Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Een gemeente is verplicht voor het gehele grondgebied een of meer structuurvisies vast te stellen waarin de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid zijn vastgesteld. Er zijn drie soorten structuurvisies denkbaar: een integrale visie voor de gehele gemeente, een deelstructuurvisie voor een concrete gebiedsontwikkeling of een concreet gebied en een aspectenstructuurvisie.

Een structuurvisie maakt het in het kader van de grondexploitatie mogelijk om meer kosten te verhalen. Via artikel 6.24 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kunnen in anterieure grondexploitatieovereenkomsten afspraken worden opgenomen over financiële bijdragen aan de grondexploitatie aan ruimtelijke ontwikkelingen. Via artikel 6.13 lid 7 Wro kunnen bovenplanse kosten voor meerdere locaties of gedeeltes daarvan in de exploitatieopzet worden meegenomen in de vorm van een fondsbijdrage. Dan moet wel een structuurvisie aanwijzingen geven over de bestedingen die ten laste van het fonds kunnen komen. In de praktijk zijn dit vaak parkeerfondsen.

De structuurvisie zoals hier bedoeld en in de Wro moet niet verward worden met de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) die in 2012 in werking is getreden. In de SVIR staan de plannen van de Rijksoverheid voor ruimte en mobiliteit met een scope tot 2040 beschreven. Provincies en gemeenten krijgen in de SVIR meer bevoegdheden ten aanzien van de ruimtelijke ordening. Concreet heeft het kabinet in de SVIR drie rijksdoelen tot 2028 geformuleerd. Dit zijn het vergroten van de concurrentiekracht door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken, de bereikbaarheid verbeteren en te zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden (zie ook par. 3.1.2).