Wgh art. 1b lid 5
Wgh art. (99,) 100, 100a
Rmg 2012 art. 1.3
Bgh art. 3.3 en 3.4
Nadat geluidgevoelige bestemmingen zijn gebouwd en de weg is aangelegd, komt de Wet geluidhinder pas weer in beeld als er een wijziging aan die weg plaatsvindt. Vanuit de wet gaat het dan om de vraag of er sprake is van een ‘reconstructie’.
Een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder houdt in dat de geluidbelasting in het toekomstige maatgevende jaar tenminste 2 dB hoger is dan de in de wet bepaalde grenswaarde.
Voor de term grenswaarde gebruikt de Wet geluidhinder de term ‘ten hoogste toelaatbare geluidbelasting’.
Als dat het geval is, moet worden onderzocht met welke maatregelen de geluidbelasting wordt teruggebracht naar de grenswaarde.
Merk daarbij op dat deze reconstructietoets wordt uitgevoerd op de geluidbelasting, dat wil zeggen op de gevels van de geluidgevoelige bestemmingen (en dus niet op de emissie). Voor het toekomstig maatgevende jaar wordt het peiljaar 10 jaar na uitvoering van de wijziging aangehouden. De geluidbelasting in het toekomstige maatgevende jaar wordt berekend zonder rekening te houden met mogelijk te treffen maatregen.
Uit de definitie van een reconstructie kan worden opgemaakt dat in principe elke wijziging aan een weg die kan leiden tot een verhoging van de geluidbelasting, onderzocht moet worden op de gevolgen voor geluid. Denk bijvoorbeeld aan het verbreden van een weg, het verplaatsen van een weg, het vervangen van een wegdek door een lawaaiigere deklaag of het verhogen van de snelheid.
Om niet voor iedere wijziging aan een weg akoestisch onderzoek te hoeven doen, vermeldt de wet een aantal uitzonderingen. Voor alleen een snelheidsverlaging of alleen de vervanging van het liggende wegdek door een wegdek dat even stil of stiller is, is geen akoestisch onderzoek nodig.
We zullen nu eerst uitwerken wat de grenswaarde is in de reconstructietoets:
Als er voor een geluidgevoelige bestemming eerder een hogere waarde is verleend, is deze van belang bij het bepalen van de grenswaarde. De grenswaarde is dan de laagste van de eerder verleende hogere waarde en de heersende geluidbelasting.
Als er geen hogere waarde is verleend, is vervolgens de status van de woning en de weg op 1 januari 2007 van belang. Als zowel de weg als de woning op 1-1-2007 aanwezig, in aanleg/aanbouw of geprojecteerd was én de heersende geluidbelasting hoger is dan 48 dB, is de heersende geluidbelasting de grenswaarde.
In alle overige gevallen is de grenswaarde 48 dB.
Deze grenswaarde geldt voor zowel woningen als andere geluidgevoelige gebouwen en voor geluidgevoelige terreinen.
Vervolgens vergelijken we de toekomstige geluidbelasting zonder maatregelen met de grenswaarde, om na te gaan of er een verschil is van 2 dB of meer. Dit verschil wordt berekend op basis van niet-afgeronde geluidbelastingen. Dat betekent in de praktijk dat een toename van 1,50 dB of meer ten opzichte van de grenswaarde wordt beoordeeld als zijnde een reconstructie. Als het verschil tussen de toekomstige geluidbelasting en de grenswaarde 1,49 dB of kleiner is, is er geen sprake van een reconstructie.
Over de vraag wat verstaan wordt onder de ‘toekomstige situatie zonder maatregelen’, is er jurisprudentie:
ABRvS 14 juni 2017,
ECLI:NL:RVS:2017:1563
, gemeente Oost-Gelre
In deze zaak bestrijden de appellanten de werkwijze van de gemeente, waarbij in de reconstructietoets in de toekomstige situatie het effect van stil asfalt al is meegenomen. Volgens de appellanten moet de geluidsbelasting zonder toepassing van deze maatregel worden berekend.
De afdeling oordeelt echter dat deze werkwijze wel geoorloofd is. Bij het bepalen of de geluidsbelasting met meer dan 2 dB toeneemt, dient te worden uitgegaan van de fysieke wijziging van de weg zelf, waaronder het aanbrengen van geluidreducerend asfalt kan worden gerekend wanneer dit een onderdeel vormt van de fysieke wijziging van de weg. Er dient in de reconstructietoets geen rekening te worden gehouden met eventuele maatregelen ter beperking van de geluidsbelasting, zoals geluidschermen.
Als een eerdere hogere waarde was verleend vóór 2007, is deze vastgesteld op basis van een etmaalwaarde in plaats van op de Lden. In dat geval rekenen we de hogere waarde om door deze te corrigeren met het verschil tussen de Lden en de etmaalwaarde in de huidige situatie. De onafgeronde uitkomst hiervan vormt de basis voor het bepalen van de grenswaarde.
Als er een reconstructie is op een locatie waar ook sprake is van nog niet afgehandelde sanering, is het verplicht om tegelijk met de reconstructie de sanering op te lossen (zie volgende paragraaf).
Als verwacht kan worden dat de reconstructie op andere wegen of wegdelen leidt tot een toename van de geluidbelasting van 2 dB of meer, moeten die wegen of wegdelen ook in het onderzoek betrokken worden.
Als het redelijkerwijs niet mogelijk is om de geluidbelasting bij een reconstructie terug te brengen tot de grenswaarde, kan het bevoegd gezag een hogere waarde verlenen. Daaraan is een in de wet bepaald maximum verbonden, de maximale ontheffingswaarde.
De vast te stellen hogere waarde mag in principe niet meer dan 5 dB hoger zijn dan de eerder bepaalde grenswaarde. Voor woningen is het mogelijk om af te wijken van deze grens, als de geluidbelasting bij een ten minste gelijk aantal woningen evenveel of meer vermindert.
Verder geldt dat een hogere waarde vanwege een reconstructie niet hoger mag zijn dan de in onderstaande tabel vermelde maximale ontheffingswaarde.
|
type object |
omschrijving |
maximale ontheffingswaarde [dB] |
|
|
stedelijk |
buitenstedelijk |
||
|
woningen |
eerder hogere waarde vastgesteld op basis van art. 83 of art. 84 (Wgh van vóór 1-9-1991) |
63 |
58 |
|
niet eerder een hogere waarde vastgesteld en heersende waarde ≤ 53 dB |
63 |
58 |
|
|
eerder een hogere waarde vastgesteld op basis van de Wgh, de Experimentenwet Stad en Milieu of de Interimwet Stad en Milieu |
de eerdere vastgestelde hogere waarde |
de eerder vastgestelde hogere waarde |
|
|
overige gevallen |
68 |
68 |
|
|
andere geluidgevoelige gebouwen |
eerder hogere waarde vastgesteld óf heersende waarde ≤ 53 dB |
63 |
58 |
|
eerder een hogere waarde vastgesteld op basis van de Wgh, de Experimentenwet Stad en Milieu of de Interimwet Stad en Milieu |
de eerder vastgestelde hogere waarde |
de eerder vastgestelde hogere waarde |
|
|
overige gevallen |
68 |
68 |
|
|
geluidgevoelige terreinen |
53 |
53 |
|