De voorraad primaire bouwgrondstoffen is op dit moment geen acuut probleem, concludeert het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Tot zeker 2035 verwacht het ministerie geen tekorten aan grind, ophoogzand, industriezand en klei. Wel blijft de boodschap: op de lange termijn kan de situatie kantelen, vooral als de vraag naar zand voor kustverdediging verder oploopt.

Omgevingswet bepaalt de spelregels
De winning van zand, grind en klei valt onder de Omgevingswet. Daarin is geregeld dat provincies het bevoegde gezag zijn voor ontgrondingen op land, in regionale wateren en in het winterbed van de grote rivieren. Rijkswaterstaat gaat over de vergunningverlening in de Rijkswateren. In de praktijk betekent dit dat initiatiefnemers zelf een vergunning moeten aanvragen en moeten zorgen voor goede ruimtelijke inpassing en draagvlak.
Voor het ministerie is dat belangrijk, omdat de beschikbaarheid van bouwgrondstoffen niet alleen een marktkwestie is, maar ook een ruimtelijk vraagstuk. Het rapport stelt dat de echte knelpunten vaak gaan over de vraag hoeveel ruimte er beschikbaar wordt gesteld om te winnen, en waar dat kan binnen de regels van de Omgevingswet.
Woningbouw blijft afhankelijk van bouwgrondstoffen
De brief koppelt de discussie nadrukkelijk aan de woningbouwopgave. Het ministerie zegt dat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties behoefte heeft aan zekerheid over de productie van bouwgrondstoffen voor de woningbouw. Die lijn is daarom interdepartementaal afgestemd.
Ook in de brief aan de Kamer staat dat bouwgrondstoffen nodig zijn voor waterveiligheid, infrastructuur en woningbouw. In de landelijke afweging wordt benoemd dat de bouwsector wel kan inzetten op circulair bouwen en minder gebruik van primaire grondstoffen, maar dat primaire bouwgrondstoffen niet volledig vervangbaar zijn.
Suppletiezand en kustveiligheid staan centraal
De zwaarste prioriteit ligt bij suppletiezand. Dat zand is nodig om de kust te beschermen tegen zeespiegelstijging en stormen. Volgens het ministerie neemt de vraag daarnaar toe, en kan die in sommige kustvakken al vanaf 2038 extra maatregelen vragen.
“Het is van existentieel belang om tot in de verre toekomst (in elk geval tot na 2100) voldoende suppletiezand beschikbaar te hebben voor de kustverdediging,” staat in de brief. De Noordzee blijft daarom een kerngebied in het beleid.
Grondstoffenmarkt functioneert voorlopig goed
Uit het onderzoek van Arcadis en andere partijen blijkt dat de markt de afgelopen 25 jaar volgens het ministerie goed heeft gewerkt. De prijzen van zand, grind, klei en kalksteen liepen ongeveer gelijk op met de algemene bouwkosten. Ook na ingrijpende veranderingen, zoals het stoppen van de mergelwinning in Limburg, zijn geen structurele prijsbreuken zichtbaar.
Dat is een van de redenen waarom het kabinet nu geen extra landelijke dwangsturing wil invoeren op de vergunningverlening.
Grind blijft kwetsbaar, woningbouw niet direct in gevaar
Eén materiaal springt eruit: grind. Daarvan is in Nederland te weinig commercieel winbaar, zodat het land grotendeels afhankelijk blijft van import. Voor ophoogzand en industriezand is het beeld gunstiger: bij gelijkblijvende winning kan de productie tot 2050 ongeveer gelijk blijven aan de vraag.
Voor de woningbouw is vooral relevant dat het ministerie geen directe tekorten voorziet. Wel blijft het kabinet inzetten op monitoring, overleg met provincies en sectorpartijen, en op versnelling van circulair bouwen en efficiënter materiaalgebruik.
Wel monitoren, niet loslaten
Het kabinet wil de situatie niet op zijn beloop laten. Er komt jaarlijkse monitoring van de gewonnen hoeveelheden door het CBS, aangevuld met gegevens over voorraden, vraag, prijsontwikkeling, import, export en ruimtebeslag. Elke vijf jaar moet er een actueel landelijk beeld zijn.
Daarnaast wil het ministerie samen met provincies en bedrijven zicht houden op vergunningaanvragen en beschikbare voorraden achter vergunningen. Ook wordt gewerkt aan betere handvatten om de effecten van winning op het water- en bodemsysteem te beoordelen.
IJsselmeergebied en rivierengebied blijven gevoelig
In het rivierengebied blijft zand, grind en klei nodig voor onder meer dijkversterking en Ruimte voor de Rivier 2.0. Daar is al afgesproken om geen ontgrondingen meer te doen in het zomerbed, om verdere erosie tegen te gaan.
Voor het IJsselmeergebied stopt de gepauzeerde beleidsvernieuwing. De bestaande beleidsregels onder de Omgevingswet blijven daar van kracht. Dat betekent dat winning alleen kan als die past binnen het multifunctionaliteitsprincipe.
