Tijdens een vier uur durend commissiedebat over natuur werd opnieuw zichtbaar hoe groot de politieke verschillen zijn over de vraag hoe Nederland zijn natuurdoelen moet halen. Terwijl partijen van links tot rechts erkennen dat natuurherstel noodzakelijk is, lopen de meningen sterk uiteen over de rol van stikstofbeleid, Europese natuurregels, vergunningverlening en de bescherming van de Waddenzee. Tegelijkertijd klonk breed de zorg dat natuurbeheer structureel onvoldoende wordt gefinancierd.

De staat van de Nederlandse natuur vormde de rode draad door het debat. Meerdere Kamerleden wezen op de achterblijvende voortgang van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), dat volgens eerdere afspraken in 2027 voltooid had moeten zijn. Volgens verschillende woordvoerders blijkt uit recente rapportages dat dit bij het huidige tempo pas rond 2040 haalbaar lijkt. Ook werd herhaaldelijk gewezen op het structurele tekort aan middelen voor natuurbeheer. Terreinbeherende organisaties stellen dat jaarlijks ongeveer €200 miljoen extra nodig is om natuurgebieden op peil te houden.
D66, GroenLinks-PvdA, SP, SGP en ook BBB benadrukten dat natuurorganisaties steeds hogere kosten maken door onder meer stikstofdruk, invasieve exoten en inflatie. De vraag aan minister Van Essen was dan ook hoe hij wil voorkomen dat natuurkwaliteit verder onder druk komt te staan terwijl juist extra herstelopgaven op tafel liggen.
De scherpste politieke tegenstelling ontstond rond de vraag of de huidige natuurregels en stikstofkaders nog werkbaar zijn.
BBB, JA21, PVV en SGP betoogden dat het natuurbeleid te sterk is verjuridiseerd. Zij stelden dat vergunningverlening steeds vaker vastloopt door juridische normen en modellen, terwijl volgens hen meer aandacht nodig is voor praktisch natuurbeheer. BBB-woordvoerder Mona Keijzer’s opvolger Femke Wiersma stelde dat de stikstofuitstoot de afgelopen decennia fors is afgenomen, maar dat dit niet automatisch heeft geleid tot beter natuurherstel. Volgens haar moet de focus verschuiven naar beheermaatregelen zoals waterbeheer, bodemherstel en begrazing.
JA21 sprak van een systeem met "te veel juridische plichten en te weinig politieke keuzes" en pleitte ervoor alleen die natuurdoelen juridisch afdwingbaar te maken die rechtstreeks voortvloeien uit Europese verplichtingen.
Daar tegenover stonden partijen als GroenLinks-PvdA, D66 en Partij voor de Dieren. Zij wezen erop dat Nederland al jaren achterloopt bij het halen van natuurdoelen en waarschuwden dat het probleem niet wordt opgelost door regels ter discussie te stellen. Volgens deze partijen moet het kabinet juist uitvoering geven aan bestaande verplichtingen uit onder meer de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de Europese Natuurherstelverordening.
Opvallend veel aandacht ging uit naar de Waddenzee. Daarbij speelden drie dossiers een hoofdrol: visserij, gebiedssluitingen en zoutwinning.
Partij voor de Dieren verwees naar nieuw onderzoek waaruit zou blijken dat zelfs lichte sleepnetten het bodemleven in de Waddenzee verstoren. De partij wil dat vergunningen voor dergelijke visserij alleen nog worden verleend wanneer aantoonbaar geen schade ontstaat.
Daarnaast uitten verschillende partijen zorgen over de wetenschappelijke onderbouwing van natuurbeoordelingen in de Waddenzee. Vooral de zogeheten BISI-methode kwam onder vuur te liggen. BBB, JA21, VVD en SGP verwezen naar kritiek van wetenschappers die stellen dat deze indicator leidt tot structureel negatieve beoordelingen van de zeebodem. D66 benadrukte daarentegen dat BISI slechts één van meerdere indicatoren is waarop het uiteindelijke oordeel wordt gebaseerd.
Ook de uitbreiding van zoutwinning bij de Waddenzee leidde tot kritiek. SP en D66 wezen op waarschuwingen rond mogelijke bodemdaling en de kwetsbare UNESCO-status van het gebied. Zij vroegen het kabinet om kritisch te kijken naar lopende vergunningprocedures.
Een van de weinige onderwerpen waarover relatief veel overeenstemming bestond, was agrarisch natuurbeheer.
CDA, ChristenUnie, GroenLinks-PvdA, SP en andere partijen benadrukten dat boeren een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan natuurherstel, mits daar voldoende financiële zekerheid tegenover staat. Kamerleden waarschuwden dat beschikbare middelen nu vaak terechtkomen in prioritaire gebieden rond Natura 2000-gebieden en gruttokerngebieden, terwijl elders wachtlijsten ontstaan.
CDA-woordvoerder Derk Boswijk's opvolger Koorevaar pleitte voor nieuwe financiële instrumenten, zoals een mozaïektoeslag, om boeren beter te kunnen belonen voor samenhangend natuurbeheer. Ook werd aandacht gevraagd voor voedselbossen en langjarige beheercontracten.
Naast de grote systeemdiscussies kwamen ook praktische problemen aan bod. Vrijwel alle partijen noemden de oprukkende Amerikaanse rivierkreeft als voorbeeld van een dossier waarin verantwoordelijkheden versnipperd zijn en effectieve bestrijding achterblijft. Er werd aangedrongen op meer landelijke regie en concrete uitvoeringsplannen.
Ook natuurbranden kregen veel aandacht na recente grote branden. SGP, VVD en SP vroegen om structurele investeringen in preventie en natuurbrandbeheersing. Daarbij werden bedragen genoemd van tientallen miljoenen euro's per jaar voor betere voorbereiding van risicogebieden.
Achter vrijwel elk onderwerp hing dezelfde vraag: hoe combineert Nederland natuurherstel met ruimte voor landbouw, visserij, woningbouw en economie?
Minister Van Essen werkt aan een natuur- en stikstofpakket en aan het Nederlandse Natuurplan voor de uitvoering van de Europese Natuurherstelverordening. Juist daarom kreeg dit debat het karakter van een politieke voorbeschouwing. Over één punt leek weinig verschil van inzicht te bestaan: de huidige situatie voldoet voor niemand. De discussie draait niet langer om óf natuurherstel nodig is, maar om de vraag wie de rekening betaalt, welke ruimte activiteiten behouden en hoeveel juridische zekerheid daarvoor moet worden opgeofferd.
