Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:GHAMS:2026:2097

Appellante heeft het hoger beroep tegen het vonnis, gewezen op verzet tegen haar faillietverklaring, ingetrokken. Het hof verklaart appellante daarom niet-ontvankelijk in haar hoger beroep en veroordeelt haar in de proceskosten die aan de zijde van geïntimeerde worden begroot op nihil.

Gerechtshof Amsterdam 28 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:GHAMS:2026:2097 text/xml public 2026-07-28T15:20:19 2026-07-28 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-07-14 200.370.319 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2097 text/html public 2026-07-28T15:19:55 2026-07-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:2097 Gerechtshof Amsterdam , 14-07-2026 / 200.370.319
Appellante heeft het hoger beroep tegen het vonnis, gewezen op verzet tegen haar faillietverklaring, ingetrokken. Het hof verklaart appellante daarom niet-ontvankelijk in haar hoger beroep en veroordeelt haar in de proceskosten die aan de zijde van geïntimeerde worden begroot op nihil.
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team 1

zaaknummer : 200.370.319/01

faillissementsnummer rechtbank : C/13/26/54-F

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 14 juli 2026

in de zaak van

[appellant] ,

gevestigd te [plaats 1] ,

appellante,

advocaat: mr. B.M. König te Apeldoorn,

tegen

[geïntimeerde] ,

gevestigd te [plaats 1] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. J.M.J. van der Grinten te Amsterdam.

Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.
<nr>1</nr>Het geding in hoger beroep
[appellant] is bij per e-mail op 17 juni 2026 ter griffie van het hof ingekomen beroepschrift in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 10 juni 2026, waarbij het door [appellant] ingestelde verzet tegen het verstekvonnis van 27 februari 2026 ongegrond is verklaard. Bij laatstgenoemd vonnis, gewezen onder faillissementsnummer C/13/26/54, is [appellant] in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. G.M. Drenth, lid van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, tot rechter-commissaris en met aanstelling van

mr. B. Keybeck, advocaat te Urmond, als curator.

Bij V4-formulier van 6 juli 2026 heeft mr. König voornoemd namens [appellant] het hoger beroep ingetrokken.

Bij e-mailbericht van 6 juli 2026 heeft mr. Van der Grinten, namens [geïntimeerde] , in reactie hierop verklaard dat hoewel de bepaalde zitting van 7 juli 2026 geen doorgang meer zal vinden [geïntimeerde] kosten heeft gemaakt in verband met het voorbereiden van de zaak en het hof daarom verzocht [appellant] in de proceskosten te veroordelen.
<nr>2</nr>Beoordeling 2.1.
Nu [appellant] het hoger beroep heeft ingetrokken, kan zij niet in haar hoger beroep worden ontvangen. Met betrekking tot het verzoek van [geïntimeerde] om [appellant] te veroordelen in de proceskosten overweegt het hof dat voor een dergelijke veroordeling in beginsel slechts plaats is wanneer [geïntimeerde] aantoonbaar kosten heeft gemaakt in verband met het geding, bijvoorbeeld in het geval griffierecht is betaald, een verweerschrift is ingediend en/of een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden waarbij [geïntimeerde] is bijgestaan door een advocaat. Van dit alles is geen sprake geweest. Evenmin is gebleken van concrete kosten aan de zijde van [geïntimeerde] in verband met de voorbereiding van de zaak, die op grond van artikel 237 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor vergoeding in aanmerking komen. Dit leidt ertoe dat [appellant] weliswaar als de in het ongelijk gestelde partij zal worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [geïntimeerde] maar dat die proceskosten worden begroot op nihil.
<nr>3</nr>Beslissing
Het hof:

verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in haar hoger beroep;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.L.D. Akkaya, K.A.J. Bisschop en M.A.J.G. Janssen en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Artikel delen