Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Zakengeheimen: (Vertrouwelijke) bedrijfsgeheimen en -gegevens van een inschrijver. Wet: Art. 2.57 lid 1 Aanbestedingswet 2012. Jur: HvJ EG 14 februari 2008 in zaak C-450/06 (Varec), r.o. 55: “[…] dat de voor de beroepsprocedures verantwoordelijke instantie in de zin van voornoemd artikel 1, lid 1, de vertrouwelijkheid en het recht op eerbiediging van zakengeheimen moet waarborgen met betrekking tot de informatie die is vervat in door de betrokken partijen, in het bijzonder door de aanbestedende dienst, aan haar overgelegde dossiers, ook al kan zijzelf van deze informatie kennis nemen en deze in haar beschouwing betrekken. Het staat aan deze instantie om te oordelen in welke mate en op welke wijze de vertrouwelijkheid en het geheime karakter van deze informatie moet worden gewaarborgd, rekening houdend met de vereisten van een effectieve rechtsbescherming en van de eerbiediging van het recht van verweer van de procespartijen en, in het geval van een beroep bij een rechter of bij een instantie die een gerecht is in de zin van artikel 234 EG, met het vereiste dat de procedure op alle onderdelen het recht op een eerlijk proces eerbiedigt.”

ZBO: Zelfstandig bestuursorgaan. Een bestuursorgaan van de centrale overheid dat bij of krachtens wet of bij ministeriële regeling met openbaar gezag is bekleed, en dat niet hiërarchisch ondergeschikt is aan een minister. Wet: Kaderwet zelfstandige bestuursorganen. Lit: Albers 2013: blz. 79-82. Van der Horst en Schenk 2018: blz. 137.

Zekerheidsstelling: Jegens de opdrachtgever te stellen zekerheid in verband met de uitvoering en nakoming van (de verplichtingen die voortvloeien uit) de overeenkomst door de opdrachtnemer. Bijvoorbeeld in de vorm van een bankgarantie.

Zelfstandig denkproces: (Ook) inschrijvers moeten zelf (na)denken. Jur: Rechtbank Noord-Nederland 2 februari 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:376, r.o. 4.19: “[…] Mede gelet hierop mag van de gemeente dan ook niet worden verwacht dat zij aangeeft wat nodig is om een maximale score voor deze subgunningscriteria te behalen. Alsdan zou iedere innovatie, creativiteit of ieder zelfstandig denkproces bij de inschrijvers worden geëcarteerd. Aan een gunningssystematiek – zoals hier aan de orde – is derhalve inherent dat een inschrijvende partij de ruimte wordt geboden om op eigen wijze aan te geven hoe hij de gewenste kwalitatieve subgunningscriteria invult. Daardoor wordt hij optimaal gestimuleerd om inventief in te schrijven en kenbaar te maken begrip en inzicht te hebben voor c.q. in die aspecten van de opdracht die volgens hem relevant zijn voor de gemeente.”

Zo objectief mogelijk systeem: Beoordelingssysteem. Jur: Rechtbank Den Haag 11 december 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:14593, r.o. 4.3.1: “Enige mate van subjectiviteit is inherent aan de beoordeling van een kwalitatief gunningscriterium, zoals hier aan de orde. Weliswaar staat dat enigszins op gespannen voet met de objectieve beoordelingssystematiek van het aanbestedingsrecht en de daarop toepasselijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling, maar het behoeft als zodanig nog niet mee te brengen dat ook daadwerkelijk sprake is van strijd met dat recht en/of die beginselen. Van belang is dat (i) het voor een potentiële inschrijver volstrekt duidelijk is wat er van hem wordt verwacht, (ii) de inschrijvingen aan de hand van een zo objectief mogelijk systeem worden beoordeeld en (iii) de gunningsbeslissing zodanig inzichtelijk wordt gemotiveerd dat het voor een afgewezen inschrijver mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen. […]”

Zorgvuldigheidsbeginsel: Algemeen beginsel van behoorlijk bestuur dat voorschrijft, dat een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis vergaart omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. Wet: Art. 3: 2 Awb. Jur: Rechtbank Den Haag 31 oktober 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BY8867, r.o. 4.1: “[…] Dit neemt echter niet weg dat PHM bij de voorselectie was gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het beginsel dat besluiten zorgvuldig moeten worden voorbereid. Dit beginsel brengt met zich mee dat PHM bij de voorbereiding van het besluit welke marktpartijen voor de inschrijving werden uitgenodigd, de nodige kennis omtrent de relevante feiten verzamelt (artikel 3:2 Awb). In dit geval heeft PHM zich bij de voorselectie beperkt tot het, zoals zij zelf aanvoert, door de ad-hoc commissie op bijna terloopse wijze bespreken van de ervaringen met de in aanmerking komende bergingsbedrijven uit de regio, waaronder BCB. Deze wijze van voorselectie lijkt naar het oordeel van de rechtbank op gespannen voet te staan met het beginsel van zorgvuldige voorbereiding. [-]” Lit: Van Wijk/Konijnenbelt & Van Male 2014: hoofdstuk 7, § 5, nr. 49.

Zuiver inbesteden: In de praktijk gebruikt begrip voor ‘opdrachtverlening’ binnen de eigen rechtspersoon in het kader van het onderscheid met ‘quasi inbesteden’ (waar binnen de ‘eigen organisatie’.aan een andere (rechts)persoon opdracht wordt gegeven).

Zuiver interne kwestie: Zie Interne sfeer. Jur: HvJ EU 12 december 2013 in zaak C-292/12 (Ragn-Sells) r.o. 70: “Dienaangaande is het vaste rechtspraak van het Hof dat de bepalingen van het VWEU betreffende de vrijheid van dienstverrichting en de vrijheid van vestiging niet van toepassing zijn op activiteiten waarvan alle relevante elementen geheel in de interne sfeer van een enkele lidstaat liggen […].”