Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Kabinet grijpt eerder in bij botsing tussen windparken en mijnbouw op de Noordzee

Nieuwe vergunningplicht moet ruimtelijke strijd op zee voorkomen. Het kabinet wil eerder kunnen ingrijpen wanneer nieuwe mijnbouwactiviteiten dreigen te botsen met geplande windparken op de Noordzee. Minister Stientje van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei) kondigt daarvoor een wijziging van het juridische instrumentarium aan. Tegelijk zet het kabinet in op innovatieve vliegroutes voor helikopters naar offshore platforms, waarmee honderden vierkante kilometers ruimte kunnen worden vrijgespeeld voor andere functies, waaronder windenergie.

7 July 2026

De maatregelen moeten zorgen voor meer regie op een Noordzee die steeds voller raakt. Naast windenergie en gaswinning vragen ook CO₂-opslag, natuurontwikkeling en defensie om ruimte. Volgens het kabinet is het bestaande systeem onvoldoende toegerust om deze belangen tijdig tegen elkaar af te wegen.

Huidige regels bieden onvoldoende sturingsmogelijkheden

De kern van het probleem ligt in de periode tussen de aanwijzing van een windenergiegebied en het moment waarop een concreet windpark juridisch wordt vastgelegd via een kavelbesluit. In die fase kunnen onverwachte mijnbouwinitiatieven nog worden ontwikkeld in of nabij een aangewezen windenergiegebied, zonder dat een expliciete bestuurlijke afweging plaatsvindt over de optimale inrichting van de ruimte.

Dat leidt volgens het kabinet tot onzekerheid voor zowel wind- als mijnbouwpartijen. Windenergieprojecten zijn afhankelijk van vroegtijdige investeringen in netaansluitingen door TenneT, terwijl mijnbouwbedrijven duidelijkheid nodig hebben over de toekomstige beschikbaarheid van ruimte.

Uit een meerjarige maatwerkaanpak met onder meer mijnbouwbedrijven, TenneT, EBN, helikopteroperators en kennisinstellingen blijkt bovendien dat vroegtijdige afstemming cruciaal is. Naarmate plannen verder zijn gevorderd, wordt het ingewikkelder en kostbaarder om nog tot goede ruimtelijke oplossingen te komen.

Vergunningplicht naar voren gehaald

Om die reden wil het kabinet de vergunningplicht voor mijnbouwlocatieactiviteiten eerder laten ingaan. Waar die nu pas relevant wordt in een vergevorderd stadium van de windparkontwikkeling, moet straks al een vergunning nodig zijn zodra een windenergiegebied in de Omgevingsregeling is aangewezen. Hiervoor worden het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en vervolgens de Omgevingsregeling aangepast.

Volgens de minister maakt deze wijziging het mogelijk om veel eerder te beoordelen of en onder welke voorwaarden mijnbouw en windenergie op dezelfde locatie kunnen samengaan. Het kabinet verwacht daarmee de investeringszekerheid voor zowel het net op zee als voor mijnbouwondernemers te vergroten.

De internetconsultatie van het wijzigingsbesluit staat gepland voor medio 2026. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2028, gelijktijdig met het nieuwe Programma Noordzee 2028-2033. Ook in de onderliggende beslisnota wordt benadrukt dat deze planning juridische risico’s voor nieuwe windparken moet beperken.

Innovatieve vliegroute moet ruimte vrijmaken

Naast juridische sturing zet het kabinet nadrukkelijk in op technische innovatie. Een belangrijk onderdeel is de ontwikkeling van de zogenoemde Point in Space (PinS)-vliegprocedure voor helikopters die offshore platforms bedienen. Deze navigatietechniek moet het mogelijk maken om met aanzienlijk minder veiligheidsruimte veilig naar platforms te vliegen.

De eerste resultaten zijn volgens de minister veelbelovend. Per mijnbouwplatform zou de benodigde ruimte met een factor vijf tot zeven kunnen afnemen ten opzichte van traditionele vliegprocedures. Dat levert potentieel enkele honderden vierkante kilometers extra ruimte op voor andere functies op de Noordzee.

Tegelijk erkent het kabinet dat de innovatieve procedure risico’s met zich meebrengt. De goedkeuring van de eerste PinS-procedure wordt eind 2026 verwacht, maar vertraging kan gevolgen hebben voor kavelbesluiten en daarmee ook voor de uitrol van windenergie op zee. Daarom wordt het ontwerpkavelbesluit voor Nederwiek I-b parallel aan de goedkeuringsprocedure ter inzage gelegd.

Belangenafweging wordt nadrukkelijker politiek

Uit de beslisnota blijkt dat zowel de windsector als de mijnbouwsector op de hoogte zijn gebracht van het voorgenomen juridische instrumentarium. Daarbij zijn zorgen geuit, maar geen fundamentele bezwaren. De grootste zorg betreft het feit dat de nieuwe aanpak expliciet ruimte creëert voor een politieke afweging over het al dan niet toestaan van mijnbouwactiviteiten binnen of nabij windenergiegebieden.

Juist dat lijkt echter de bedoeling van het kabinet. Waar de huidige regelgeving vooral procedurele ruimte biedt, moet het nieuwe instrumentarium de overheid eerder in staat stellen om knopen door te hakken over concurrerende ruimteclaims op zee.

Noordzee wordt scherper geregisseerd

De aangekondigde wijzigingen markeren een nieuwe fase in het ruimtelijk beheer van de Noordzee. Het kabinet kiest nadrukkelijk voor meer sturing op de combinatie van windenergie, gaswinning en CO₂-opslag. Voor professionals in het omgevingsrecht is vooral de voorgestelde verschuiving van de vergunningplicht relevant. Daarmee wordt de belangenafweging verplaatst naar een veel eerder moment in het planvormingsproces. Als de plannen doorgaan, krijgt het Rijk vanaf 2028 aanzienlijk meer mogelijkheden om de schaarse ruimte op de Noordzee actief te regisseren.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.