Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Noord-Brabant zet koers naar intrekking vergunningen vijf pluimveebedrijven: kabinet wil juridische ingreep voorkomen

Minister noemt voornemen provincie ‘buitengewoon ingrijpend’ en zoekt overleg met IPO en Noord-Brabant. De provincie Noord-Brabant is van plan de natuurvergunningen van vijf pluimveebedrijven in te trekken. Aanleiding is een procedure van milieuorganisatie Mobilisation for the Environment (MOB) en een rechterlijke uitspraak uit 2025 over stikstofbelasting op Natura 2000-gebieden. Minister Van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur noemt de ontwikkeling “buitengewoon ingrijpend” voor de betrokken ondernemers, maar benadrukt tegelijkertijd dat provincies uitvoering moeten geven aan rechterlijke uitspraken. De minister wil nog deze zomer in gesprek met het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de provincie Noord-Brabant over de omgang met handhavings- en intrekkingsverzoeken.

22 July 2026

brown and red rooster on gray concrete floor

Rechterlijke uitspraken zetten provincie onder druk

Volgens de provincie Noord-Brabant zijn de voorgenomen intrekkingen het gevolg van een rechterlijke uitspraak uit 2025. De rechter oordeelde dat urgente maatregelen nodig zijn om de stikstofbelasting terug te dringen op de Natura 2000-gebieden Kampina en Grote Peel/Mariapeel en Deurnsche Peel. De provincie heeft daarom aangekondigd voornemens te zijn de natuurvergunningen van vijf pluimveebedrijven in te trekken.

Gedeputeerde Staten willen uiterlijk 1 oktober vijf ontwerpbesluiten vaststellen. In deze fase krijgen de betrokken ondernemers nog de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Ook eventuele alternatieve stikstofreductieplannen moeten worden meegenomen in de belangenafweging. Uiteindelijk zal een rechter toetsen of de provincie binnen de geldende juridische kaders heeft gehandeld.

Kabinet ziet ruimte om intrekkingen te voorkomen

Hoewel de minister erkent dat de provincie zich door de rechterlijke uitspraak gedwongen voelt om op te treden, gelooft hij dat het stikstofpakket dat het kabinet op 26 juni presenteerde voldoende basis biedt om toekomstige handhavings- en intrekkingsverzoeken gemotiveerd af te wijzen. Volgens Van Essen moeten alle betrokken partijen “alles op alles zetten” om intrekkingsbesluiten te voorkomen.

Een belangrijk onderdeel van die strategie is de verdere juridische verankering van het kabinetsbeleid. De minister kondigt aan dat in oktober een spoedwet en een concept-programma met maatregelen aan de Tweede Kamer worden voorgelegd. Daarnaast verwacht het kabinet veel van gebiedsgerichte maatregelen en instructieregels rond Natura 2000-gebieden binnen de zogenoemde zoneringsaanpak. Daarmee moet aantoonbaar worden voorkomen dat natuur verder verslechtert.

Zorgvuldigheid centraal bij intrekkingsverzoeken

In de beantwoording van Kamervragen van CDA-Kamerlid Koorevaar benadrukt de minister dat grote zorgvuldigheid noodzakelijk is bij besluiten die zo diep ingrijpen in het bestaan van ondernemers. Hij wijst erop dat provincies bevoegd gezag zijn en daarom zelf moeten beslissen over intrekkingsverzoeken. Het kabinet wil zich niet mengen in individuele procedures.

Wel onderstreept Van Essen het belang van de lijn die eerder werd geschetst in het zogenoemde “trappetje van Remkes”: ondersteuning van ondernemers bij omschakeling, verplaatsing of vrijwillige beëindiging van hun bedrijf. Volgens de minister moeten dergelijke mogelijkheden nadrukkelijk onderdeel zijn van gebiedsprocessen.

Vrijwillige reductie moet meetellen

Een opvallend punt in de beantwoording betreft de rol van reeds gerealiseerde stikstofreductie. De minister stelt expliciet dat stikstofwinst die is bereikt door vrijwillige bedrijfsbeëindiging moet worden meegewogen bij de beoordeling van aanvullende maatregelen. Dat is volgens hem niet alleen logisch, maar ook noodzakelijk vanuit het proportionaliteitsbeginsel.

Volgens Van Essen kunnen intrekkingsverzoeken worden afgewezen wanneer vrijwillige beëindiging of andere maatregelen ertoe leiden dat geen sprake meer is van dreigende of daadwerkelijke verslechtering van stikstofgevoelige natuur. Juist daarop is het kabinetsbeleid gericht.

Overleg over landelijke lijn

De kwestie in Noord-Brabant lijkt daarmee uit te groeien tot meer dan een regionale vergunningenzaak. De minister maakt duidelijk dat hij streeft naar een zo consistent mogelijke aanpak van handhavings- en intrekkingsverzoeken door provincies. Daarom volgt nog deze zomer overleg met IPO en de provincie Noord-Brabant om kennis, expertise en ervaringen te delen over de juridische onderbouwing van besluiten en de mogelijkheden om verzoeken af te wijzen.

Een testcase voor het stikstofbeleid

De voorgenomen intrekking van de vergunningen van vijf Brabantse pluimveebedrijven legt de spanning bloot tussen rechterlijke uitspraken, natuurbescherming en het perspectief voor agrarische ondernemers. Terwijl de provincie uitvoering geeft aan haar juridische verplichtingen, probeert het kabinet via nieuwe wetgeving, gebiedsprocessen en stikstofmaatregelen juist te voorkomen dat vergunningintrekkingen noodzakelijk worden. De komende maanden zullen uitwijzen of die aanpak standhoudt, of dat de Brabantse dossiers uitgroeien tot een nieuwe juridische testcase binnen het Nederlandse stikstofbeleid.



Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.