Artikel 7.38 (overeenkomstige toepassing inhoudelijke regels sloopwerkzaamheden)
Met uitzondering van artikel 7.17 zijn de regels in de paragrafen 7.1.4 en 7.1.5 van overeenkomstige toepassing op het in werking hebben van een mobiele puinbreker.
Zoals aangegeven bij de algemene toelichting op deze afdeling zijn de regels over mobiel puinbreken in een aparte afdeling in dit besluit geplaatst aangezien zij ook een andere wettelijke grondslag dan de regels in de rest van dit besluit hebben (namelijk artikel 4.3 van de wet in samenhang met de uitwerking in artikel 4.22 in plaats van artikel 4.21 van de wet). Dit neemt echter niet weg dat al onder het Bouwbesluit 2012 en het Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval een sterke inhoudelijke relatie bestond tussen de regels die van toepassing waren bij “regulier” slopen en bij het breken van sloopafval met een mobiele puinbreker.
Zeker nu deze regels bij elkaar zijn gebracht in één besluit, is ervoor gekozen dezelfde materiële regels te laten gelden door de paragrafen 7.1.4 en 7.1.5 van overeenkomstige toepassing te verklaren op het in werking hebben van een mobiele puinbreker, ongeacht of daar sloopafval afkomstig uit bouwwerken of wegen verwerkt wordt. Uitzondering hierop is artikel 7.17 over geluidhinder. In artikel 7.38 is bepaald dat artikel 7.17 niet van overeenkomstige toepassing is op het in werking hebben van een mobiele puinbreker. In artikel 7.39 zijn soortgelijke regels voor het in werking hebben van een mobiele puinbreker opgenomen als artikel 7.17 voor “reguliere” bouw- en
sloopwerkzaamheden. De reden voor aparte artikelen is het streven naar een gelijkwaardig beschermingsniveau ten opzichte van het Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval, voor zowel omwonenden als voor degene die de mobiele puinbreker in werking heeft. Aan eisen uit het eerdere Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval en de daarbij behorende bijlage die niet terug te vinden zijn in deze afdeling of in de in dit artikel van overeenkomstige toepassing verklaarde paragrafen 7.1.4 en 7.1.5 moet voortaan in het algemeen voldaan worden op grond van de specifieke zorgplicht in artikel 7.31.
Maatwerk over paragraaf 7.1.4 is in artikel 7.23 afgebakend. Ten overvloede wordt hier opgemerkt dat met het overeenkomstig van toepassing verklaren van die paragraaf op deze afdeling, ook dezelfde afbakening uit artikel 7.23 geldt voor het stellen van maakwerkvoorschriften bij mobiel breken. Een uitzondering hierop betreft het onderdeel van artikel 7.23, eerste lid, dat betrekking heeft op geluid en artikel 7.17. Artikel 7.17 is namelijk als enige artikel in paragraaf 7.1.4 niet van overeenkomstige toepassing verklaard op het in werking hebben van een mobiele puinbreker.1020
Artikel 7.39 (geluidhinder)
Een mobiele puinbreker is alleen op werkdagen tussen 07.00 uur en 19.00 uur in werking.
Daarbij worden de dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur, genoemd in tabel 7.39, niet overschreden.
In het eerste lid is bepaald dat een mobiele puinbreker alleen op werkdagen tussen 7:00 en 19:00 uur in werking mag zijn.
In de tabel van het tweede lid is het maximale geluidsniveau aangegeven, gerekend met een maximale blootstellingsduur in dagen dat de in de tabel opgenomen dagwaarde is bereikt. Uit de toepassing van de tabel volgt dat naarmate het in werking hebben van een mobiele breker meer geluid veroorzaakt op de gevel van een woonfunctie of bijeenkomstfunctie voor kinderopvang of op de grens van een geluidgevoelig terrein, het aantal dagen waarop die activiteiten mogen worden uitgevoerd, afneemt. Zo volgt uit de tabel dat het in werking hebben van een mobiele puinbreker maximaal 15 dagen een dagwaarde van meer dan 65 dB(A) mag veroorzaken op de gevel van een woonfunctie of bijeenkomstfunctie voor kinderopvang of op de grens van een geluidgevoelig terrein. Van deze 15 dagen mag de dagwaarde maximaal 5 dagen hoger zijn dan 70 dB(A). Ook volgt duidelijk uit de tabel dat geluid van meer dan 75 dB(A) niet is toegestaan.
Op de gevel van een gezondheidszorgfunctie of een onderwijsfunctie is de dagwaarde beperkt tot maximaal 60 dB(A). De duur van 65 dagen komt overeen met de maximale duur van het in gebruik hebben van een mobiele breker (3 maanden). Zie ook artikel 7.27.
Het begrip dagwaarde is gedefinieerd in Bijlage I bij artikel 1.1. De gehanteerde definitie van dagwaarde komt overeen met de dagwaarde van de langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAR, LT, dag), bepaald volgens de Handleiding meten en Rekenen industrielawaai (internetuitgave 2004) (de dagwaarde is gebaseerd op het equivalente geluidsniveau bepaald over de periode lopend van 7.00 tot 19.00 uur vermeerderd met een straftoeslag voor geluid met een impulsachtig karakter). De bijbehorende eenheid is dB(A).
Artikel 7.32, eerste lid, maakt het mogelijk om in concrete gevallen met maatwerkvoorschriften soepeler eisen te hanteren dan in het eerste en tweede lid van artikel 7.39 gesteld. Ook bij een maatwerkvoorschrift over artikel 7.39 moeten de best beschikbare stille technieken worden toegepast, zoals voorgeschreven in het artikel over de specifieke zorgplicht (artikel 7.31).1021
Artikel 7.40 (registratie)
Op de locatie waar de mobiele puinbreker in werking is, wordt een registratie bijgehouden. Op deze registratie is artikel 8.39 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.
Dit artikel maakt duidelijk dat een registratie over afval dient te worden bijgehouden. Een zelfde verplichting geldt ook voor afvalverwerkingsbedrijven die op een vaste locatie afval verwerken. Om marktverstoring tussen mobiele en stationaire afvalverwerkingslocaties te voorkomen, geldt deze verplichting hier ook. Aangezien stationaire afvalverwerkingsbedrijven vergunningplichtig zijn, worden de regels rondom registratie opgenomen als voorschriften in de vergunning (zie ook artikel 8.39 Bkl). Aangezien mobiel breken meldingsplichtig is, zijn deze regels hier opgenomen als algemeen geldende regels in plaats van vergunningvoorschriften.
Deze formulering komt grotendeels overeen met wat voorheen in onderdeel 2.1.2 van de bijlage bij het Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval geregeld was. De verplichting dat de registratie per werkdag moet worden bijgehouden is komen te vervallen aangezien deze verplichting ook niet geldt voor overige bedrijven waar gelijke afvalstoffen worden bewerkt.1022
1020 Stb. 2018, 291, p. 507.
1021 Stb. 2018, 291, p. 507 en 508.
1022 Stb. 2018, 291, p. 508.