Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:GHAMS:2026:1777

Opzettelijk en wederrechtelijk gebruik maken van een niet op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 25 uren, subsidiair 12 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren. Afwijzing van de vordering tenuitvoerlegging.

Gerechtshof Amsterdam 3 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:GHAMS:2026:1777 text/xml public 2026-07-03T14:38:26 2026-07-03 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-06-26 23-001799-25 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1777 text/html public 2026-07-03T14:36:44 2026-07-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1777 Gerechtshof Amsterdam , 26-06-2026 / 23-001799-25
Opzettelijk en wederrechtelijk gebruik maken van een niet op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 25 uren, subsidiair 12 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren. Afwijzing van de vordering tenuitvoerlegging.

afdeling strafrecht

parketnummer(s) eerste aanleg : 15-022572-24 en 23-002895-22 (TUL)

parketnummer hoger beroep : 23-001799-25

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 26 juni 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 10 juli 2025 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [naam 1]

voornamen: [naam 2]

geboren: op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats]

adres: [adres], thans uit anderen hoofde gedetineerd in [gevangenis].
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk gebruik maken van een niet op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

Gepleegd op 17 juni 2023 te Oostzaan.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 231 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 25 (vijfentwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 12 (twaalf) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket OVJ Noord-Holland van 13 mei 2025,

strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 juli 2023, parketnummer 23-002895-22, voorwaardelijk opgelegde taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren.

Gewezen door mr. L.F. Roseval, in bijzijn van mr. N.M. Simons, griffier.

mr. L.F. Roseval

Artikel delen