De omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt ingevolge artikel 2.10 Wabo getoetst aan de technische voorschriften van het Bouwbesluit. Dan gaat het o.a. over geluidsisolatie tegen geluid van buiten (afdeling 3.1), geluid van installaties (afdeling 3.2), de beperking van galm (afdeling 3.3) en de geluidwering tussen ruimten met een gebruiksfunctie of een woonfunctie (afdeling 3.4).
Het Bouwbesluit schrijft kort gezegd voor dat een buitengevel een geluidsisolatie moet hebben van minimaal 20 dB. Er zijn specifieke regels opgenomen voor het geval er hogere waarden zijn vastgesteld voor industrie-, weg- of spoorweglawaai. De binnenwaarde mag in beginsel niet hoger zijn dan 35 dB(A) bij industrielawaai of 33 dB bij weg- of spoorweglawaai. Voor luchtvaartlawaai gelden aparte regels.
In het Bouwbesluit zijn daarnaast regels opgenomen voor de isolatie tegen geluid van installaties, zoals een ventilatiesysteem of een lift. Het gaat dan niet alleen om installaties in het eigen gebouw, maar ook op aangrenzende percelen. Het doel is om geluidsoverlast van de buren te voorkomen. Ook de isolatie van tussenwanden en -vloeren moet aan bepaalde minimumeisen voldoen.