Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Het uitgangspunt onder de Ow is om het basistakenpakket zo beleidsneutraal mogelijk voort te zetten onder de Ow,650 maar met de komst van de Ow staan omgevingsdiensten toch voor een aantal veranderingen.

Milieutaken
We spreken sinds 2024 niet meer over ‘inrichtingen’ maar over ‘milieubelastende activiteiten’. De lokale reguleringsruimte wordt groter: sommige milieunormen worden niet meer op rijksniveau gesteld maar in het omgevingsplan. Een bedrijf gaat van één vergunning naar een kernactiviteit en meerdere overige milieubelastende activiteiten. Dit alles heeft gevolgen voor het basistakenpakket.

Daarnaast heeft het rijk een aantal regels, de zogenaamde bruidsschat, aan gemeenten overgedragen waarbij ‘oude’ rijksregels kunnen worden opgenomen in het omgevingsplan. Hierover dient besluitvorming plaats te vinden door gemeenten. Ook krijgen omgevingsdiensten te maken met participatie in vergunningtrajecten.651

De lokale reguleringsruimte wordt groter, dat vraagt ook om nadere afspraken. Interessant is te bezien wat er gebeurt met de (milieu)regelruimte die de gemeente krijgt toebedeeld in het omgevingsplan. Het opstellen van en toezien op geluidsnormen in het omgevingsplan is bijvoorbeeld geen onderdeel van het (nieuwe) basistakenpakket.

Voor de milieubelastende activiteiten die in het Bal geregeld zijn gelden geen grote veranderingen. Het voorkomen of beperken van geur-, geluid-, trilling- of lichthinder bij de in het Bal aangewezen milieubelastende activiteiten is namelijk een van de oogmerken van de rijksregels.652

Op grond van de specifieke zorgplicht moeten laatstgenoemde milieu-thema's worden meegewogen in de rijks-milieubelastende activiteiten.653 Dat laatste geldt echter niet voor de milieubelastende activiteiten die niet meer in het Bal staan en een plek krijgen in het gemeentelijke omgevingsplan.654 Het is hier de gemeenteraad die bevoegd gezag is en derhalve zelf regels mag stellen over deze onderwerpen.655 Gemeenten hebben in de aanloop naar de inwerkingtreding van de Ow, dan wel na 1 januari 2024 over de milieu-thema's die niet meer onder rijksregels vallen, afspraken gemaakt met de omgevingsdiensten voor een goede uitvoering daarvan.

Het gegeven dat milieuregels ‘op een andere plaats staan’ zorgt dus, met andere woorden, naar verwachting niet voor een andere invulling van de taken van een omgevingsdienst.656

De komst van de Ow heeft geleid tot een nieuw aangrijpingspunt voor het basistakenpakket. Niet langer is het begrip ‘inrichting’ het aangrijpingspunt, maar het begrip ‘milieubelastende activiteit’. Een milieubelastende activiteit bestaat in de meeste gevallen uit een kernactiviteit (zoals het maken van producten van metaal) en andere milieubelastende activiteiten die de kernactiviteit functioneel ondersteunen.

Als gevolg daarvan komt het begrip in de meeste gevallen overeen met het begrip ‘inrichting’. Alleen wanneer een activiteit wordt uitgevoerd die geen onderdeel is van de kernactiviteit en deze ook niet functioneel ondersteunt, valt deze buiten bereik.

Let op: het oude begrip inrichting ging uit van een bepaalde begrenzing. Dat is met de mba’s niet meer.

Aan de hand van de uitgangspunten van de Wijzigingswet verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving is geoordeeld dat het buiten bereik vallen van een dergelijke activiteit niet problematisch is. De omgevingsdiensten zijn primair opgericht voor de uitvoering van complexe taken die specifieke deskundigheid of specifieke toezichtexpertise vergen.657

Bouwtaken
De belangrijkste inhoudelijke wijziging is de knip in de bouwtaken waarbij de bouwtechnische vergunning/melding is gesplitst van de ruimtelijke vergunning (toets inpasbaarheid omgevingsplanactiviteit). De Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) is in 2020 al aangenomen en is gelijktijdig met de Ow (2024) in werking getreden. Een eerste impactanalyse op de betekenis en gevolgen van deze wetgeving op de taken en uitvoering van de omgevingsdienst en haar opdrachtgevers is gemaakt. De impact kan flink zijn als het gaat om de omvang van de hoeveelheid werk dat verschuift in twee fasen (2024 voor de eenvoudigere bouwwerken en later voor de meer complexe bouwwerken) naar de markt.

 

Let op: dit onderwerp is anno 2025 nog onderhavig aan discussie.

In de eerste fase is de impact bij de omgevingsdiensten relatief beperkt, maar zal dit vooral merkbaar zijn bij de gemeenten. De vermindering van de omvang van de werkzaamheden kan op termijn aanleiding zijn om andere afspraken te maken over de verdeling van de taken tussen omgevingsdienst en opdrachtgever (provincie en gemeente).658

Daarnaast geldt bij bouw, net als bij milieu, dat er kansen liggen voor meer integrale advisering bij omgevingsplannen en bruidsschat.

Knip

De belangrijkste inhoudelijke wijziging is de knip in de bouwtaken; waarbij de bouwtechnische vergunning/melding wordt gesplitst van de ruimtelijke vergunning (toets inpasbaarheid omgevingsplanactiviteit). Onder de oude wetgeving hoorde dit bij elkaar en voerde de omgevingsdienst beide aspecten dus ook uit voor die opdrachtgevers waarvoor ze deze taken uitvoerde. Als gevolg van de Wkb is de technische toets en toezicht daarop echter grotendeels weggevallen voor het bevoegd gezag. De overige taken, zoals toetsen aan welstand, bestemmingsplan, bouwveiligheid, sloop en brandveilig gebruik blijven bij het bevoegd gezag. Daarnaast zijn er taken bijgekomen, zoals het risico dossier en het dossier bevoegd gezag bij oplevering. Essentieel is dat het bevoegd gezag wettelijk wel belast blijft met het toezicht op naleving van bouwregelgeving en zorg blijft dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving.

Bodemtaken
Per 2022 verschuiven taken voor bodemenergiesystemen van provinciaal bevoegd gezag naar gemeentelijk bevoegd gezag: warmte overdracht bodemtaken. Daarbij blijven enkele taken onder de Wet Bodembescherming vallen en daarmee onder het overgangsrecht. Deze taken blijft de omgevingsdienst voor de Provincie uitvoeren. Daarnaast zijn in de Ow onder andere geen regels gesteld voor grondwater. De Provincies moeten hier in de Omgevingsverordening regels voor opstellen waar taken voor een omgevingsdienst uit kunnen voortvloeien.659

Onder de Wet bodembescherming staat het geval van verontreiniging centraal. Onder de Ow zijn de bodem gerelateerde activiteiten niet langer apart geregeld.

Deze activiteiten worden aangewezen als milieubelastende activiteit in hoofdstuk 3 Bal. Daarmee blijven het saneren van de bodem en bedrijfsterreinen én de activiteiten uit het Besluit bodemkwaliteit, onderdeel van het basistakenpakket.

In lijn met de overige in hoofdstuk 3 Bal aangewezen milieubelastende activiteit is vergunningverlening (inclusief bodemaspecten) ook onderdeel van het basistakenpakket. Ook meldingen, maatwerkvoorschriften en gelijkwaardige maatregelen in het kader van de algemene regels voor saneringen zijn onderdeel van het basistakenpakket. Voor deze onderwerpen is sprake van een beperkte uitbreiding van het basistakenpakket. Voor wat betreft het lozen van grondwater vanuit een proefbronnering of een bodemsanering is sprake van een vermindering van het basistakenpakket omdat deze lozingen worden gedecentraliseerd.660

Ook kleinschalig graven (in verontreinigde bodem) wordt gedecentraliseerd. Deze onderwerpen krijgen een plek in het gemeentelijke omgevingsplan. Ook op dit punt vermindert het basistakenpakket. Grondwatersaneringen verdwijnen eveneens uit het basistakenpakket, omdat het rijk deze niet meer reguleert.

Tot slot gaat het bodemtoezicht binnen de contouren van provinciale bedrijven binnen het basistakenpakket vallen en zo ook de bodemvergunningverlening onder gemeentelijk bevoegd gezag.

Seveso-taken
In Nederland vallen met de Ow circa 1900 bedrijven onder de definitie ‘complex bedrijf’, waarvan ongeveer 400661 onder de Seveso-richtlijn vallen. Daarnaast zijn er veel complexe bedrijven (ook Seveso-inrichtingen) die ook onder het bereik van de Richtlijn industriële emissies vallen en een beperkte groep bedrijven die niet onder deze richtlijnen valt, maar vanwege hun milieugevolgen wel als ‘complex bedrijf’ zijn aangemerkt.

De provincies zijn bevoegd gezag voor deze complexe bedrijven. De taak voor het verlenen van omgevingsvergunningen voor milieubelastende activiteiten en het toezicht op de naleving van de omgevingsvergunningen en algemene regels voor milieubelastende activiteiten ligt bij de omgevingsdiensten.

De basistaken voor vergunningverlening en handhaving voor Seveso-inrichtingen is belegd bij zes gespecialiseerde omgevingsdiensten, omdat die een bijzondere deskundigheid vereisen.

Het gaat hierbij om de basistaken voor activiteiten in bedrijven die voorheen vielen onder het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 en bedrijven waarbinnen zich een zogenoemde categorie 4-installatie bevindt.662663

Dit zijn: Omgevingsdienst Groningen, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, Omgevingsdienst Regio Nijmegen, DCMR Milieudienst Rijnmond, Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant en Omgevingsdienst Limburg Zuid.664665

650 NvT Voorhangversie Invoeringsbesluit Ow – deel 4 – Wijzigingen Omgevingsbesluit – Algemeen deel (mei 2019).

651 Memo Verandering takenpakket bij invoering Ow, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, d.d 18 maart 2020.

652 Art. 2.2 Bal.

653 Art. 2.11 Bal.

654 Zie uitvoerig; L.H.J. Baars, De omgevingsdienst als ‘dragende muur’ in de Ow, MenR 2019/119.

655 Baars, De omgevingsdienst als ‘dragende muur’ in de Omgevingswet, MenR 2019/119.

656 Besluit verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving (wijziging van het Bor); Stb. 2017,193.

657 NvT Invoeringsbesluit p. 127.

658 Memo Verandering takenpakket bij invoering Omgevingswet, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, d.d. 18 maart 2020.

659 Memo Verandering takenpakket bij invoering Ow, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, d.d. 18 maart 2020.

660 Volgens de toelichting bij het basistakenpakket in het Invoeringsbesluit, versie maart 2020, behoren dergelijke lozingen tot het basistakenpakket.

661 Zie: https://www.rendement.nl/gevaarlijke-stoffen/nieuws/inspectie-szw-verscherpt-toezicht-op-brzo-bedrijven.html.

662 Zoals vermeld in bijlage 1 bij de EU-Richtlijn industriële emissies.

663 NvT Besluit VTH, Stb. 2017, 193 p. 12.

664 Handreiking omgevingsvergunning 2.0; Aan de slag met de Omgevingswet, november 2019.

665 Indeling in regio’s en verplichte keuze van omgevingsdienst is bepaald in 18.21 Ow.