Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

De beginselen van gelijke behandeling en transparantie verlangen van aanbestedende diensten dat door de motivering van gunningsbeslissingen de afgewezen inschrijvers zodanig worden geïnformeerd dat zij kunnen beoordelen of een opkomen tegen de gunningsbeslissing bij de rechter zinvol is. Een samenvattende beschrijving van de redenen van afwijzing is daarbij niet voldoende. Dat geeft partijen onvoldoende houvast. De Hoge Raad is van oordeel dat het toenmalige artikel 6, eerste lid, WIRA (thans: artikel 2.130, eerste lid, Aw) zo moet worden uitgelegd dat een latere aanvulling van de daarin bedoelde relevante redenen in beginsel niet mogelijk is. ‘Ter voorkoming van misverstand wordt nog opgemerkt dat art. 6 lid 1 Wira zich niet ertegen verzet dat in de kennisgeving vermelde redenen door de aanbestedende dienst later nader worden toegelicht. Deze mogelijkheid vindt haar begrenzing daar waar in feite sprake is van het aanvoeren van nieuwe redenen’.

HR 7 december 2012, Tele2/KPN, ECLI:NL:HR:2012:BW9231, r.o. 3.14 en HR 7 december 2012, Staat/ KPN,

ECLI:NL:HR:2012:BW9233, r.o. 3.12.

Een latere aanvulling van de in de afwijzingsbrief bedoelde relevante redenen is daarom in beginsel niet mogelijk. Een uitzondering kan, naar het oordeel van de Hoge Raad, echter gerechtvaardigd zijn in het geval van door de aanbestedende dienst aannemelijk te maken bijzondere redenen of omstandigheden. Wat dergelijke bijzondere redenen of omstandigheden zijn, vermeldt de Hoge Raad echter niet.