Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.
Centrale Raad van Beroep 25 September 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:1231
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-09-2026
Datum publicatie
25-09-2026
Zaaknummer
26/968 PW
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
ECLI:NL:CRVB:2026:1231text/xmlpublic2026-09-25T10:07:562026-09-22Raad voor de RechtspraaknlCentrale Raad van Beroep2026-09-1526/968 PWUitspraakHoger beroepNLBestuursrecht; SocialezekerheidsrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1231text/htmlpublic2026-09-23T11:34:202026-09-25Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:CRVB:2026:1231 Centrale Raad van Beroep , 15-09-2026 / 26/968 PW Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.
26/968 PW Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 17 april 2026, 25/8285 Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college) Datum uitspraak: 15 september 2026 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. E. Kafa, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer. OVERWEGINGEN In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Bij brief van 5 juni 2026 is de gemachtigde van appellant erop gewezen dat een griffierecht van € 147,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven. Bij aangetekende brief van 6 juli 2026 is de gemachtigde van appellant nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief op de in die brief genoemde bankrekening dient te zijn bijgeschreven dan wel contant moet zijn betaald. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, appellant er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk behandeld kan worden. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald. Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door C.F.E. van Olden-Smit in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 september 2026.
(getekend) C.F.E. van Olden-Smit (getekend) A. Giesen Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.