De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft de Tweede Kamer een hoofdlijnenbrief gestuurd over de uitvoeringswet voor de Europese Natuurherstelverordening. Daarin staat dat Nederland de verordening zo “lastenluw mogelijk” wil uitvoeren, zonder “nationale koppen”. Het wetsvoorstel moet naar verwachting in de eerste helft van 2027 bij de Kamer liggen.

De brief volgt op een verzoek van de Tweede Kamer op 2 juli om een hoofdlijnenbrief over het voorgenomen wetsvoorstel. Op 25 augustus is het ontwerp van het Natuurplan officieel ingediend bij de Europese Commissie. Bij de brief is ook een geredigeerde, opgemaakte versie van dat ontwerp meegestuurd, bedoeld voor de publieksconsultatie die dit najaar start.
Volgens de minister is de uitvoeringswet nodig naast het Natuurplan om de Europese Natuurherstelverordening in Nederland te kunnen uitvoeren.
In de brief staat dat Nederland “veel keuzeruimte” heeft bij de uitvoering van de verordening. Lidstaten moeten maatregelen treffen voor verschillende ecosystemen, maar mogen zelf bepalen waar die maatregelen komen en hoe ze in de tijd worden gefaseerd.
Tegelijk is wetgeving nodig om de Europese verplichtingen goed te kunnen uitvoeren. Daarom moeten onderdelen van de Omgevingswet en lagere regelgeving worden aangepast, vooral het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit.
De beoogde wijzigingen zijn volgens de brief beperkt en vooral technisch van aard. Ze richten zich op:
Het wetsvoorstel lag van 26 juni tot 23 augustus 2026 ter internetconsultatie. Daarna wil het kabinet het in december voor advies aan de Raad van State voorleggen. In de eerste helft van 2027 kan het voorstel dan naar de Tweede Kamer.
De minister noemt die planning “krap”. Dat komt volgens de brief door de samenhang tussen meerdere sporen: het Natuurplan, de uitwerking van het maatregelenpakket uit de Taskforce, en de wijziging van de algemene maatregelen van bestuur.
De verwachting is dat wet en amvb eind 2027 of begin 2028 in werking treden.
Omdat die invoering niet volledig tegelijk loopt met het definitieve Natuurplan, zijn mogelijk tijdelijke afspraken nodig met medeoverheden. Daarmee moet de uitvoering richting de eerste deadlines van de verordening in 2027 en 2030 op tijd kunnen starten.
De uitvoeringswet wordt voorbereid met betrokkenheid van provincies, gemeenten en waterschappen via de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden. Ook zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen het Rijk en de koepels IPO, VNG en Unie van Waterschappen.
Daarin staat dat de uitvoeringswetgeving pas in werking treedt als de financiële afspraken op orde zijn en de plannen op haalbaarheid en uitvoerbaarheid zijn getoetst.
De minister schrijft ook dat wordt bekeken welke extra financiële middelen nodig zijn voor aanvullende taken die uit de NHV voortvloeien.
De kern van de brief is dat Nederland de Europese natuurherstelregels wil omzetten in nationale wetgeving, maar daarbij een geleidelijke en volgens het kabinet zo uitvoerbaar mogelijke route kiest. Tegelijkertijd dringt de tijd: de eerste Europese deadlines lopen al in 2027 en 2030 af.
