Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Wgh art. 110a lid 1, 2 en 7
Wgh art. 90 lid 2
Bgh art. 4.23
Wgh art. 104a lid 1, 2 en 3
Als hoofdregel geldt dat de burgemeester en wethouders van een gemeente het bevoegd gezag zijn voor hogere waarden op geluidgevoelige bestemmingen die binnen hun gemeente liggen. Afwijkend hiervan is de situatie dat een hogere waarde wordt vastgesteld voor een activiteit die leidt tot een hogere waarde in een andere gemeente. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen als een weg wordt aangelegd in een gemeente waardoor er in de aangrenzende gemeente een hogere waarde nodig is. In dat geval ligt het bevoegd gezag bij B en W van de gemeente waarin de activiteit plaatsvindt.

Uitzondering op deze hoofdregel zijn verder de volgende gevallen.

De minister is het bevoegd gezag:

  • voor het verlenen van hogere waarden vanwege de geluidsanering van weg- of railverkeerslawaai;

  • Als hogere waarden worden vastgesteld als onderdeel van een Tracébesluit, wegaanpassingsbesluit of geluidplan. Dit komt voor als er vanwege de aanleg of wijziging van een plafondweg ook aanpassingen plaatsvinden aan een weg die in het beheer is van een gemeente of provincie (niet-plafondweg).

Gedeputeerde Staten zijn het bevoegd gezag voor het verlenen van hogere waarden vanwege verkeerslawaai in de volgende twee gevallen:

  • als het gaat om hogere waarden die verleend worden in verband met de aanleg of wijziging van een hoofdspoorweg;

  • vanwege projecten aan een plafondweg die niet onder de Tracéwet vallen en die leiden tot hogere waarden op een weg in beheer van een gemeente of provincie (niet-plafondweg). In dit geval worden hogere waarden vastgesteld met een besluit van de Gedeputeerde Staten van de provincie waarin de weg ligt.