In het dualistische gemeentebestel is het uitgangspunt dat de bestuursbevoegdheden bij het college berusten. Dit geldt voor bestuursbevoegdheden die onder de gemeentelijke autonomie vallen én voor de bestuursbevoegdheden waartoe het gemeentebestuur is geroepen in medebewind. In hoofdstuk 2 is al uitgebreid ingegaan op de begrippen autonomie en medebewind.
Wij zagen hiervoor dat er bij de autonome bestuurstaken sprake is van een open, en soms voor discussie vatbare, begrenzing tussen raad en college. Bij medebewindsbevoegdheden is hiervan geen sprake, omdat elke medebewindswet duidelijk is op dit punt.
Het college heeft een groot aantal bestuursbevoegdheden die voortvloeien uit bijzondere wetten. Voorbeelden van wetten die medebewindstaken en de daarmee samenhangende bevoegdheden neerleggen bij het college zijn de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Participatiewet en de Omgevingswet.
Het grootste deel van de bestuurlijke inspanning van colleges en collegeleden wordt geleverd in het kader van medebewind. Ditzelfde geldt voor de inzet van ambtelijke capaciteit binnen gemeentelijke organisaties.