De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft de Tweede Kamer het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State en het herziene milieueffectrapport (MER) aangeboden over de wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol. Daarmee wordt een nieuwe stap gezet in het proces om de juridische basis voor Schiphol te versterken en de rechtsbescherming van omwonenden te verbeteren.

Volgens de minister duurt de gedoogsituatie rond Schiphol al te lang voort. Daardoor is de rechtsbescherming van omwonenden onvoldoende geborgd en blijft ook voor de luchthaven zelf sprake van juridische onzekerheid. Het kabinet wil daarom zo snel mogelijk het gewijzigde LVB vaststellen, zodat een nieuw juridisch kader ontstaat voor de exploitatie van Schiphol.
De wijziging van het LVB is onderdeel van het beleid waarmee het kabinet in 2022 heeft gekozen voor een nieuwe balans tussen de economische belangen van de luchthaven en de belangen van omwonenden en de leefomgeving. Die koers moet onder meer leiden tot een structurele vermindering van geluidhinder en betere bescherming van omwonenden.
In de kamerbrief schrijft de minister dat de Raad van State een positief advies heeft uitgebracht, maar wel een aantal opmerkingen heeft geplaatst. Die zien onder meer op de mogelijkheden van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) om bij te sturen bij dreigende overschrijdingen van geluidgrenswaarden, op de zorgvuldigheid bij de gefaseerde terugkeer naar 500.000 vliegtuigbewegingen en op de onderbouwing van de gekozen referentiesituaties in het MER. Ook de keuze om de grenswaarde voor koolstofmonoxide te schrappen vraagt volgens de Raad om nadere motivering.
De minister geeft aan dat deze opmerkingen worden meegenomen in een nader rapport. Daarin wordt toegelicht hoe met het advies van de Raad van State rekening is gehouden en of het ontwerpbesluit nog wordt aangepast.
Daarnaast wijst de minister erop dat eerder al wijzigingen zijn aangebracht in het ontwerpbesluit en het MER naar aanleiding van de voorhangprocedure, de zienswijzeprocedure en het advies van de Commissie MER. Daarom wordt ook de versie van het LVB die aan de Raad van State is voorgelegd, opnieuw aan de Kamer gestuurd.
Het herziene MER is volgens de minister inmiddels gereed om te worden aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamer. In dat MER zijn onder meer de juridische referentiesituatie en de toelichting op de afweging van alternatieven verder uitgewerkt. Ook is een apart hoofdstuk toegevoegd over het LVB, zodat de samenhang tussen de milieuonderzoeken en het uiteindelijke besluit beter navolgbaar is.
Later deze maand volgt verdere politieke bespreking van het dossier. Op 28 september staat een mondeling overleg in de Eerste Kamer gepland en op 29 september een debat in de Tweede Kamer.
