico dat pas in een laat stadium van een woningbouwproject duidelijk werd dat benodigde netcapaciteit ontbrak. Juist dat probleem moet met de nieuwe aanpak worden verkleind.

Wat verandert er feitelijk?

De belangrijkste feitelijke wijziging is dat gemeenten voortaan zelf aanvragen voor netcapaciteit kunnen indienen voor woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting, tot maximaal tien jaar vóór de geplande oplevering.

Na indiening ontvangt de gemeente een offerte van de netbeheerder. Een ondertekende offerte is noodzakelijk om definitief een plek op de wachtlijst te verkrijgen of, indien capaciteit beschikbaar is, een aansluiting te contracteren. De positie in de wachtrij wordt bepaald door het moment van aanvragen, niet door het moment waarop de offerte wordt ondertekend, mits dit binnen de geldende termijn gebeurt.

Voor woningbouw betekent dit dat netcapaciteit eerder in het ontwikkelproces een expliciet onderdeel wordt van de planvorming. Ook ontstaat eerder duidelijkheid over de vraag of een project direct kan worden aangesloten of moet wachten op uitbreiding van het netwerk.

Wat nadrukkelijk niet verandert, is dat schaarse netcapaciteit nog steeds wordt verdeeld volgens het bestaande prioriteringskader. De Kamerbrief introduceert geen voorrangspositie voor woningbouw buiten die systematiek. Wel creëert zij een mogelijkheid om eerder in die systematiek mee te draaien door eerder een aanvraag in te dienen.

Overgang naar een integrale wachtrij

De invoering van de nieuwe werkwijze verloopt in twee fasen. Tot 1 juli 2026 konden via een overgangsregeling nog aanvragen worden ingediend voor concrete woningbouwprojecten waarvan de bouw binnen drie jaar zou starten. Volgens de brief zijn op die manier aanvragen ingediend voor circa 600.000 woningen. Netbeheerders verwachten dat meer dan de helft daarvan de komende drie jaar kan worden ingepast, hoewel regionale verschillen aanzienlijk kunnen zijn.

Vanaf 1 oktober 2026 start vervolgens het nieuwe systeem van eerder aanvragen. Om een grote toestroom van aanvragen beheersbaar te houden, wordt de openstelling gefaseerd uitgevoerd. Eerst worden projecten met een geplande bouwstart tot en met 2028 behandeld, waarna stapsgewijs latere jaren volgen. Hiermee moet de volgorde op de wachtlijst beter aansluiten bij de verwachte realisatie van projecten.

Financiële zorgen rond de aanbetaling

Een belangrijk discussiepunt tijdens de uitwerking betrof de aanbetaling die netbeheerders verlangen bij het ondertekenen van een offerte. Gemeenten maakten zich zorgen over de financiële risico’s daarvan. Hoewel de kosten uiteindelijk doorgaans worden overgenomen door een projectontwikkelaar, kan de gemeente tijdelijk financieel risico lopen.

Een definitieve uitzondering voor gemeenten blijkt volgens het kabinet vooralsnog niet mogelijk. Wel zijn drie maatregelen afgesproken:

  • er komt een alternatief voor de huidige aanbetalingssystematiek;
  • facturen voor aanvragen die vanaf 1 oktober 2026 worden gedaan, worden uitgesteld tot 1 oktober 2027;
  • gemeenten kunnen tot 1 oktober 2027 kosteloos afzien van een aanvraag als de voorgestelde oplossing onvoldoende blijkt.

Daarnaast kondigt het kabinet een voorziening aan voor uitzonderlijke situaties waarin gemeenten ondanks deze waarborgen met onredelijke financiële gevolgen worden geconfronteerd. Hiervoor wordt maximaal vijf miljoen euro gereserveerd. De precieze vormgeving moet nog worden uitgewerkt.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Voor gemeenten betekent de nieuwe werkwijze dat netcapaciteit veel eerder onderdeel moet worden van strategische woningbouwplanning. Gemeenten zullen eerder moeten bepalen welke projecten voldoende concreet zijn om een aanvraag in te dienen en daarbij een inschatting moeten maken van de kans op realisatie binnen tien jaar.

Voor vergunningverleners, planologen en beleidsmedewerkers ontstaat een nieuwe afhankelijkheid tussen ruimtelijke programmering en beschikbare netcapaciteit. De positie op de wachtlijst wordt immers mede bepaald door het moment van aanvragen. Gemeenten die wachten tot een ontwikkelaar in beeld is, lopen het risico op een minder gunstige positie in de wachtrij. Dit volgt rechtstreeks uit de nieuwe systematiek.

Voor ontwikkelaars kan de nieuwe werkwijze gunstig uitpakken doordat eerder duidelijk wordt of netcapaciteit beschikbaar is. Tegelijkertijd biedt de brief geen garantie dat capaciteit daadwerkelijk beschikbaar zal zijn. In gebieden met ernstige netcongestie kunnen projecten ondanks een vroege aanvraag alsnog op een wachtlijst terechtkomen.

Voor omgevingsdiensten en adviseurs ligt er vooral een opgave om gemeenten en initiatiefnemers te ondersteunen bij het tijdig integreren van energie-infrastructuur in gebiedsontwikkeling. De Kamerbrief maakt duidelijk dat netcapaciteit steeds meer een randvoorwaarde wordt die al in de planfase aandacht vraagt. Dit is een interpretatie van de beleidsrichting die uit de brief spreekt.

Openstaande vragen

Hoewel de hoofdlijnen vaststaan, blijven enkele belangrijke punten open. Zo moet het aangekondigde alternatief voor de aanbetalingssystematiek nog worden uitgewerkt. Ook is nog niet duidelijk hoe de voorziening voor schrijnende situaties precies zal functioneren en onder welke voorwaarden gemeenten daarop een beroep kunnen doen.

Daarnaast geeft de Kamerbrief geen volledig beeld van de gevolgen voor de totale woningbouwopgave. Het kabinet verwacht dat hierover de komende periode meer duidelijkheid ontstaat.

Slotbeschouwing

Met de invoering van ‘eerder aanvragen’ kiest het kabinet voor een fundamenteel andere omgang met netcapaciteit bij woningbouw. De kern van de wijziging is niet dat woningbouw voorrang krijgt, maar dat gemeenten eerder kunnen deelnemen aan de verdeling van schaarse capaciteit. Daarmee verschuift de aandacht voor energie-infrastructuur van de uitvoeringsfase naar de planfase.

De praktische winst zit vooral in vroegtijdige duidelijkheid over de haalbaarheid van projecten. Tegelijkertijd blijft de onderliggende schaarste aan netcapaciteit bestaan. De nieuwe werkwijze kan die schaarste niet oplossen, maar moet wel voorkomen dat zij pas zichtbaar wordt wanneer bouwplannen al vergevorderd zijn. Voor de uitvoeringspraktijk is dat waarschijnlijk de belangrijkste verandering.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.
Meer informatie
-->