Woningtekort, stikstof en energietransitie vragen volgens kabinet om andere samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en samenleving. Nederland loopt al jaren vast op grote vraagstukken in de leefomgeving, zoals het woningtekort, stikstof, natuurherstel en de energietransitie. Volgens de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) ligt de oorzaak niet alleen in tekortschietend beleid, maar vooral in een verstoord samenspel tussen overheid, bedrijfsleven en gemeenschappen. Het kabinet onderschrijft die analyse grotendeels en kondigde op 10 juli 2026 aan de aanbevelingen van de raad mee te nemen in de verdere uitwerking van de Nota Ruimte en de uitvoering van het ruimtelijk beleid.

In het advies Falen en Opstaan stelt de Rli dat Nederland ondanks tientallen jaren beleid nog steeds worstelt met structurele problemen zoals woningnood, hoge CO₂-uitstoot en milieuschade door de landbouw. Volgens de raad zijn veel oplossingen al bekend, maar ontbreekt een effectief samenspel tussen overheid, bedrijfsleven en georganiseerde burgers.
De raad wijst op vier fundamentele belemmeringen. Er is volgens de Rli te weinig maatschappelijk debat over de waarden achter beleidskeuzes, gemeenschappen krijgen onvoldoende ruimte om zelf initiatieven te ontwikkelen, het samenspel tussen overheid en bedrijfsleven levert onvoldoende oplossingen op en de overheid kampt met verkokering, risicomijding en een gebrek aan slagvaardigheid.
De kern van de kritiek is dat het debat vaak blijft steken in feiten en procedures, terwijl onderliggende keuzes over waarden nauwelijks expliciet worden gemaakt. Daardoor ontstaat volgens de raad onvoldoende draagvlak voor ingrijpende besluiten in de fysieke leefomgeving.
In de kabinetsreactie erkent het kabinet dat Nederland te maken heeft met complexe leefomgevingsvraagstukken waarvoor tot nu toe onvoldoende oplossingen zijn gevonden. Ook onderschrijft het kabinet dat de opgaven in de leefomgeving te lang sectoraal zijn benaderd en dat het lang heeft ontbroken aan een samenhangend toekomstbeeld voor Nederland.
De reactie zet sterk in op herstel van rijksregie. Volgens het kabinet moet de Nota Ruimte zorgen voor integrale ruimtelijke keuzes over wonen, economie, natuur, energie, water en bereikbaarheid. Daarbij wordt gewerkt vanuit drie leidende principes: meervoudig ruimtegebruik, gebiedskenmerken centraal stellen en het voorkomen van afwenteling op andere gebieden of toekomstige generaties.
De ambities zijn omvangrijk. Het kabinet werkt toe naar ongeveer 1,65 miljoen extra woningen in 2050, naast ruimte voor economische ontwikkeling, natuur, infrastructuur, energievoorziening en waterbeheer. Die combinatie noemt het kabinet de grootste ruimtelijke ontwikkelopgave uit de Nederlandse geschiedenis.
Een belangrijk onderdeel van het Rli-advies is het versterken van de rol van gemeenschappen. De raad vindt dat bewonersinitiatieven, energiecoöperaties en andere collectieven te vaak vastlopen in regelgeving en bureaucratie.
Het kabinet zegt die kritiek serieus te nemen. In de reactie worden diverse voorbeelden genoemd van participatie bij de totstandkoming van de Nota Ruimte. Zo werden burgers, jongeren, maatschappelijke organisaties en bedrijven betrokken via raadplegingen, dialogen en bijeenkomsten. Ook wijst het kabinet op ondersteuning van wooncoöperaties, energiegemeenschappen en andere bewonersinitiatieven.
Daarnaast benadrukt het kabinet dat gemeenten en andere decentrale overheden sinds de Wet versterking participatie verplicht zijn om participatie beter te organiseren en ruimte te bieden aan maatschappelijke initiatieven. De Omgevingswet moet daarbij vroegtijdige participatie verder stimuleren.
Voor professionals in het omgevingsrecht is vooral de nadruk op waarden opvallend. De Rli stelt dat conflicten over stikstof, woningbouw of windenergie vaak worden gepresenteerd als discussies over feiten, terwijl het in werkelijkheid gaat over botsende waarden en belangen.
Het kabinet neemt dit punt over. Het wil onderzoeken hoe een structurele nationale ruimtelijke dialoog kan worden ingericht, waarin overheid, burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties het gesprek voeren over de toekomst van Nederland en de waarden die daarbij centraal staan.
Instrumenten zoals de Participatieve Waarden Evaluatie worden daarbij nadrukkelijk genoemd als hulpmiddel om inzicht te krijgen in de afwegingen die burgers maken bij complexe ruimtelijke keuzes.
De vijfde aanbeveling van de Rli richt zich op het versterken van het “systemische vermogen” van de overheid. Volgens de raad moeten verkokering, risicomijding en de afstand tussen beleid en uitvoering worden doorbroken.
Ook hier ziet het kabinet zichzelf voor een grote opgave gesteld. In de reactie verwijst het naar de Taskforce Slagvaardige Overheid, de NOVEX-aanpak, vereenvoudiging van regelgeving en een sterkere verbinding tussen beleid en uitvoering. Daarnaast wordt meer nadruk gelegd op multidisciplinaire samenwerking en uitvoeringskracht.
De vraag is nu of de brede overeenstemming tussen Rli en kabinet ook leidt tot tastbare veranderingen in de praktijk. Op papier delen beide de conclusie dat leefomgevingsvraagstukken niet meer op te lossen zijn vanuit afzonderlijke sectoren of bestuurslagen. De sleutel ligt volgens hen in een betere verbinding tussen overheden, bedrijven en gemeenschappen.
Voor het omgevingsrecht betekent dat een verschuiving van uitsluitend juridische en procedurele sturing naar een benadering waarin participatie, waardendialogen, gebiedsgericht werken en uitvoerbaarheid nadrukkelijker onderdeel worden van de oplossing. De komende voltooiing van de Nota Ruimte en de bijbehorende uitvoeringsstrategie zal moeten laten zien of die ambitie verder gaat dan een analyse van wat er misging, en daadwerkelijk leidt tot het “opstaan” waar de Rli in haar advies op aandringt.
