Wachtkamerconstructie: Een opschortende voorwaarde waarin is bepaald dat het aanbod van de overige inschrijvers blijft bestaan gedurende de periode dat het product van de winnende leverancier nog wordt getest. Jur: Voorzieningsrechter Den Haag 24 januari 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BV1638, r.o. 3.4 “[…] VtsPN heeft niet van de mogelijkheid gebruik gemaakt om een opschortende voorwaarde op te nemen in de overeenkomst of om de aanbestedingsdocumenten te voorzien van een wachtkamerbepaling, inhoudende dat de overige inschrijvers hun inschrijving gestand moeten doen gedurende de periode dat de winnende inschrijver een ‘proof of concept’ moet doorstaan. […]”.Lit: Van der horst en Schenk, 2018: par. 11.16.
Wachtkamerovereenkomst: Overeenkomst die met de ‘nummer twee’ uit de aanbestedingsprocedure wordt gesloten. Jur: Rechtbank Oost-Brabant 2 oktober 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:5174, r.o. 4.6: “[…] Dit verweer faalt. Niet alleen mocht een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver uit de tekst van het bepaalde in paragraaf 1.2.6. van het aanbestedingsdocument reeds afleiden dat óók de inschrijver die als tweede in ranking was geëindigd, de hierbedoelde bewijsstukken diende te overleggen, omdat onder “de inschrijver aan wie het voornemen tot gunning is uitgesproken” logischerwijs eveneens dient te worden begrepen, de inschrijver aan wie de wachtkamerovereenkomst is aangeboden. Aannemelijk is dat de betreffende aanbestedende dienst ook ten aanzien van de partij met wie zij voornemens is een wachtkamerovereenkomst te sluiten, wil verifiëren of geen uitsluitingsgronden op die partij van toepassing zijn. […]”
Wanprestatie: Oude term voor het huidige ‘toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een of meerdere verbintenissen’. Wet: Art. 6: 74 lid 1 BW.
WA-verzekering: Verzekering tegen de risico’s van wettelijke aansprakelijkheid. Bijvoorbeeld een verplichte WAM-verzekering.
Wederkerige overeenkomst: Een overeenkomst waarbij elk van beide partijen een verbintenis op zich neemt ter verkrijging van de prestatie waartoe de wederpartij zich daartegenover jegens haar verbindt. Wet: Art. 6: 261 lid 1 BW.
Wederverkoop: Voor de nutssector zijn leveringsopdrachten van de aanbestedingsplicht uitgezonderd, indien zij bestemd zijn om te worden verhuurd of te worden verkocht (wederverkoop) aan derden (consumenten). Wet: Art. 3.23 Aanbestedingswet 2012. Lit: Van der Horst en Schenk 2018: blz. 209.
Weging (1): Relatief gewicht tussen de (sub-)gunningscriteria. Jur: HvJ EU 14 juli 2016 in zaak C-6/15 (TNS Dimarso), r.o. 37: “Gelet op een en ander dient op de prejudiciële vraag te worden geantwoord dat artikel 53, lid 2, van richtlijn 2004/18, gelezen in het licht van het gelijkheidsbeginsel en de daaruit voortvloeiende transparantieverplichting, aldus moet worden uitgelegd dat de aanbestedende dienst, indien een opdracht voor het verrichten van diensten dient te worden gegund volgens het criterium van de vanuit het oogpunt van deze dienst economisch voordeligste inschrijving, niet gehouden is om de methode aan de hand waarvan hij de offertes in concreto zal beoordelen en rangschikken, in de aankondiging van de betrokken opdracht of het desbetreffende bestek ter kennis te brengen van de potentiële inschrijvers. Deze methode mag evenwel niet tot gevolg hebben dat de gunningscriteria en het relatieve gewicht ervan worden gewijzigd.”
Weging (2): De weging van de (sub-)subgunningscriteria. Jur: Rechtbank Midden-Nederland 30 juni 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:3518, r.o. 4.8: “De voorzieningenrechter stelt voorop dat in geval van toepassing van emvi aan de aanbestedende dienst bij het invullen van de subgunningscriteria ruime beleidsvrijheid toekomt, mits het criteria betreft die leiden tot gunning aan de economisch meest voordelige inschrijving. Het is aan de aanbestedende dienst om te bepalen hoeveel onderling relatief gewicht zij aan de te beoordelen aspecten – in casu: prijs en kwaliteit – wil toekennen. Het staat de aanbestedende dienst dus ook vrij om aan het subcriterium prijs (substantieel) meer gewicht toe te kennen dan aan het subcriterium kwaliteit. Er is geen (wettelijke) regel die bepaalt welke onderlinge verhouding daarbij in zijn algemeenheid nog acceptabel is. Voorwaarde is wel dat prijs en kwaliteit beide deel uitmaken van het gunningscriterium. De Provincie Utrecht en DVG stellen terecht deze ruime beleidsvrijheid van de aanbestedende dienst voorop.”
Wensen: De wensen van de aanbestedende dienst in een aanbestedingsprocedure, die ter zake van de te leveren prestatie worden verlangd. Te onderscheiden van de door de aanbestedende dienst in de aanbestedingsprocedure gestelde ‘eisen’.
Werk: Het product van het geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen. Wet: Art. 1.1 Aanbestedingswet 2012. Jur: Rechtbank Arnhem 25 januari 2010 (ECLI:NL:RBARN:2010:BL2848), r.o. 4.7: “[…] een parkeergarage slechts als zodanig en als een technisch en economisch geheel kan functioneren als de coating op de vloer is aangebracht, de garage is voorzien van een slagboom, bewegwijzering, betaalautomaten, sprinklerinstallatie etc. Alleen dan kan de parkeergarage haar functie vervullen. Dat er in het casco al elektra en een ventilatiesysteem is aangelegd maakt dat niet anders. Voornoemde voorzieningen, die dus in economische en technische zin samenhangen met de functie van het gebouw en daarmee n bouwwerk opleveren, worden in opdracht van de gemeente aangelegd.” Lit: Chen 2013: blz. 131 e.v. Van der Horst en Schenk 2018: par. 6.3.3.
Werkdag: Een dag, niet zijnde een zaterdag of een zondag en niet zijnde een algemeen erkende feestdag. Wet: Art. 3 lid 1 Algemene Termijnenwet.
Wet in formele zin: Een wet die is vastgesteld door regering en Staten-Generaal (Tweede en Eerste Kamer gezamenlijk).
Wet in materiële zin: Een besluit van een daartoe bevoegd orgaan dat algemeen verbindende voorschriften bevat, te onderscheiden van een wet in formele zin.
Wet Markt en Overheid: Onderdeel van de Mededingingswet dat beoogt oneerlijke concurrentie door de overheid te beperken. Staatsblad 2011, nr. 162.
Wetsgeschiedenis Aw: De parlementaire geschiedenis van de Aanbestedingswet 2012, met name te vinden in de Kamerstukken (vergaderjaren 2009-2010 en 2015-2016) met nummers 32 440 en 34 329 (zie overheid.nl).
Wezenlijke wijziging: Wijziging die de (oorspronkelijke) aard en inhoud van de (overheids)opdracht verandert en tot een (nieuwe) aanbestedingsplicht leidt. Wet: Hoofdstuk 2.5 Aanbestedingswet 2012. Jur: HvJ EU 7 september 2016 in zaak C-549/14 (Finn Frogne), r.o. 28: “Uit de rechtspraak van het Hof blijkt dat het beginsel van gelijke behandeling en de transparantieverplichting die daaruit voortvloeit eraan in de weg staan dat de aanbestedende dienst en de gekozen inschrijver na de gunning van een overheidsopdracht aan de bepalingen van deze opdracht zodanige wijzigingen aanbrengen dat deze bepalingen kenmerken vertonen die wezenlijk verschillen van de bepalingen van de oorspronkelijke opdracht. […]” Lit: Rasenberg 2017: blz. 11 e.v. Plas 2016, blz. 204 e.v. Borger en Van ’t Hooft 2013: blz. 91 e.v. Van der Horst en Schenk 2018: par. 6.6. Plas 2017: blz. 113 e.v.
Wilsgebrek: Grond voor vernietiging van een overeenkomst (rechtshandeling). Bijvoorbeeld: bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden. Wet: Art. 3: 33 jo. art. 3:44 lid 1 BW.
Wilsovereenstemming: Totstandkomingsvereiste voor een wederkerige overeenkomst. Zie bijvoorbeeld punt 52 van de Conclusie van de A-G in zaak C-107/98 (Teckal): “In de tweede plaats moet er een overeenkomst worden gesloten en moet deze schriftelijk zijn. Deze overeenkomst is wederkerig en onder bezwarende titel. Dit betekent, dat de richtlijn van toepassing is, wanneer wilsovereenstemming bestaat tussen twee verschillende personen, namelijk de aanbestedende dienst en de leverancier, en de totstandgekomen wederzijdse relatie betrekking heeft op de levering van een product in ruil voor een financiële vergoeding. Er moet dus een uitwisseling van prestaties zijn, er moeten rechten en verplichtingen voor de contractpartijen in het leven worden geroepen en de prestaties moeten onderling afhankelijk zijn.”
Winnende inschrijver: Inschrijver die voor gunning in aanmerking komt.
Winnende inschrijving: De ‘uitgekozen inschrijving’ van de winnende inschrijver. Wet: Art. 2.130 lid 2 Aanbestedingswet 2012.
Wira: Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen.
Witboek: In een Witboek geeft de Europese Commissie een uiteenzetting over hoe zij bepaalde doelen wil bereiken. Witboeken zijn bedoeld als discussiestuk.
Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 betreffende regels inzake de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang.
Wob: Wet openbaarheid bestuur. Deze wet regelt dat bestuursorganen en overheidsinstanties in beginsel verplicht zijn informatie te verstrekken over bestuurlijke aangelegenheden, zodat men een eigen oordeel kan vormen over het beleid. Jur: Rechtbank Overijssel 19 mei 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:2326, r.o. 3.4: “[…] De rechtbank stelt vast dat op 1 april 2013 de Aanbestedingswet 2012 in werking is getreden. Deze wet bevat in de artikelen 2.57 en 2.138 regels met betrekking tot het al dan niet openbaar maken van stukken. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling bestuursrechtspraak) heeft geoordeeld bij uitspraak van 28 augustus 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:888) derogeren de in de in deze bepalingen neergelegde regels aan de openbaarheidsregeling in de Wob. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft zich in deze uitspraak evenwel niet uitgelaten over het in artikel 4.30 van de Aanbestedingswet 2012 opgenomen overgangsrecht. […]” Lit: Van Heeswijck 2014. Van der Horst en Schenk 2018: blz. 503-504.
Woningcorporatie: Toegelaten instelling (vereniging of stichting) in de zin van de Herziene Woningwet. Lit: Van der Horst en Schenk 2018: par. 5.3.4.3.
X: Op rechtspraak.nl gebruikte letter voor een partijnaam in het kader van de anonimisering(srichtlijnen).
Y: Op rechtspraak.nl gebruikte letter voor een partijnaam in het kader van de anonimisering(srichtlijnen).