In de richtlijnen 2014/24/EU en 2014/25/EU is elektronische communicatie en informatieverstrekking leidend geworden. Het maakt het mogelijk de regelgeving op het terrein van het aanbestedingsrecht meer mediumonafhankelijk te formuleren. Dat komt tegemoet aan de op ons af stormende ontwikkelingen op technisch en elektronisch terrein.
Wil in de aanbestedingspraktijk optimaal gebruik gemaakt kunnen worden van elektronische hulpmiddelen, dan moeten deze zijn voorzien van voldoende waarborgen ten aanzien van integriteit, objectiviteit en non-discriminatie. Hiertoe zou gebruik kunnen worden gemaakt van de eerder door de Leidse hoogleraar prof. mr. H. Franken geïntroduceerde beginselen van behoorlijk ICT-gebruik.
Zie ook Van Romburgh, H.D., ‘Op weg naar een nieuw aanbestedingsrechtelijk kader in Nederland’, a.w., p. 37.
Artikel 4.12 Aw bevat een delegatiegrondslag voor het stellen van nadere regels voor het gebruik van elektronische communicatie en informatieverstrekking. Dit is nader uitgewerkt in de artikelen 3 tot en met 5 van het Aanbestedingsbesluit.
Een belangrijk instrument voor het elektronisch aanbestedingsverkeer is TenderNed geworden. Dit elektronische systeem van aanbesteden kent drie doelen: de functionaliteit voor het doen van aankondigingen, de functionaliteit voor de statistiekverplichting en de functionaliteiten die samenhangen met rapportages over aanbestedingen voor het parlement.
Kamerstukken II 2009-2010, 32 440, nr. 3 (MvT), p. 114-115.
TenderNed ondersteunt de aanbestedende diensten bij het juist invullen van de verschillende aankondigingen en draagt zorg voor het doorgeven daarvan – waar het Europese aanbestedingen betreft – aan de diensten van de Europese Commissie.
Indien een aanbestedende dienst bekendmakingen wil doen met betrekking tot aanbestedingen, dient hij daarbij op grond van artikel 4.12 jo 1.18 Aw gebruik te maken van TenderNed.
Een vijftal Nederlandse aanbieders van commerciële aanbestedingsplatforms hebben een klacht ingediend tegen de Nederlandse Staat. De klagers zien het aanbieden van TenderNed als een economische activiteit en beschouwen de financiering door de
Staat daarvan als staatssteun. De Commissie en het Gerecht waren echter van oordeel dat het karakter en het doel van TenderNed verbonden is met het uitoefenen van een publieke taak. Het standpunt van de klagers is nu ook door het Hof van Justitie in zijn arrest van 7 november 2019 weerlegd. Het Hof bevestigt het oordeel dat TenderNed moet worden beschouwd als een niet-economische dienst van algemeen belang (NEDAB). Ook stelde het Hof vast dat de inschrijvingsmodule van TenderNed niet gescheiden kan worden van de aankondigingsmodule. De financiering van TenderNed kan daarom niet als staatssteun worden aangemerkt, aldus het Hof.
HvJ EU van 7 november 2019, ECLI:EU:C:2019:932, r.o. 45.