Nieuw onderzoek: externe veiligheid zelden showstopper, maar wel steeds belangrijker in woningbouwopgave. Nederland wil tussen 2025 en 2035 circa 1,1 miljoen woningen bouwen. Tegelijkertijd liggen veel woningbouwlocaties langs spoorlijnen, wegen en vaarwegen waar gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Uit een nieuwe ruimtelijke scan van Rebel, uitgevoerd in opdracht van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), blijkt dat alle 21 nationale grootschalige woningbouwgebieden en 85 van de 123 regionale woningbouwlocaties geheel of gedeeltelijk binnen een aandachtsgebied voor externe veiligheid liggen. Toch zijn de vervoersvolumes in de meeste gevallen laag tot zeer laag en lijken grote belemmeringen voor woningbouw uit te blijven.

De aanleiding voor het onderzoek is de omvangrijke woningbouwopgave die Nederland de komende tien jaar wacht. Omdat ongeveer tweederde van de nieuwe woningen binnen bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd, komen veel ontwikkelingen terecht in de nabijheid van spoorcorridors, hoofdwegen en vaarwegen waar vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.
De onderzoekers brachten daarom in kaart waar toekomstige woningbouwlocaties samenkomen met huidige en verwachte vervoersstromen van gevaarlijke stoffen. Daarbij werd gekeken naar vervoer over spoor, weg en water tot 2033. Ook werd onderzocht hoe gemeenten omgaan met omgevingsveiligheid en welke toekomstige ontwikkelingen de risico's kunnen beïnvloeden.
Uit het nationale beeld blijkt dat het spoor de meest opvallende raakvlakken met woningbouw oplevert. De grootste vervoersstromen worden verwacht op de Betuweroute en de Brabantroute. Vooral brandbare vloeistoffen domineren daar het vervoer en laten volgens de prognoses ook de sterkste groei zien richting 2033.
Voor wegverkeer is het beeld diffuser. Gevaarlijke stoffen worden via een fijnmazig netwerk naar uiteenlopende bestemmingen vervoerd. Op het water concentreren de grootste stromen zich op de Waal, de Maas, het Merwedekanaal en de verbindingen tussen Dordrecht en Zeeland. Ook daar zijn brandbare vloeistoffen veruit de grootste vervoerscategorie.
Een belangrijke kanttekening is dat buisleidingen niet zijn meegenomen in de ruimtelijke analyse, terwijl die volgens CBS-cijfers in 2023 goed waren voor ongeveer 71 procent van het totale vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnenvaart was goed voor 25 procent, wegvervoer voor 3 procent en spoor voor 1 procent.
De onderzoekers constateren dat externe veiligheidsaandachtsgebieden vrijwel overal terugkomen bij grote woningbouwontwikkelingen. Alle 21 nationale woningbouwgebieden kennen overlap met brand-, explosie- of gifwolkaandachtsgebieden. Bij regionale locaties geldt dat voor 85 van de 123 projecten.
Toch nuanceert het rapport direct de betekenis daarvan. De omvang van de vervoersstromen blijkt in de meeste gevallen "zeer laag tot laag". Slechts incidenteel wordt een gemiddeld volume aangetroffen. Volgens de onderzoekers vraagt externe veiligheid daarom vooral om een zorgvuldige ruimtelijke uitwerking en niet per definitie om het schrappen van woningbouwplannen.
Met name Utrecht Groot Merwede en Rijnenburg, Amsterdam Haven-Stad en het Nijmeegse stationsgebied vallen op doordat daar meerdere modaliteiten samenkomen en zowel spoor-, weg- als watergebonden aandachtsgebieden aanwezig zijn.
Volgens het onderzoek besteden gemeenten met omvangrijke woningbouwplannen al nadrukkelijk aandacht aan externe veiligheid. Gemeenten die verder zijn in hun planvorming nemen mitigerende maatregelen op in hun ontwerpen. Voorbeelden zijn blinde gevels, scherfvrij glas, veilige vluchtroutes, het uitsluiten van kwetsbare functies en het creëren van beschermde binnenhoven.
Rotterdam wordt in het rapport genoemd als een voorloper. De gemeente heeft samen met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond een eigen omgevingsveiligheidsbenadering ontwikkeld, waarbij externe veiligheid als ontwerpvariabele wordt meegenomen in gebiedsontwikkelingen zoals Merwe-Vierhavens (M4H), Rijnhaven en de Oostflank.
De onderzoekers waarschuwen wel dat dergelijke maatregelen extra investeringen vergen en gevolgen kunnen hebben voor de financiële haalbaarheid van projecten.
Naast het huidige vervoer voerde Rebel een zogenaamde botsproef uit met toekomstige ontwikkelingen uit de RIVM-verkenning vervoer gevaarlijke stoffen. Daaruit blijkt dat klimaatverandering, verouderende infrastructuur en de energietransitie nieuwe aandachtspunten kunnen opleveren.
Extreem weer kan leiden tot stremmingen, capaciteitsverlies en verschuivingen van goederenstromen naar alternatieve routes. Ook onderhouds- en vervangingsprojecten aan spoor, wegen en vaarwegen kunnen tijdelijke omleidingen veroorzaken. Daardoor kan de blootstelling aan externe veiligheidsrisico's lokaal veranderen. [rapport-ru...woningbouw | PDF]
Daarnaast groeit de behoefte aan elektriciteitsinfrastructuur en batterijopslag. Die voorzieningen vragen ruimte en kennen veiligheidsafstanden. Volgens het rapport lopen beleidskaders hiervoor nog achter op de praktijk. Flevoland is momenteel de enige provincie die al een specifiek batterijkader heeft vastgesteld.
De centrale boodschap van het onderzoek is helder: externe veiligheid vormt bij veel woningbouwlocaties een aandachtspunt, maar zelden een harde blokkade. De overlap tussen woningbouw en veiligheidszones is groot, terwijl de feitelijke vervoersvolumes meestal beperkt zijn. De uitdaging verschuift daardoor van het vermijden van risico's naar het zorgvuldig inpassen ervan in ruimtelijke plannen. Voor gemeenten, veiligheidsregio's en vergunningverleners betekent dat dat externe veiligheid steeds vaker aan de voorkant van gebiedsontwikkeling moet worden meegenomen, juist nu woningbouw en infrastructuur dichter op elkaar komen te liggen.
