Verstek arrest. Het hof verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Gerechtshof Amsterdam 2 February 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:236
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
02-02-2026
Datum publicatie
02-02-2026
Zaaknummer
23-001047-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
ECLI:NL:GHAMS:2026:236text/xmlpublic2026-02-02T16:58:402026-02-02Raad voor de RechtspraaknlGerechtshof Amsterdam2026-01-1523-001047-25UitspraakHoger beroepNLAmsterdamStrafrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:236text/htmlpublic2026-02-02T16:57:192026-02-02Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:GHAMS:2026:236 Gerechtshof Amsterdam , 15-01-2026 / 23-001047-25 Verstek arrest. Het hof verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001047-25
datum uitspraak: 15 januari 2026 VERSTEK Arrest van het gerechtshof Amsterdam, gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 april 2025 in de strafzaak onder parketnummer
13-007325-25 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,
adres: [adres] . De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Onderzoek ter terechtzitting Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 januari 2026. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep. Ontvankelijkheid van het door de verdachte ingestelde hoger beroep Op 30 april 2025 heeft de verdachte hoger beroep ingesteld tegen voornoemd vonnis van de rechtbank. Blijkens een e-mail van de raadsvrouw van de verdachte van 19 december 2025 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven. Intrekking van het hoger beroep was toen echter niet meer mogelijk, nu het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds op 26 augustus 2025 was begonnen. De raadsvrouw heeft het hof verzocht gebruik te maken van de in art. 416, lid 2 van het Wetboek van Strafvordering geboden mogelijkheid om het ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren bij gebrek aan grieven.
Gelet op het voorgaande moet de verdachte geacht worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal het appel van de verdachte, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in voornoemd artikellid, niet-ontvankelijk worden verklaard. BESLISSING Het hof verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. R. van der Heijden en mr. P.K. van Riemsdijk, in tegenwoordigheid van mr. R. Ras, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 januari 2026. mr. D.A.C. Koster en mr. P.K. van Riemsdijk zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.