Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Natuurlijk kennen we de ‘omgevingsvergunning’ op zichzelf al sinds 2010 toen de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking trad: omgevingsvergunning 1.0. Dit was al een soort ‘integrale vergunning met sectorale schotten’. De omgevingsvergunning onder de Omgevingswet (Ow) bouwt voort op en is een verdere uitbouw van de omgevingsvergunning uit de Wabo: omgevingsvergunning 2.0. Nog meer integraal maar dan zonder schotten tussen de diverse sectoren zoals milieu, ruimte, water, etc.

 

Een van de kerninstrumenten van de Ow is dus die omgevingsvergunning. Een vergunningenstelsel bestaat uit het verbod om een activiteit te verrichten zonder een vergunning.

 

Uitgangspunt van de Ow is echter dat zoveel mogelijk wordt volstaan met het stellen van algemene regels. Een vergunning is eerder een uitzondering dan de regel. Soms dient echter voordat een bepaalde activiteit kan worden toegestaan een specifieke toets plaats te vinden, bijvoorbeeld op grond van internationaalrechtelijke verplichtingen of als het onderwerp niet doelmatig met algemene regels kan worden behartigd. De complexiteit en/of de (milieu)gevaarzetting van de voorgenomen activiteit is daarbij een belangrijk uitgangspunt.

 

De omgevingsvergunning integreert en harmoniseert de vergunningverlening voor de vergunningplichtige activiteiten uit de domeinen bouw, milieu, cultureel erfgoed en ruimtelijke ordening, met de watervergunning uit de Waterwet, de ontgrondingenvergunning uit de Ontgrondingenwet, de vergunningen of ontheffingen op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Spoorwegwet, de Wet lokaal spoor, de Wet luchtvaart en de vergunningen voor archeologische rijksmonumenten uit de Monumentenwet 1988.

 

Ook zijn vergunningplichtige activiteiten over beschermde natuurgebieden en beschermde soorten geïntegreerd.

 

Daarbij zijn ook vergunningenstelsels uit lokale verordeningen gaan op in de omgevingsvergunning.19 Onderdeel van het vergunningenstelsel zijn ook de beoordelingsregels voor het bevoegd gezag. Voor de gemeente zijn in het omgevingsplan, (bij een verbod om een activiteit te verrichten zonder een vergunning), ook beoordelingsregels opgesteld op grond waarvan de beslissing op een aanvraag om een vergunning wordt genomen.

 

Er zijn geen bijzondere vormvereisten gesteld aan de beoordelingsregels. Er kan ook sprake zijn van weigeringsgronden of verleningsgronden. Met de beoordelingsregels kan een vergunning ook persoonsgebonden worden gemaakt, indien daarvoor een noodzaak zou bestaan.20

De Ow maakt wel onderscheid in twee typen omgevingsvergunningen: een voor wateractiviteiten en lozingen (‘natte’ vergunning) en een voor niet-wateractiviteiten (‘droge’ vergunning). De diverse specifieke vergunningverleningsaspecten voor wateractiviteiten zijn beschreven in hoofdstuk 10.

 

Burgers, bedrijven en overheden kunnen initiatieven ontwikkelen, in de Ow activiteiten genoemd. Deze activiteiten kunnen de fysieke leefomgeving negatief beïnvloeden. In het Bal, een (provinciale) omgevingsverordening, (gemeentelijk) omgevingsplan of waterschapsverordening zijn regels gesteld over dit soort activiteiten.

 

Veel initiatieven van burgers en bedrijven hebben gevolgen voor de leefomgeving. De omgevingsvergunning toetst vooraf op basis van de regels of de initiatieven mogelijk zijn. Initiatiefnemers kunnen via één aanvraag bij één loket de vergunning aanvragen. Zie hoofdstuk 15.

 

De stelselherziening van het omgevingsrecht is bedoeld om ruimte te geven aan ontwikkeling en om afdoende waarborgen te bieden voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (beschermen en benutten). Deze doelstellingen hebben ook betrekking op de algemene regels voor activiteiten.

 

Het stellen van rijksregels over activiteiten mag echter niet leiden tot het belemmeren van activiteiten door een te zware administratieve last of tot het gedetailleerd regelen zonder dat dit bijdraagt aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

 

Door de vergunningverlening zo eenvoudig mogelijk te houden, duren procedures niet onnodig lang. De reguliere termijn is acht weken. Complexe activiteiten in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn aangewezen in afdeling 3.3. Deze afdeling, getiteld ‘Complexe bedrijven’, bevat specifieke regels voor milieubelastende activiteiten die potentieel grote nadelige gevolgen voor de leefomgeving kunnen hebben. Voorbeelden van dergelijke activiteiten zijn te vinden in de chemische industrie, metaalindustrie, en grote energiecentrales.

 

In de omgevingsvergunning zijn de meeste vergunningen geïntegreerd, zoals de oude omgevingsvergunning onder de Wabo, de watervergunning onder de Waterwet, de ontgrondingenvergunning onder de Ontgrondingenwet etc.

 

Een omgevingsvergunning is nodig als een activiteit (grote) gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving en/of getoetst moet worden op grond van Europeesrechtelijke verplichtingen. Met het instrument omgevingsvergunning wordt dus vooraf getoetst of een activiteit mogelijk is binnen het omgevingsplan. Omgevingsvergunningen worden aangevraagd door initiatiefnemers.

 

Een van de uitgangspunten van de Ow is om zoveel mogelijk activiteiten te regelen met algemene regels. Een beperkt aantal activiteiten is vergunningplichtig. De Ow maakt enkele activiteiten vergunningplichtig om verschillende redenen, namelijk als het gaat om:

 

In de meeste gevallen zijn de gemeente en het college van B&W bevoegd gezag voor het verlenen van een omgevingsvergunning.

 

Tegelijkertijd mag het uitblijven van regels niet tot onaanvaardbare risico’s voor de fysieke leefomgeving leiden. De stelselherziening vereist daarom een goede afstemming van de regels op de omvang van mogelijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Naarmate die gevolgen groter zijn, bieden de regels ook meer waarborgen. Een belangrijke keuze is daarbij of voor een activiteit een individuele, voorafgaande betrokkenheid van (andere) bestuursorganen vereist is (toestemming of maatwerk). Als daar aanleiding voor is, wordt die betrokkenheid geregeld in de vorm van een meldingsplicht of vergunningplicht.21

19 Ontleend aan: stibbeblog.nl/all-blog-posts/environment-and-planning/de-omgevingsvergunning-in-de-omgevingswet/.

20 Art. 5.21 Omgevingswet, MvT Invoeringswet; artikelsgewijze toelichting, Kamerstukken II 2017-2018, 34 986, nr. 3, p. 186-188.

21 NvT Ob, p. 108; Stb. 2018, 290.