Vrijspraak van zich zonder redelijk doel ophouden bij een poort of portiek. Onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.
Gerechtshof Amsterdam 29 July 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2083
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-07-2026
Datum publicatie
29-07-2026
Zaaknummer
23-001728-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
ECLI:NL:GHAMS:2026:2083text/xmlpublic2026-07-29T12:25:052026-07-28Raad voor de RechtspraaknlGerechtshof Amsterdam2026-04-3023-001728-25UitspraakHoger beroepNLAmsterdamStrafrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2083text/htmlpublic2026-07-29T12:24:352026-07-29Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:GHAMS:2026:2083 Gerechtshof Amsterdam , 30-04-2026 / 23-001728-25 Vrijspraak van zich zonder redelijk doel ophouden bij een poort of portiek. Onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001728-25
datum uitspraak: 30 april 2026 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 27 juni 2025 in de strafzaak onder parketnummer 96-130752-24 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2007,
adres: [adres 1]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 april 2026. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 12 februari 2024 te Amsterdam zonder redelijk doel zich in een portiek of poort heeft opgehouden of op of tegen een raamkozijn en/of een drempel van een gebouw heeft gezeten en/of gelegen, immers heeft hij op/aan [adres 2] zich opgehouden in een poort. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering. Vrijspraak De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit, wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep โ overeenkomstig zijn pleitnotities โ primair verzocht de verdachte vrij te spreken van hetgeen hem ten laste is gelegd wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging, nu het tenlastegelegde feit niet als een strafbaar feit kan worden gekwalificeerd. Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 29 februari 2024 onder CJIB nummer [nummer]. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.R.A. Meerbeek, mr. C.J. van der Wilt en mr. V.J.M. Goldschmeding, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 april 2026. mrs. C.J. van der Wilt, V.J.M. Goldschmeding en C.E. Dongelmans zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.