Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Zoals hierboven benoemd komen er veel grote opgaven op ons af. De opgaven kunnen niet los van elkaar gezien worden en beïnvloeden elkaar. Ze vechten allen om dezelfde fysieke ruimte. Een integrale aanpak is dus nodig. De Omgevingswet stelt die aanpak voorop middels de omgevingsvisie en het omgevingsplan en stimuleert daarbij een integrale afweging van plannen.

In de Omgevingswet staat de fysieke leefomgeving centraal in het beleid, de besluitvorming en de regelgeving. Er is duidelijke begrenzing aan het begrip fysieke leefomgeving. De Omgevingswet bepaalt dat de fysieke leefomgeving in ieder geval bestaat uit: bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. Ook de samenhang tussen de thema’s is van belang, dus hoe deze elkaar beïnvloeden, versterken of verzwakken. Er moet dus beter nagedacht worden bij de besluitvorming. Een opgave kan niet meer benaderd worden vanuit één discipline. De omgevingsvisie geeft hier de basis voor door een integrale blik op de fysieke leefomgeving te geven.

Ruimte voor maatwerk

De Omgevingswet biedt lokale overheden meer ruimte in het opstellen van regels en randvoorwaarden over de fysieke leefomgeving. Hierdoor kan een gemeente initiatieven makkelijker realiseren. Daarnaast geeft het de gemeente de mogelijkheid om doelen voor de leefomgeving te bereiken door te sturen met harde en zachte randvoorwaarden. Met de Omgevingswet wordt er gewerkt volgens het principe ‘Decentraal, tenzij’. Dit houdt in dat het laagste niveau overheid de meeste taken en bevoegdheden krijgt rondom de fysieke leefomgeving. Dit geldt tenzij er een overkoepelend belang is, dan schuift de bevoegdheid door naar de Provincie of het Rijk.

De Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB)

De Omgevingswet is een kaderwet: een wet die de algemene principes, verantwoordelijkheden en doelen op hoofdlijnen vastlegt, zonder in detail te treden over de exacte uitvoering. De nadere uitwerking staat in de vier AMvB’s:

Het Omgevingsbesluit is gericht op iedereen die in de fysieke leefomgeving actief is. Dit zijn dus inwoners, bedrijven maar ook bestuursorganen. In het Omgevingsbesluit vindt u een verdere uitwerking van de instrumenten van de Omgevingswet in procedures en algemene bepalingen.

In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels voor bestuursorganen, inhoudelijke rijksnormen voor de fysieke leefomgeving, omgevingswaarden, rijksinstructieregels over taakuitoefening en bevoegdheden, beoordelingskaders voor omgevingsvergunningen, bepalingen over programma’s, programmatische aanpak, monitoring en gegevensbeheer en toegang tot gegevens.

In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan de algemene regels waaraan inwoners, bedrijven en overheden zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Er staan regels in om het milieu, waterstaatwerken en bijvoorbeeld wegen en spoorwegen te beschermen.

In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan de algemene rijksregels waaraan inwoners, bedrijven en overheden zich moeten houden als zij bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Dit besluit omvat regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, de staat en gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden.

De Omgevingsregeling bevat weer een uitwerking en aanvulling van de regels in de wet en AMvB’s op een meer gedetailleerd niveau. Die regels zijn nodig voor de toepassing van de wet en de AMvB’s op het gebied van milieu, water, bouwen, ruimte, erfgoed, natuur en infrastructuur.

Figuur 2: hoofdspoor Omgevingswet
Figuur 2: hoofdspoor Omgevingswet