|
Beleidsthema |
Ambitieniveau |
||
|
Actief |
Voorlopend |
Innovatief |
|
|
Energie in provinciale gebouwen |
|||
|
Nieuwbouw |
– Het toepassen van een met 4–8% verscherpte Energie Prestatiecoëfficient (EPC) en energiebeheer (met uitvoering zorgplicht) invoeren. |
– Het toepassen van een met 8–12% verscherpte Energie Prestatiecoëfficient (EPC). |
– Het realiseren van een landelijke voorbeeldfunctie of innovatief voorbeeldproject (minimum niveau >12% verscherpte Energie Prestatiecoëfficient (EPC) of bijvoorbeeld een ‘nul-energiegebouw’). |
|
Bestaande bouw |
– Bij renovaties uitvoeren van alle vaste en kostenneutrale energiemaatregelen uit het Nationaal Pakket Duurzame Utiliteitsbouw en energiebeheer (met uitvoering zorgplicht) invoeren in alle provinciale gebouwen. |
– Bij renovaties uitvoeren van 30% van de variabele (niet kostenneutrale) energiemaatregelen uit het Nationaal Pakket Duurzame Utiliteitsbouw. – Minimaal 50% van het energiegebruik van alle provinciale |
– Het totale energiegebruik (100%) van alle provinciale gebouwen is afkomstig van duurzame energiebronnen. – Ten minste 20% van het energiegebruik van het provinciegebouw zelf opwekken met |
|
– Duurzame energiehuishouding als hard criterium meenemen bij het inkoopbeleid, waarbij minimaal 10% van het energiegebruik van alle provinciale gebouwen afkomstig is van duurzame energiebronnen. |
gebouwen is afkomstig van duurzame energiebronnen |
duurzame energiebronnen. |
|
Beleidsthema |
Ambitieniveau |
||
|
Actief |
Voorlopend |
Innovatief |
|
|
Energie en duurzaam ondernemen |
|||
|
Bedrijven |
– Opstellen en uitvoeren van een actieplan voor het implementeren van de verbredingsthema’s duurzame energie en energiezuinige productontwikkeling De verbredingsthema’s zijn: – duurzame energie: bijvoorbeeld zon, wind, warmte, koude-warmte opslag, biomassa, – energiezuinige productontwikkeling: duurzame producten, optimalisatie van transport, logistiek en ketens, duurzame bedrijventerreinen bij minimaal 20% van de energie- |
– Stimuleren en implementeren van duurzaam ondernemen bij de inrichtingen die behoren tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aangewezen categorie, waarvoor de provincie bevoegd gezag is via een actieplan. |
– De provincie is vooruitstrevend op het gebied van duurzaam ondernemen, bijvoorbeeld door provinciale pilotprojecten met een vernieuwend karakter, gebiedsgerichte uitwerking van |
|
extensieve inrichtingen die behoren tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aangewezen categorie Onder energie-extensieve inrichtingen wordt verstaan de inrichtingen met een energiegebruik tussen 0,001 en 0,01 PJ en inrichtingen die niet meedoen met het Convenant Benchmarking energie-efficiency en de Meerjarenafspraken energie-efficiency. , waarvoor de provincie bevoegd gezag is. – Organiseren en faciliteren van een actieplan van gemeenten en bedrijven voor energiedoorlichting- en, adviezen en invoering van maatregelen bij bedrijven, waarvoor de gemeente bevoegd gezag is. |
– Organiseren en faciliteren van een implementatieplan van duurzaam ondernemen bij grote bedrijven en Midden- en kleinbedrijf – ondernemingen waar gemeente bevoegd gezag is. |
grootschalige energie-uitwisseling of verdergaande afspraken met het bedrijfsleven. |
|
|
Bedrijventerreinen |
– Organiseren en faciliteren van een actieplan of projecten van gemeenten en bedrijfsleven om duurzame energiehuishouding op locatieniveau te implementeren op bedrijventerreinen (nieuw, bestaand en renovatie). – Organiseren dat bij planvor- |
– Bijdrage leveren aan het realiseren van bedrijventerreinen met een duurzame energiehuishouding door faciliteren of organiseren van de procesbegeleiding of implementatie, bijv. door de inzet van deskundige menskracht of via afspraken. |
– Organiseren en faciliteren van het realiseren van de opzet en inrichting van een nul-energie bedrijventerrein door gemeenten en bedrijfsleven. |
|
ming en beoordeling van plannen voor de ontwikkeling of revitalisering van (duurzame) bedrijventerreinen duurzame energiehuishouding expliciet als ontwerp- en inrichtingscriterium worden meegenomen. |
– Bij het toetsen van ontwerp- en inrichtingsplannen en bestemmingsplannen die gericht zijn op de ontwikkeling of revitalisering van duurzame bedrijventerreinen duurzame energiehuishouding als criterium meenemen. |
|
Beleidsthema |
Ambitieniveau |
||
|
Actief |
Voorlopend |
Innovatief |
|
|
Energie in verkeer en vervoer |
|||
|
Organisatie, infrastructuur en voorzieningen |
– Opstellen en uitvoeren van een vervoersactieplan voor provinciale medewerkers en het wagenpark (huur en eigendom) gericht op 10–25% verschuiving potentiële modal shift en een efficiencyverbetering van 5% |
– Uitvoeren van een vervoersactieplan gericht op 25–50% verschuiving potentiële modal shift, verlaging potentiële autoratio en een efficiencyverbetering van 10%. |
– Uitvoeren van vervoersactieplan gericht op 50–100% verschuiving potentiële modal shift, verlaging potentiële autoratio en een efficiencyverbetering van 15%. |
|
– Opstellen en implementeren van een uitvoeringsplan energiebesparing en duurzame energie voor provinciale infrastructuur en voorzieningen (nieuw, bestaand en renovatie), waarbij ten minste alle energiemaatregelen met een terugverdientijd van < 5 jaar moeten worden uitgevoerd. |
– Uitvoeren van het actieplan energiebesparing en duurzame energie voor provinciale infrastructuur en voorzieningen waarbij ten minste alle energiemaatregelen met een terugverdientijd van < 10 jaar moeten worden uitgevoerd minimaal 15% van het elektriciteitsverbruik van provinciale infrastructuur en voorzieningen afkomstig is van duurzame energiebronnen. |
– Opstellen en implementeren van een actieplan gericht op ketenbenadering bij renovaties van infrastructuur en voorzieningen. – Een jaarlijkse efficiencyverbetering van 4% op het totale energieverbruik van provinciale infrastructuur en voorzieningen of 40% van het elektriciteitsverbruik van provinciale infrastructuur en voorzieningen is afkomstig van duurzame energiebronnen. |
|
|
Mobiliteit en ruimtelijke aspecten |
– Duurzame energiehuishouding als criterium meenemen bij concessieverlening openbaar (bus)vervoer. – Stimuleren en faciliteren van de implementatie van energiezuinig rijden, energiezuinig goederenvervoer of vervoersmanagement bij bedrijven. |
– Duurzame energiehuishouding als hard criterium meenemen bij concessieverlening openbaar (bus)vervoer. – Organiseren en faciliteren van een actieplan voor energiezuinig goederenvervoer (transportpreventie, energie-efficiënte stedelijke distributie, hogere beladings- |
– Vernieuwer op het gebied van duurzaam vervoer en systeeminnovaties, bijvoorbeeld door een masterplan openbaar vervoer, ketenmobiliteit, experimenten met ondergrondse of innovatieve transportsystemen, stedelijke distributie of implementeren van de meest energiezuinige variant uit |
|
– Stimuleren en faciliteren van gemeenten bij ontwerp en planvorming duurzame mobiliteit of de revitalisering en inrichting van (duurzame) woonwijken en werkgebieden. |
graad via groupage, bundeling, overslagplaatsen). – Organiseren en faciliteren van de uitvoering van regionale of lokale operationele plannen voor duurzame mobiliteit en ontwerp en aanleg van (duurzame) woonwijken en werkgebieden. |
de VPR studie. |
|
Beleidsthema |
Ambitieniveau |
||
|
Actief |
Voorlopend |
Innovatief |
|
|
Energie in het landelijk gebied |
|||
|
Vernieuwing landelijk gebied |
– Organiseren en implementeren van energiebesparing en duurzame energie bij planvorming en -uitwerking en uitvoeringsprojecten bij de gebiedsgerichte aanpak, plattelandsvernieuwing of bij de revitalisering van het landelijk gebied. |
– Organiseren en faciliteren van het uitvoeren van maatregelen of voorzieningen energiebesparing en duurzame energie via uitvoeringsplannen (zoals teelt van bio-energiegewassen, windenergie, duurzame mestbe- en verwerkingsinstallaties e.d.). |
– De provincie is vooruitstrevend bij grootschalige introductie van biomassa en andere duurzame energie-opties in de gebiedsgerichte aanpak of plattelandsvernieuwing. – De CO2-uitstoot van dienstreizen compenseren door binnenlandse bosaanplant. |
|
Agrarische bedrijven |
– Stimuleren en faciliteren van de samenwerking en een projectmatige aanpak: – Voor de planvorming en projectontwikkeling van nieuwe glastuinbouwvestigingen met een duurzame energiehuishouding. |
– Organiseren en faciliteren van het uitvoeren van maatregelen gericht op het verminderen van de energiebehoefte, toepassen duurzame energie en efficiënte energielevering in de glastuinbouw. – Organiseren en faciliteren van |
– Implementeren van een innovatief voorbeeldproject en -locatie: bijvoorbeeld nul-CO2-emmissie glastuinbouw of nul-broeikasgasemissies agrarische bedrijven. |
|
– Voor de mogelijkheden van collectieve energievoorzieningen (warmtenet, CO2– distributie) voor herstructureringsgebieden of -projecten. – Stimuleren en implementeren van energiebesparing en duurzame energie bij agrarische bedrijven via een implementatieplan. |
het uitvoeren van maatregelen gericht op het verminderen van de energiebehoefte, toepassen duurzame energie en efficiënte energielevering bij agrarische bedrijven. |
||
|
Recreatie |
– Samen met de recreatiebedrijven (al dan niet via de koepels) en de gemeenten een actieplan energiebesparing en duurzame energie in de recreatiesector opstellen en implementeren |
– Organiseren en faciliteren van een gezamenlijk actieplan van de recreatiebedrijven gericht op invoeren van energiebesparing en duurzame energie in de recreatiesector. |
– Organiseren en faciliteren van de inrichting van een camping , hotel of andere recreatievoorziening met landelijke voorbeeldfunctie of innovatief voorbeeldproject in Nederland (bijvoorbeeld nul-energie camping of hotel). |
|
Beleidsthema |
Ambitieniveau |
||
|
Actief |
Voorlopend |
Innovatief |
|
|
Energie in de bouw |
|||
|
Nieuwbouw (prioritair thema) |
– Implementeren en uitvoeren van een actieplan voor het op regionaal niveau organiseren en faciliteren van de uitvoering van nieuwbouwactiviteiten op het actieve niveau prestatiekaart door (met name kleinere) gemeenten. |
– Implementeren en faciliteren van een actieplan voor de uitvoering van projecten (van gemeenten, projectontwikkelaars, woningcorporaties) met een voorlopend niveau prestatiekaart gemeenten. – Bij het toetsen van alle |
– Implementeren en faciliteren van een actieplan voor de uitvoering van projecten (van gemeenten, projectontwikkelaars, woningcorporaties) met een innovatief niveau prestatiekaart gemeenten. |
|
– In het vooroverleg Wet ruimtelijke ordening principes energiebesparing en duurzame energie inbrengen. |
bestemmingsplannen duurzame energiehuishouding als criterium meenemen. |
||
|
Bestaande bouw (prioritair thema) |
– Implementeren en uitvoeren van een actieplan voor het op regionaal niveau organiseren en faciliteren van de uitvoering van bestaande bouw activiteiten op het actieve niveau prestatiekaart |
– Implementeren en faciliteren van een actieplan voor de uitvoering van projecten (van gemeenten, projectontwikkelaars, woningcorporaties) met een voorlopend niveau prestatiekaart gemeenten. – Bij het toetsen van alle |
– Implementeren en faciliteren van een actieplan voor de uitvoering van projecten (van gemeenten, projectontwikkelaars, woningcorporaties) met een innovatief niveau prestatiekaart gemeenten. |
|
door (met name kleinere) gemeenten. – In het vooroverleg Wet ruimtelijke ordening principes energiebesparing en duurzame energie inbrengen. |
bestemmingsplannen duurzame energiehuishouding als criterium meenemen. |
|
Beleidsthema |
Ambitieniveau |
||
|
Actief |
Voorlopend |
Innovatief |
|
|
Duurzame energie |
|||
|
(prioritair thema) |
– De ruimtelijke randvoorwaarden en mogelijkheden voor duurzame energie en energiebesparing verankeren in de strategische en operationele provinciale plannen (Streekplan, omgevingsplan,… ) – Uitvoeren taakstelling en afspraken BLOW. |
– Opstellen en implementeren van een plan van aanpak samen met gemeenten met als doel het realiseren van een aandeel duurzame energie van 5% in 2010 van het totale energiegebruik in de provincie. |
– Opstellen en implementeren van een plan van aanpak met als doel het realiseren van een aandeel duurzame energie van 10% in 2010 van het totale energiegebruik in de provincie. |
|
Van de volgende drie activiteiten minimaal één: |
Van de volgende twee activiteiten minimaal één: |
||
|
– Stimuleren en faciliteren van gemeenten en marktpartijen bij de uitvoering van duurzame energieprojecten – Opstellen en implementeren stimulerings- en uitvoeringsprogramma duurzame energie gericht op realisatie van marktconforme initiatieven. |
– Organiseren en faciliteren van het uitvoeren van een stimulerings- en uitvoeringsprogramma duurzame energie gericht op realisatie van marktconforme en niet marktconforme projecten. – Organiseren en faciliteren |
||
|
– Opstellen en implementeren actieplan biomassa met de koers (beleid en uitvoering) voor de komende periode. |
van het uitvoeren van een actieplan biomassa. |
Regelgeving die op dit bijlage is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)
Geen
Beleidsregels en circulaires die dit bijlage als wettelijke bevoegdheid hebben
Geen
Artikelen of vergelijkbare tekst die verwijzen naar dit bijlage
(02-02-2017)
|
Datum van inwerking- treding |
Terugwerkende kracht |
Betreft |
Ondertekening |
Bekendmaking |
Kamerstukken |
Ondertekening |
Bekendmaking |
Opmerking |
|
01-10-2010 |
wijziging |
12-05-2010 |
10-06-2010 |
|||||
|
wijziging |
20-06-2008 |
20-06-2008 |
||||||
|
nieuwe-regeling |
12-12-2006 |
12-12-2006 |
||||||
Opmerkingen
1) Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt.