Laagconjunctuur: De neergaande fase in de vrijemarkteconomie van de conjunctuurbeweging. Deze kenmerkt zich door een hoge werkloosheid, een geringe economische bedrijvigheid en een voorzichtige bestedingsneiging onder de consumenten.
Laagste kosten berekend op basis van kosteneffectiviteit: Gunningscriterium in het kader van ‘economisch meest voordelige inschrijving’. Wet: Art. 2.114 Aanbestedingswet 2012.
Laagste prijs: Gunningscriterium in het kader van ‘economisch meest voordelige inschrijving’. Wet: Art. 2.114 Aanbestedingswet 2012.
Lastenverlichting: Een zo groot mogelijke beperking van de met de totstandkoming van die overeenkomst samenhangende en daaruit voortvloeiende administratieve lasten, waar de aanbestedende dienst zorg voor moet dragen. Wet: Art. 1.6 Aanbestedingswet 2012.
Leasing: Een vorm van krediet waarbij de kredietverstrekker (lessor) bedrijfsuitrusting, bedrijfsmiddelen of duurzame consumptiegoederen aankoopt en deze gedurende een vooraf overeengekomen termijn en tegen een vaste vergoeding ter beschikking stelt aan de kredietnemer (lessee). Veelal wordt het begrip ‘lease’ gehanteerd, waar bedoeld wordt ‘huur’. Wet: Art. 1.1 Aanbestedingswet 2012 (overheidsopdracht voor leveringen).
Leemtewet: Een wet die leemtes aanvult in een bestaande wet. Voorbeeld: Wet van 25 april 2018 tot herstel van wetstechnische gebreken en leemten alsmede aanbrenging van andere wijzigingen van ondergeschikte aard in diverse wetsbepalingen op het terrein van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Staatsblad 2018, 142.
Letter of intent: Een overeenkomst waarin twee of meer partijen de intentie uitspreken om samen een bepaald doel te bereiken. Dit doel is in veel gevallen een definitieve overeenkomst, maar het kan ook een minder tastbaar doel zijn. In het Nederlands wordt het begrip ‘intentieverklaring’ ook gebruikt.
Letterknechterij: Bekrompenheid. Jur: Rechtbank Noord-Nederland 12 december 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:4766, r.o. 4.3: “[…] In het licht hiervan staat het Area niet vrij om slechts vier fietspadroutes toe te kennen. Voor zover de overeenkomst tussen partijen dit strikt genomen wel mogelijk maakt, acht de voorzieningenrechter dit letterknechterij en strijdig met hetgeen hiervoor is overwogen.”
Leuren: Aannemers tegen elkaar uitspelen, door misbruik te maken van informatie van andere inschrijvers teneinde een lagere prijs te bedingen, hetgeen als laakbaar gedrag wordt aangemerkt. Lit: Van Romburgh, 2017: blz. 131.
Level playing field: (Zo veel als mogelijk) gelijke omstandigheden, een gelijke positie, een gelijk speelveld voor alle inschrijvers en gegadigden creëren. Jur: Rechtbank Den Haag 12 januari 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:4856, r.o. 5.8: “[…] Volledigheidshalve merkt de voorzieningenrechter nog op dat, zoals het CJIB terecht aanvoert, een level playing field niet inhoudt dat iedere inschrijver bij de aanbesteding over hetzelfde kennisniveau beschikt, maar wel dat alle inschrijvers voldoende informatie ter beschikking krijgen om hun inschrijving op concurrerende wijze te kunnen vormgeven. Dat het CJIB bij ter beschikking stellen van informatie aan de inschrijvers het level playing field heeft verstoord, is niet gebleken.”
Levenscyclus (1): Alle opeenvolgende of onderling verbonden stadia in het bestaan van een product of werk of bij het verlenen van een dienst. Wet: Art. 1.1 Aanbestedingswet 2012.
Levenscyclus (2): Alle opeenvolgende en/of onderling verbonden stadia, waaronder uit te voeren onderzoek en ontwikkeling, productie, handel en handelsvoorwaarden, vervoer, gebruik en onderhoud, in het bestaan van het product of werk of het verlenen van een dienst, gaande van de verkrijging van de grondstof of de opwekking van hulpbronnen tot de verwijdering, de opruiming en ‘end-of-service’- fase of de ‘end-of-utilisation’-fase. Richtlijn: Art. 2 lid 1 sub 20 Richtlijn 2014/24/EU.
Levenscycluskosten: Gunningscriterium dat betrekking heeft op kosten die verband houden met investerings-, verwerving-, gebruiks-, onderhoudskosten en kosten volgend uit de gehele levenscyclus van een werk, dienst of product, inclusief afstotings- en recyclingkosten. Voorts kunnen kosten worden toegerekend aan externe milieueffecten, die verband houden met het product, de dienst of het werk gedurende de levenscyclus, voor zover deze kosten in een geldbedrag kunnen worden vastgesteld en bepaald. Wet: Art. 2.115a Aanbestedingswet 2012. Lit: Van der Horst en Schenk 2018: par.11.3.4.2.
Leverancier: Eenieder die producten op de markt aanbiedt. Wet: Art. 1.1 Aanbestedingswet 2012.
Leveranciersbeoordeling: Beoordeling van de leverancier tijdens de looptijd of na het einde van een contract.
Leveranciersmanagement: Het classificeren en kwalificeren van leveranciersrelaties en wel op een zodanige wijze dat dit leidt tot het vaststellen, structureren, inrichten, onderhouden en monitoren van het juiste type leveranciersrelatie teneinde de doelstellingen van de aanbestedende dienst te realiseren. Lit: Van Weele, Van Berkel-Schoonen en Walhof 2017: blz. 91. Van der Horst en Schenk 2018: par. 4.10.2.
Leveringen: De aankoop, leasing, huur of huurkoop met of zonder koopoptie van producten, waarbij leveringen ook de werkzaamheden voor het aanbrengen en installeren kunnen omvatten. Wet: Art. 1.1 Aanbestedingswet 2012 (overheidsopdracht voor leveringen).
Lianakis: Korte benaming voor het arrest HvJ EG 24 januari 2008 in zaak C-532/06 (Lianakis). Relevant in verband met gunningscriteria.
Lichte regeling: De ‘bijzondere regeling voor sociale en andere bijzondere diensten’ volgens Overweging 28 van Richtlijn 2014/24/EU.
Looptijd: Duur (van de overeenkomst). Jur: Rechtbank Den Haag 26 oktober 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:12716, r.o. 4.15: “Naar het oordeel van de voorzieningenrechter vormt het voorgaande onmiskenbaar een wezenlijke wijziging van de door de Gemeenten aan [X] verstrekte opdrachten in de zin van artikel 2.163g Aw 2012. De Gemeenten kunnen ieder geval niet worden gevolgd in hun stelling dat de uiteindelijk met [X] gesloten overeenkomsten niet substantieel afwijken van de overeenkomsten die de inschrijvers en de Gemeenten voor ogen stonden in het kader van de aanbestedingsprocedure. Voor wat betreft de looptijden zijn de verschillen daarvoor te groot. Bovendien bestaan verschillen in de looptijd van de verscheidene overeenkomsten. Het voorgaande klemt te meer nu moet worden aangenomen, althans niet kan worden uitgesloten, dat door de wijziging van de looptijd het economisch evenwicht van de opdrachten ten gunste van [X] verandert op een wijze die niet is voorzien in de oorspronkelijke opdracht. […]”
Looptijd van de raamovereenkomst: De periode gedurende welke een aanbestedende dienst zich op een raamovereenkomst kan beroepen om er deelopdrachten (bestellingen) op te plaatsen. Voor raamovereenkomsten (klassieke overheid) geldt een maximale looptijd van vier jaar. Voor nutsbedrijven geldt een maximale periode van acht jaar en voor defensie- en veiligheidsopdrachten een maximale periode van zeven jaar. In uitzonderingsgevallen kan van de maximale looptijd worden afgeweken. De looptijd van de afzonderlijke opdrachten bij een raamovereenkomst hoeft niet samen te vallen met de looptijd van die raamovereenkomst zelf, doch kan al naar gelang van de behoefte korter of langer zijn (considerans 62 Richtlijn 2014.24/EU). Wet: Artt. 2.140 lid 3, en 3.80 lid 1 Aanbestedingswet 2012 en art. 2.144 Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied. Lit: Van der Horst en Schenk 2018: blz. 178.
Losse opdrachten: Zie Verschillende opdrachten.
Loting: Mogelijkheid om tot een winnaar in een aanbestedingsprocedure te komen, of tot een selectie te komen in een niet-openbare procedure, wanneer inschrijvers/gegadigden gelijk (in rangorde) zijn geëindigd. Jur: Rechtbank Den Haag 16 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14662, r.o. 5.4: “De voorzieningenrechter is van oordeel dat de toepasselijke wet- en regelgeving, zoals hiervoor vermeld, loting als methode om tot gunning van de opdracht te komen niet verbiedt als onderdeel van een meeromvattende vergelijkende toets, mits eerst de verplichte vergelijking aan de hand van prijs- en/of kwaliteitscriteria heeft plaatsgevonden. Indien na een deugdelijke vergelijking op prijs- en kwaliteitscriteria twee of meer inschrijvingen als de economisch meest voordelige inschrijvingen worden beoordeeld, is loting een passend middel om tot een uitslag te komen waarbij favoritisme wordt vermeden. […]” Lit: Van der Horst en Schenk 2018: blz. 422.
Lump sum: Vaste prijs voor een groep leveringen/diensten zonder te kijken naar de individuele waarde van de leveringen/diensten.