Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

In de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening wordt het nodige geregeld in aanvulling op de landelijke en provinciale regelgeving. Het Activiteitenbesluit geeft voor een aantal onderwerpen een nadrukkelijke grondslag om in een nadere regeling te voorzien.

Een voorbeeld is de regeling voor collectieve en individuele festiviteiten op basis van artikel 2.21 van het Activiteitenbesluit. Een gemeente kan toestaan dat er maximaal 12 keer per jaar festiviteiten plaatsvinden binnen een inrichting, waarbij wordt afgeweken van de geluidsnormen die het Activiteitenbesluit stelt. Deze festiviteitenregeling is standaard in de APV opgenomen. De ene gemeente laat het maximumaantal van 12 festiviteiten toe, de andere gemeente beperkt dit bijvoorbeeld tot 2 per jaar. Er kan onderscheid worden gemaakt per gebied of per type inrichting. Zo kan een gemeente er bijvoorbeeld voor kiezen om in een horecaconcentratiegebied meer festiviteiten toe te staan dan in een woonwijk.

In het Activiteitenbesluit is het traditioneel schieten uitgezonderd van toetsing aan de geluidnormen. Hetzelfde geldt voor het ten gehore brengen van onversterkte muziek. De gemeente heeft echter de keuze om hiervoor regels op te nemen in de APV en zo toch beperkingen op te leggen. De grondslag hiervoor wordt gegeven in artikel 2.18 lid 5 van het Activiteitenbesluit.

Daarnaast kan de gemeente voor bepaalde gebieden een ander beschermingsniveau vastleggen. Zo kunnen afwijkende normen worden opgenomen voor horecaconcentratiegebieden of detailhandelsgebieden (zie artikel 2.19a Activiteitenbesluit) en gebieden met agrarische inrichtingen of glastuinbouwgebieden (zie artikel 2.17 lid 7 Activiteitenbesluit).