Afwijzing aanvraag toekenningen op grond van de Wuv. Geen gelijkstelling met vervolgde. De gezondheidsklachten van appellant houden redelijkerwijs geen verband met het overlijden van zijn vader.
Centrale Raad van Beroep 30 July 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:966
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-07-2026
Datum publicatie
30-07-2026
Zaaknummer
25/1636 WUV
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
ECLI:NL:CRVB:2026:966text/xmlpublic2026-07-30T09:58:202026-07-24Raad voor de RechtspraaknlCentrale Raad van Beroep2026-07-2325/1636 WUVUitspraakEerste en enige aanlegNLBestuursrecht; AmbtenarenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:966text/htmlpublic2026-07-30T09:57:592026-07-30Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:CRVB:2026:966 Centrale Raad van Beroep , 23-07-2026 / 25/1636 WUV Afwijzing aanvraag toekenningen op grond van de Wuv. Geen gelijkstelling met vervolgde. De gezondheidsklachten van appellant houden redelijkerwijs geen verband met het overlijden van zijn vader.
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer 25/1636 WUV Uitspraak in het geding tussen Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant) de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder) Datum uitspraak: 23 juli 2026 SAMENVATTING Verweerder heeft afwijzend beslist op de aanvraag van appellant om hem onder toepassing van de antihardheidsbepaling van de Wuv met de vervolgde gelijk te stellen. De Raad onderschrijft het standpunt van verweerder dat niet is gebleken dat bij appellant sprake is van ziekten of gebreken die redelijkerwijs verband houden met het door de vervolging omkomen van zijn vader. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. M. Helmantel, advocaat, beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 1 juli 2025, kenmerk BZ011711660 (bestreden besluit). Dit betreft de Wuv. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 18 juni 2026. Appellant en mr. Helmantel hebben aan de zitting deelgenomen via beeldbellen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.L. van de Wiel . OVERWEGINGENInleiding 1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. 1.1. Appellant, geboren op [geboortedatum] 1944 , heeft in oktober 2024 bij verweerder een aanvraag ingediend om toekenningen op grond van de Wuv. Appellant heeft aangegeven dat hij gezondheidsklachten heeft als gevolg van het omkomen van zijn vader op [datum] 1944 in het [naam kamp] , een strafkamp nabij [plaats] . 1.2. Verweerder heeft vastgesteld dat appellant zelf geen vervolging heeft ondergaan. Omdat is gebleken dat de vader van appellant door vervolging is overleden, is onderzocht of appellant met de vervolgde gelijk kan worden gesteld. 1.3. Met een besluit van 5 maart 2025 heeft verweerder de aanvraag afgewezen omdat de oorlogsomstandigheden, met name het omkomen van de vader van appellant, geen aanleiding geven om appellant met de vervolgde gelijk te stellen. Er is bij appellant geen sprake van ziekten of gebreken, die redelijkerwijs verband houden met het overlijden van zijn vader. Het hiertegen gemaakte bezwaar is met het bestreden besluit ongegrond verklaard. Het oordeel van de Raad 2. De Raad beoordeelt het bestreden besluit aan de hand van argumenten die appellant in beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het beroep niet slaagt. 2.1. Niet wordt betwist dat appellant zelf geen vervolging in de zin van de Wuv heeft ondergaan. 2.2. Op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wuv kan verweerder met de vervolgde gelijkstellen de persoon die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 in omstandigheden heeft verkeerd die overeenkomst vertonen met vervolging, als het niet toepassen van deze wet ten aanzien van deze persoon een klaarblijkelijke hardheid zou zijn. Tot dergelijke omstandigheden rekent verweerder onder meer het door de vervolging omkomen van een ouder. 2.3. In het geval van appellant heeft verweerder geen gebruik gemaakt van deze bevoegdheid. Verweerder heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de bij appellant aanwezige psychische en lichamelijke klachten redelijkerwijs geen verband houden met het overlijden van zijn vader, maar door andere oorzaken zijn ontstaan. Het standpunt van verweerder is gebaseerd op medische adviezen van een tweetal geneeskundig adviseurs. Deze adviezen zijn gebaseerd op een persoonlijk onderhoud dat een van de geneeskundig adviseurs, de arts R.J. Roelofs , met appellant heeft gehad en informatie van de huisarts H.G.J. Fey en de behandelend GZ-psycholoog dr. S. de Jong . 2.4. De Raad kan het standpunt van verweerder niet voor onjuist houden. Uit de medische adviezen komt naar voren dat de oorzaak van de psychische klachten van appellant is gelegen in de moeilijke omstandigheden waaronder appellant na de oorlog is opgegroeid. Zo was zijn moeder psychisch “geknakt” en lichamelijk zwak, waardoor zij de opvoeding van haar kinderen niet aankon. Moeder hertrouwde met een man die kennelijk alcoholist was en die niet naar het gezin om keek. Appellant groeide op in chaos, armoede en zonder veel structuur. Het is echter vaste rechtspraak dat bij een gelijkstelling met de vervolgde het moet gaan om directe gevolgen die het overlijden van vader van appellant op hem heeft gehad. Hoewel de Raad oog heeft voor de moeilijke omstandigheden waaronder appellant is opgegroeid, zijn de hiervoor geschetste omstandigheden echter een indirect gevolg van het overlijden van zijn vader. Om die reden zijn deze omstandigheden door verweerder terecht bij de beoordeling van de aanvraag om gelijkstelling buiten beschouwing gelaten. Door appellant zijn verder geen medische gegevens overgelegd op grond waarvan anders zou moeten worden geoordeeld. 2.5. Volgens de medische adviezen zijn de lichamelijke klachten leeftijdsgebonden, degeneratief dan wel constitutioneel bepaald. De betwisting daarvan door appellant is niet met medische gegevens onderbouwd. Conclusie en gevolgen2.6. Het beroep slaagt dus niet. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. 3. Omdat het beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door B. Serno in tegenwoordigheid van M.J.D. van Haren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2026. (getekend) B. Serno (getekend) M.J.D. van Haren Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1950-1945. Zie onder meer de uitspraak van de Raad van 22 april 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:905 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/deeplink/ecli?id=ECLI:NL:CRVB:2021:905).