Een raamovereenkomst is de resultante van een volledig afgeronde aanbesteding op grond waarvan marktpartijen zich op basis van de door de aanbestedende dienst verstrekte informatie ten aanzien van onder meer de geraamde hoeveelheden, de locaties of de aard van de werkzaamheden, zich hebben verbonden bepaalde werken te realiseren, leveringen te doen of diensten te verrichten. De aanbestedende dienst is op basis van een dergelijke overeenkomst gehouden deze werken, leveringen of diensten uitsluitend af te nemen van de desbetreffende marktpartij of marktpartijen met wie hij de raamovereenkomst heeft gesloten. Het gaat hier dus om een bepaalde exclusiviteit. Er bestaat evenwel geen afnameplicht. De raamovereenkomst kan met een of meerdere partijen worden gesloten. De nadere opdrachten hoeven niet opnieuw openbaar te worden aanbesteed.
Kamerstukken II 2009-2010, 32 440, nr. 3, p. 67-68.
Een raamovereenkomst mag in beginsel niet voor een langere periode dan vier jaar worden aangegaan. Een langere periode is onder omstandigheden toegestaan, mits die langere termijn goed is gemotiveerd. Reden daarvoor zou kunnen zijn een langere afschrijvingstermijn, waardoor bij een kortere duur van de overeenkomst dan de gebruikelijke afschrijvingstermijn de overeenkomst voor de aanbestedende dienst een economisch nadeel zou opleveren. Of bijvoorbeeld bij een overeenkomst voor ARBO-diensten waarbij wisselingen van contractpartner vanwege de vertrouwensband tussen ARBO-dienst en werknemer minder wenselijk wordt geacht. In de meeste overige gevallen lijkt een langere termijn niet te zijn toegestaan. Het Europese Hof van Justitie heeft in zijn arrest van 19 december 2018 geoordeeld dat een raamovereenkomst, tenzij voldoende gemotiveerd, na afloop van die periode van vier jaar de raamovereenkomst zijn werking verliest.
HvJ EU van 19 december 2018, zaak C-216/17, Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato – Antiturst, Coopservice Soc. coop. Arl, ECLI:EU:C:2018:1034, r.o. 56.
Evenals ten aanzien van de maximale geraamde waarde van de raamovereenkomst geldt (zie hiervoor paragraaf 3.2.3), geeft ook de maximale vier jaarsperiode de Europeesrechtelijk situatie weer. Naar Nederlands recht betekent die vier jaarsperiode niet automatisch het einde van de overeenkomst. Daar moet de overeenkomst zelf in voorzien. De aanbestedende dienst derhalve strak aan de vierjaarstermijn (behoudens goed gemotiveerde uitzonderingen de hand te houden.
Dit geldt eveneens voor de maximale geraamde waarde van de raamovereenkomst. Wordt deze maximale geraamde waarde overschreden dan wordt de raamovereenkomst geacht te zijn uitgewerkt.
: Ibidem, r.o. 61. Zie ook paragraaf 3.2.3.
Ook dat is naar Nederlands recht niet zonder meer zo. Ook daarin moet de raamovereenkomst in voorzien.
Indien een raamovereenkomst met meerdere ondernemers is gesloten, is de aanbestedende dienst gehouden voor iedere te verstrekken individuele opdracht tussen alle contractpartners concurrentie te stellen.
Artikel 2.46 Aw.
Dat betekent dat iedere contractpartner voor iedere deelopdracht een uitnodiging voor het uitbrengen van een offerte dient te ontvangen. Op basis van de door de marktpartijen bij de aanbestedende dienst ingediende offertes mag de aanbestedende dienst op basis van vooraf bekendgemaakte objectieve, non-discriminatoire en transparante criteria een keuze maken. Men spreekt dan van een ‘mini-tender’.
Dit is anders wanneer alle voorwaarden voor het verstrekken van nadere opdrachten volledig vooraf bekend zijn. Volgens de Aanbestedingswet 2012 mag in dergelijke gevallen concurrentiestelling achterwege blijven. Men kan dan bijvoorbeeld afspreken dat men bij nadere opdrachtverlening steeds gaat loten. Dit is echter wel wat utopisch.
Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat een raamovereenkomst niet alleen open staat voor direct deelnemende opdrachtgevende partijen. Ook partijen die niet direct met de aanbesteding mee doen, maar wel met naam in het aanbestedingsdocument zijn vermeld als mogelijke toekomstige toetreders, kunnen later alsnog aansluiten bij de raamovereenkomst. Zij worden door het Hof aangemerkt als ‘secondaire aanbestedende diensten’.
HvJEU van 19 december 2018, zaak C-216/17, Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato – Antiturst, Coopservice Soc. coop. Arl, ECLI:EU:C:2018:1034, r.o. 56.
Dit heeft wel consequenties voor wat betreft een eerdere uitputting van de geraamde maximale waarde van de raamovereenkomst.
Zie hierover paragraaf 3.2.3.
De raamovereenkomst dient derhalve – als totaal – op een voldoende wijze bepaalbaar te zijn.
Zie onder meer Hof Den Haag 16 maart 2000, Canon/Staat der Nederlanden, NJ 2000, 43. Zo ook HvJ EU van 19 december 2018, zaak C-216/17, Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato – Antiturst, Coopservice Soc. coop. Arl, ECLI:EU:C:2018:1034.