Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:GHAMS:2026:1638

met iemand waarvan hij weet dat hij in staat van verminderd bewustzijn en lichamelijke onmacht verkeert, handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, artikel 243 (oud) Sr, bevestiging muv de straf; GS 12 maanden waarvan 10 maanden VW, met algemene en bijzondere voorwaarden; PT 3 jaar

Gerechtshof Amsterdam 19 June 2026

Uitspraak

ECLI:NL:GHAMS:2026:1638 text/xml public 2026-06-19T10:44:57 2026-06-18 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-06-18 23-002595-25 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht; Materieel strafrecht Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2025:8405 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1638 text/html public 2026-06-19T10:41:22 2026-06-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1638 Gerechtshof Amsterdam , 18-06-2026 / 23-002595-25
met iemand waarvan hij weet dat hij in staat van verminderd bewustzijn en lichamelijke onmacht verkeert, handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, artikel 243 (oud) Sr, bevestiging muv de straf; GS 12 maanden waarvan 10 maanden VW, met algemene en bijzondere voorwaarden; PT 3 jaar

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002595-25

datum uitspraak: 18 juni 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 23 oktober 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-219693-24 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002,

adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte, de raadsvrouw, de benadeelde partij en haar advocaat naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit daarom bevestigen behalve ten aanzien van de op te leggen straf. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.
Oplegging van straf
De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk. De rechtbank heeft (algemene en bijzondere) voorwaarden geformuleerd waar de verdachte zich gedurende de proeftijd van twee jaren aan moest houden.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met algemene en bijzondere voorwaarden, met een proeftijd voor de duur van 2 jaren.

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting bepleit dat de eis van de advocaat-generaal, een maximale taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, passend is.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich, door tot twee maal toe seksuele handelingen te verrichten met het slachtoffer terwijl zij, als gevolg van het gebruik van drugs en alcohol, op dat moment in een staat van verminderd bewustzijn en lichamelijke onmacht verkeerde en daardoor haar wil niet kon bepalen, schuldig gemaakt aan een zeer ernstig feit. Dit weegt des te zwaarder nu de verdachte zich eerder die nacht als beschermheer van het slachtoffer had opgeworpen door haar, nadat zij als gevolg van middelengebruik op een feestje onwel was geworden, over te brengen naar een woonunit waar hij met zijn toenmalige vriendin de nacht doorbracht. Het slachtoffer vertrouwde erop veilig te zijn bij hem. Het tegendeel bleek het geval. De verdachte heeft tijdens de seksuele handelingen bovendien verzuimd voorbehoedsmiddelen te gebruiken, met alle risico’s van dien.

Door zo te handelen heeft de verdachte de lichamelijke en seksuele integriteit van het jonge en kwetsbare slachtoffer op zeer ernstige wijze geschonden. Uit de door het slachtoffer ter terechtzitting in hoger beroep voorgedragen verklaring blijkt dat zij erg lijdt onder het gegeven dat haar lichamelijke grenzen zijn overschreden zonder dat zij zich kon verweren. Verder blijkt dat zij nog altijd angstig is; het lukt haar niet onbevooroordeeld naar mannen te kijken en zij worstelt met angst voor intimiteit en verbinding. Het moet schokkend voor haar zijn geweest om tijdens de terechtzitting in eerste aanleg te moeten horen dat het seksueel binnendringen niet één maar twee keer heeft plaatsgevonden; zij kon zich dit namelijk niet herinneren. Ook wordt zij nog altijd gekweld door nachtmerries. Het slachtoffer is onder behandeling van een psycholoog en zij is nog steeds niet in staat om te werken.

De verdachte heeft tijdens de terechtzitting uitgelegd dat hij inmiddels diep doordrongen is van de verwerpelijkheid van zijn gedrag en ook van het leed dat hij het slachtoffer heeft aangedaan. Hij heeft daarbij aangegeven hoezeer hij geschrokken is van zijn eigen gedrag en hij heeft gezegd nu bewust anders te handelen in dergelijke situaties, om herhaling in de toekomst te voorkomen. Hij komt naar het oordeel van het hof daarin authentiek over en dit beeld wordt versterkt door het feit dat de verdachte waar mogelijk al vrijwillig uitvoering heeft gegeven aan de door de rechtbank opgelegde bijzondere voorwaarden, terwijl deze niet dadelijk uitvoerbaar waren verklaard. Wel lijkt de verdachte op dit moment nog onvoldoende oog te hebben voor zijn mogelijke psychische kwetsbaarheid, wat het hof enige zorgen baart.

Het hof heeft kennisgenomen van de reclasseringsrapporten van 10 september 2025 en 27 mei 2026. In het laatstgenoemde rapport merkt de reclassering op dat het tenlastegelegde een ‘incidentele indruk’ maakt binnen de context van het aangrijpen van de gelegenheid, (lichte) psychiatrische ontregeling, alcoholgebruik en verlegging van eigen morele grenzen binnen zijn relatie. Als ‘beschermende indruk’ ziet de reclassering de houding van de verdachte, zijn vermogen om schuld en schaamte te ervaren (en te benoemen) en zijn vermogen om zijn gedrag te analyseren.

De reclassering schat het risico op herhaling laag in, maar ziet risico’s opkomen tijdens een mogelijke ontregeling met psychotische kenmerken. Dit zou namelijk kunnen leiden tot grensvervaging, normvervaging en verminderde zelfbeschikking. Al met al adviseert de reclassering, evenals in eerste aanleg, aan de verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden. Het doel van deze voorwaarden is in de kern om de verdachte actief te begeleiden om een meer gebalanceerd leven te leiden, af te zien van drugs- en alcoholgebruik, en om hem professionele uitleg en advies te geven over het bij hem bestaande risico op psychische ontregeling. De reclassering merkt op dat het opleggen van een gevangenisstraf een risico op psychische ontregeling met zich meebrengt. Een taakstraf zou de verdachte daarentegen goed kunnen combineren met zijn school- en arbeidscarrière, zonder een dergelijk risico.

Al het voorgaande afwegend, is het hof van oordeel dat gelet op de ernst en impact van het feit de oplegging van een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte passend en geboden is. Ondanks de oprechte spijtbetuiging en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, is het feit te ernstig om daarop te reageren met een taakstraf. Het hof wil daarbij benadrukken dat het opleggen van een taakstraf voor het plegen van seksuele handelingen tegen de wil van een ander, waarbij een dader achteraf gezien schuldbewust is, ten onrechte de indruk zou kunnen wekken dat hiermee de ernst aan het feit wordt ontnomen. Dit geeft naar het oordeel van het hof voor de samenleving in het algemeen en voor slachtoffers van dergelijke feiten in het bijzonder, een verkeerd signaal af. De op te leggen straf dient ten eerste ter vergelding. Die vergelding moet voor het slachtoffer en ook voor de maatschappij zichtbaar zijn. Daarnaast legt de generale preventie in dit geval een zwaar gewicht in de schaal, dat wil zeggen het strafdoel om ook andere mensen te ontmoedigen om soortgelijke strafbare feiten te plegen.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij bang is dat het psychisch niet goed met hem zal gaan indien hij gedetineerd raakt. Dit is ook de hoofdreden geweest voor hem om in hoger beroep te gaan. Het hof neemt daarbij echter in ogenschouw dat niet gesteld noch gebleken is dat de verdachte detentieongeschikt zou zijn en evenmin dat de verdachte ten tijde van het plegen van de strafbare feiten psychotisch was.

Het hof overweegt dat de hoogte van de gevangenisstraf zoals door de rechtbank is opgelegd, in beginsel voor een dergelijk feit passend en geboden is. Wel ziet het hof in de omstandigheden van het geval, waaronder de (proces)houding van de verdachte, zijn jonge leeftijd, zijn mogelijke kwetsbaarheid en het feit dat hij niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld en na het bewezenverklaarde ook niet opnieuw met politie of justitie in aanraking is gekomen, aanleiding de duur van de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf in grote mate te beperken.

Wel zal het hof een groot voorwaardelijk strafdeel opleggen, voorzien van bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering en met een proeftijd van 3 jaar. Het hof zal daaraan toevoegen dat de verdachte dient mee te werken aan diagnostiek om zicht te krijgen op zijn psychische gesteldheid, gelet op het door de reclassering benoemde risico dat de verdachte heeft op psychische ontregeling. Dit grotere voorwaardelijk strafdeel dient twee doelen: allereerst om de ernst van het feit tot uitdrukking te brengen en daarnaast om voor de verdachte een stevige stok achter de deur te creëren zodat hij zal meewerken aan alle op te leggen bijzondere voorwaarden.

Het hof acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.
BESLISSING
Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt om het reclasseringstoezicht uit te voeren;

- zal meewerken aan diagnostiek inzake zijn psychische gesteldheid en zich laat behandelen door De Waag of een nader te bepalen zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de regels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;

- geen drugs gebruikt en meewerkt aan controle op dit verbod. De controle gebeurt door middel van urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd;

- geen alcohol gebruikt en in dit verband desgevraagd meewerkt aan urine- en/of ademonderzoek (blaastest) om dit verbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddel en hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd en

- inzicht geeft en de keuzes overlegt die hij maakt op de leefgebieden huisvesting, inkomen, werk en/of dagbesteding, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de veroordeelde:

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en

- meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt.

Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan begeleidt.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.T.C. de Vries, mr. P.J. van Eekeren en mr. R.A.J. Hübel, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 juni 2026.

De voorzitter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

proces-verbaal uitspraak

_______________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002595-25

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, op 18 juni 2026.

Tegenwoordig zijn:

mr. P.J. van Eekeren, raadsheer,

B. Batman, griffier.

Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. R.C. Tdlohreg, advocaat-generaal.

De raadsheer doet de zaak tegen de verdachte [verdachte] uitroepen.

De verdachte is wel / niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

Raadsman/raadsvrouw is wel / niet aanwezig.

(zo ja:) naam raadsman/raadsvrouw en plaats:

Tolk is wel / niet aanwezig. (zo ja:) naam tolk en taal: nvt

De raadsheer spreekt het arrest uit.

De raadsheer geeft de verdachte kennis, dat daartegen binnen 14 dagen na heden beroep in cassatie kan worden ingesteld. (indien de VTE is verschenen)

De verdachte heeft wel / geen afstand gedaan van het recht aanwezig te zijn bij de uitspraak. (indien VTE in deze zaak is gedetineerd) nvt

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Artikel delen