Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Wgh art. 110g
Rmg 2012 art. 3.4 en 3.5
Bij de berekening van de geluidbelasting vanwege wegverkeer mag op grond van artikel 110g van de Wet geluidhinder een correctie worden toegepast vanwege de verwachting dat het verkeer in de toekomst stiller wordt. Deze correctie geldt voor alle berekeningen in het kader van de Wet geluidhinder. De correctie is dus geldig voor zowel de bouw van nieuwe geluidgevoelige objecten langs plafondwegen en niet-plafondwegen als ook voor nieuwe aanleg of reconstructie van een weg.

NB Voor berekeningen van wegverkeersgeluid binnen het kader van hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer wordt deze correctie niet toegepast.

Hoeveel de geluidbelasting wordt verlaagd, is nader uitgewerkt in artikel 3.4 van het Rmg 2012:

  • voor wegen met een representatieve snelheid van 70 km/h of meer:

    • 3 dB bij een geluidbelasting (zonder aftrek) van 56 dB;

    • 4 dB bij een geluidbelasting (zonder aftrek) van 57 dB;

    • 2 dB bij een geluidbelasting die niet 56 of 57 dB is;

  • Voor wegen met een representatieve snelheid van minder dan 70 km/h is deze aftrek 5 dB.

  • Bij berekening van binnenwaarden is de aftrek 0 dB.

De correctie wordt toegepast op de geluidbelasting in zowel de huidige situatie als de toekomstige situatie.

Daarnaast geldt een aftrek die wordt toegepast vanwege de verwachting dat in de toekomst stillere banden worden toegepast. Deze correctie wordt toegepast voor snelheden van ten minste 70 km/h op de wegdekcorrectie. De correctie bedraagt 1 dB voor wegdekken met een grovere toplaag, zoals zoab en tweelaags zoab. Voor wegdekken met een fijne toplaag, zoals DAB, dunne geluidreducerende deklagen (DGD) en tweelaags zoab fijn, wordt de wegdekcorrectie, oftewel de Cwegdek, met 2 dB verminderd. Deze wegdekcorrectie geeft aan hoeveel meer of minder geluidemissie een bepaald wegdek heeft ten opzichte van het referentiewegdek.
NB De stillebandencorrectie wordt toegepast voor alle berekeningen van wegverkeersgeluid, dus zowel binnen het kader van de Wet geluidhinder als binnen het kader van de Wet milieubeheer.

Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/h vallen buiten het regime van de Wet geluidhinder. Over de vraag hoe voor deze wegen moet worden omgegaan met artikel 110g, is er jurisprudentie:

ABRvS 29 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2409, Bestemmingsplan Parijsch-Zuid in Culemborg
In dit bestemmingsplan werd voor de wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u een aftrek toegepast van 5 dB, in overeenkomst met artikel 110g uit de Wet geluidhinder. Appellanten voerden aan dat dit niet geoorloofd is, omdat dergelijke wegen buiten het kader van de Wet geluidhinder vallen.
De Afdeling is van oordeel dat de raad bij de berekening van de geluidhinder ter plaatse van wegen met een snelheidsregime van maximaal 30 km/u een aftrek van 5 dB heeft mogen hanteren. Bij snelheden van 30 km/u of lager wordt de geluidemissie met name veroorzaakt door het motorgeluid en minder door het bandengeluid. Door de raad is toegelicht dat juist ten aanzien van het motorgeluid een toekomstige geluidreductie voor de hand ligt en dat de mogelijkheden om motoren stiller te maken een groter effect op de geluidbelasting hebben dan de mogelijkheden om het bandengeluid verder te reduceren. Dit komt de Afdeling niet onredelijk voor. Gelet hierop ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de aftrek van 5 dB in de praktijk niet volledig kan worden toegepast bij snelheden van 30 km/u of minder.