Niet zoveel mogelijk rechtshouden. Nu niet met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat op het moment van de constatering de spitsstrook open was, kan de gedraging niet worden vastgesteld. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 August 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:4147
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
23-06-2026
Datum publicatie
05-08-2026
Zaaknummer
Wahv 200.360.974/01
Rechtsgebied
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
ECLI:NL:GHARL:2026:4147text/xmlpublic2026-08-05T15:08:072026-06-23Raad voor de RechtspraaknlGerechtshof Arnhem-Leeuwarden2026-06-23Wahv 200.360.974/01UitspraakHoger beroepNLLeeuwardenStrafrechtBestuursrecht; BestuursstrafrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4147text/htmlpublic2026-08-05T15:07:362026-08-05Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:GHARL:2026:4147 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 23-06-2026 / Wahv 200.360.974/01 Niet zoveel mogelijk rechtshouden. Nu niet met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat op het moment van de constatering de spitsstrook open was, kan de gedraging niet worden vastgesteld. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.360.974/01 CJIB-nummer : 254740681 Uitspraak d.d. : 23 juni 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 18 september 2025, betreffende
[betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 165,-. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 453,50. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling 1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 220,- voor: “niet zoveel mogelijk rechtshouden op een autoweg of autosnelweg”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 december 2022 om 13:36 uur op de Rijksweg A2 in Born met het voertuig met het kenteken [kenteken] . 2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene zoveel mogelijk rechts reed, want de spitsstrook was gesloten. Haar verklaring dat zij gewoon haar baan bleef volgen is dan ook correct en normaal. De verbalisant zegt in de zaakgegevens niets over de spitsstrook op 27 december 2022. Uit het proces-verbaal van 11 juni 2024 blijkt dat de verbalisant zich de situatie niet kan herinneren en slechts beredeneert dat de spitsstrook open was. Zijn theorie dat een rood kruis zichtbaar is als de spitsstrook niet open is, klopt niet. Er is dan eenvoudig geen groene pijl naar beneden zichtbaar. De verbalisant leidt uit het ontbreken van een rood kruis ten onrechte af dat de spitsstrook open was. Nu de spitsstrook gesloten was, is de verweten gedraging niet verricht. 3. De gedraging waarvoor aan de betrokkene een sanctie is opgelegd betreft een overtreding van artikel 3, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), te weten: “Bestuurders zijn verplicht zoveel mogelijk rechts te houden”. 4. Artikel 1 van het RVV 1990 bevat de definities van de begrippen ‘rijstrook’ en ‘spitsstrook’ en deze luiden als volgt: “Rijstrook: een door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan van zodanige breedte dat bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen daarvan gebruik kunnen maken. (…)
Spitsstrook: de vluchtstrook die als rijstrook is aangewezen blijkens bord C23-01 van bijlage 1.” 5. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft. 6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Ik zag dat de bestuurder de 2 rijstrook volgde, over een afstand van ten minste 1200 meter. De rijstrook, welke rechts naast de gevolgde rijstrook was gelegen, was over die afstand geheel vrij van verkeer. Er waren geen omstandigheden die het niet zoveel mogelijk rechts houden noodzaakten. (…)
Ter hoogte van hectometerpaal: 230.2 L (…)
Aan de betrokkene is de cautie verleend. (…)
Verklaring betrokkene: ik dacht ik blijf gewoon mijn baan volgen.” 7. In het dossier bevindt zich een aanvullend proces-verbaal van 11 juni 2024, waarin een van de betrokken ambtenaren op ambtsbelofte onder meer verklaart:
“In mijn verbaal geef ik aan dat betrokkene rijdt op rijstrook twee en dat de rijstrook rechts van rijstrook twee vrij was over de gehele afstand dat betrokkene heeft gereden. Als deze spitsstrook afgesloten was door middel van een rood kruis zou deze dus niet vrij zijn omdat betrokkene hier in dat geval helemaal niet mocht rijden. Ook staat in mijn verbaal dat er geen omstandigheden waren waardoor niet zoveel mogelijk rechts houden niet mogelijk zou zijn, denk hierbij weer aan dat deze weg dus open is voor het verkeer. Ook geeft betrokkene zelf in haar verklaring aan dat zij dacht ‘ik blijf gewoon mijn baan volgen’. Wegens de tijd die verstreken is sinds deze casus kan ik deze niet meer voor de geest halen, echter maak ik een verbaal op ambtsbelofte dus naar waarheid op.” 8. Het is het hof ambtshalve bekend dat de A2 (links) ter plekke bestaat uit 2 ‘normale’ rijstroken en een spitsstrook. Vaststaat dat de betrokkene ten tijde van de gedraging op rijstrook 2 reed. Om te kunnen vaststellen dat de betrokkene de gedraging heeft verricht, is relevant of de spitsstrook op dat moment geopend was. Indien de spitsstrook immers niet geopend was, was rijstrook 2 de meest rechter rijstrook. 9. De ambtenaren hebben in het zaakoverzicht niet expliciet vermeld dat de spitsstrook open was ten tijde van de gedraging. Uit het aanvullend proces-verbaal blijkt dat de ambtenaar zich deze zaak niet meer kan herinneren, hij volstaat met een redenering die erop neerkomt dat hij geen sanctie zou hebben opgelegd als de spitsstrook open was geweest. Niet blijkt dat de ambtenaar navraag heeft gedaan bij Rijkswaterstaat of ten tijde van de gedraging de spitsstrook ter plekke open was. Nu niet met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat op het moment van de gedraging de spitsstrook open was, kan de gedraging niet worden vastgesteld. 10. De inleidende beschikking kan daarom niet in stand blijven. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.
11. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 666,- en voor het (hoger) beroep € 934,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Omdat de beslissing van de kantonrechter na 31 december 2023 is bekendgemaakt en gelet op het arrest van het hof van 10 oktober 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:6272), wordt het bedrag van de in hoger beroep gemaakte kosten op grond van artikel 13a, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wahv vermenigvuldigd met factor 0,25. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 916,75 (= (1 x € 666,- x 0,5) + (1 x € 934,- x 0,5)) + (1 x € 934,- x 0,5 x 0,25)). De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing; verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond; vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd; bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd; veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 916,75. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.