Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:GHARL:2026:4236

Voertuig met scherpe delen. Boot op aanhanger met uitstekende buitenboordmotor. Het hof oordeelt dat sprake is van lading met scherpe delen die in het geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren. Omdat niet de aanhanger zelf, maar de lading daarvan scherpe delen heeft kan de gedraging niet worden vastgesteld. Het hof wijzigt de feitcode.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:GHARL:2026:4236 text/xml public 2026-08-05T15:29:37 2026-06-29 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-06-29 200.359.699/01 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4236 text/html public 2026-08-05T15:29:18 2026-08-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:4236 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 29-06-2026 / 200.359.699/01
Voertuig met scherpe delen. Boot op aanhanger met uitstekende buitenboordmotor. Het hof oordeelt dat sprake is van lading met scherpe delen die in het geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren. Omdat niet de aanhanger zelf, maar de lading daarvan scherpe delen heeft kan de gedraging niet worden vastgesteld. Het hof wijzigt de feitcode.
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.359.699/01

CJIB-nummer

: 260265456

Uitspraak d.d.

: 29 juni 2026

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 13 mei 2025, betreffende
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 280,- voor: “N480a – als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl het voertuig scherpe delen heeft”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 augustus 2023 om 20.34 uur op de Bospoort (A4) in Leiderdorp met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De betrokkene voert aan dat geen sanctie had mogen worden opgelegd voor de onder 1. genoemde gedraging. Er is geen wettelijke norm voor scherp. Zowel de specialisten van het Parket CVOM, de agent en de ANWB konden die niet noemen. Op de vraag welke maatregelen nodig waren om verder te mogen rijden, kreeg de betrokkene geen antwoord. Afschermen met een kooi zoals op de zitting bij de kantonrechter werd voorgesteld zorgt juist voor extra letsel. Het niet weten welke minimumeisen er zijn maakt de overtreding nietig. De officier van justitie spreekt in diens beslissing ook van uitstekende delen en niet scherpe delen. De betrokkene heeft maatregelen genomen die het letsel juist verlagen. Het staartstuk klapt in bij contact, waarna de uitstekende, zachte, luchtgevulde drijfkussens net zoals airbags het letsel juist verminderen. Dit is niet weerlegd. De propeller bevindt zich achter de constructie van de boot. Bij een kop-staartbotsing zal een achteropkomend voertuig eerst in contact komen met de motorbehuizing of de constructie van de aanhanger. Bovendien gaat het niet om delen van de aanhanger, maar de boot. De boot is lading en daarvoor geldt een andere regeling. De betrokkene verzet zich tegen het wijzigen van de feitcode zoals door de advocaat-generaal is voorgesteld, omdat hij in zijn verdedigingsbelangen is geschaad. De feitelijke situatie blijft hetzelfde, terwijl de juridische grondslag wezenlijk verandert. De betrokkene heeft reeds drie instanties moeten doorlopen om dit juridisch gelijk te halen. Verder voert de betrokkene aan dat standpunten wel zijn vermeld zonder dat deze inhoudelijk zijn behandeld. Daarom moet de beslissing van de kantonrechter worden vernietigd wegens strijd met de wet en de fundamentele rechtsbeginselen.

3. De onderhavige gedraging met feitcode N480a betreft een overtreding van artikel 5.13.48, eerste lid, van de Regeling voertuigen. Voor zover van belang is in dat artikel bepaald:“ 1. Aanhangwagens mogen geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren.”

4. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Wij, verbalisanten, zagen dat op de meest rechterrijstrook van de rijksweg A4, komende uit de richting van Amsterdam en gaande in de richting van Den Haag, een 4-wielig motorvoertuig, zijnde een personenauto, merk Suzuki, reed waarachter een 1 assige aanhangwagen was aangebracht en gekoppeld, welke was voorzien van een witte kentekenplaat. Wij zagen dat deze kentekenplaat niet overeenkwam met die van het trekkende motorvoertuig. Daarnaast zagen wij dat er op de aanhangwagen een soort van constructie was aangebracht waarmee een motorboot moest kunnen worden vervoerd. Wij zagen dat de motorboot was voorzien van een buitenboordmotor welke achterop de motorboot was gemonteerd. Wij zagen dat de buitenboordmotor was gekanteld en dat het staartstuk en de propeller naar achteren uitstaken en buiten de constructie van de aanhangwagen kwamen. Wij, verbalisanten, zagen dat zowel de propeller als het staartstuk scherpe delen betroffen. (…) Betrokkene is gewaarschuwd voor: - losliggende lading op 2 plaatsen, 1 anker welke loslag in een plastic bakje en diverse losliggende stukken hout met diverse afmetingen welke op de draagarm van de aanhangwagen waren aangebracht welke de boot zouden moeten stabiliseren. – verkeerde kentekenplaat gemonteerd op aanhangwagen. Aan de betrokkene is de cautie verleend. (…)Verklaring betrokkene: ik heb de boot zo gekocht met de aanhanger. Ze hadden mij dat wel eens mogen vertellen. Ik dacht dat het zo wel mocht.”

6. Verder bevat het dossier twee foto’s van de gedraging die door de ambtenaar zijn gemaakt en bij het zaakoverzicht is gevoegd. Hierop is de aanhanger te zien met daarop de boot. De buitenboordmotor is gekanteld, waardoor deze schuin naar achteren steekt. De schroef van de boot en het staartstuk steken daardoor recht naar achteren. Deze zijn niet afgeschermd. Het staartstuk heeft puntige onderdelen. De schroef heeft dunne metalen propellerbladen. De betrokkene heeft zelf ook foto’s toegestuurd waarop dit te zien is.

7. De advocaat-generaal heeft voorgesteld om de feitcode te wijzigen naar “P080 - als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl de lading van voertuig scherpe delen heeft”. Dit betreft een overtreding van artikel 5.18.8, eerste lid, van de Rv, dat ten tijde van de gedraging als volgt luidde:

“De lading van voertuigen en verwisselbare uitrustingsstukken mogen geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren.”

8. Het hof stelt vast dat het in dit geval niet gaat om delen van de aanhanger zelf, maar de lading daarvan. Naar het oordeel van het hof kan, anders dan de kantonrechter overwogen heeft, niet gesteld worden dat ook de lading van aanhangers onder de reikwijdte van artikel 5.13.48 van de Rv gebracht kan worden. Het hof zal beoordelen of er aanleiding bestaat om de feitcode en de omschrijving van de gedraging te wijzigen zoals door de advocaat-generaal voorgesteld.

9. In de regelgeving is geen definitie gegeven van wat precies moet worden verstaan onder scherpe delen. Bij de beoordeling is van belang of het gaat om scherpe delen die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren.

10. Gelet op de stukken in het dossier, in het bijzonder de door de betrokkene en de ambtenaar gemaakte foto's, is het hof van oordeel dat sprake is van lading met scherpe delen die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kan opleveren. De schroef van de boot en het staartstuk met puntige onderdelen steken uit naar achteren, terwijl ze niet zijn afgeschermd. Dit levert vooral gevaar op bij kwetsbare verkeersdeelnemers zoals voetgangers, fietsers en in zekere mate ook motorrijders. Dat de betrokkene deze onderdelen op zichzelf niet scherp vindt, betekent niet dat deze niet als zodanig kunnen worden aangemerkt op het moment dat hiermee wordt gereden terwijl deze niet afgeschermd zijn. Verkeer is immers in beweging en in een dergelijk geval is de impact en uitwerking van een botsing met een dergelijk onderdeel anders dan wanneer dit gecontroleerd in stilstand wordt aangeraakt. Hier kan niet aan afdoen dat het staartstuk inklapt bij contact en dat er stootkussens zijn die als airbag zouden kunnen werken. Een kwetsbare verkeersdeelnemer wordt daar niet voldoende door beschermd, omdat de scherpe delen zelf niet zijn afgeschermd en hij of zij daar dus mee in contact kan komen.

11. Uit het voorgaande volgt dat kan worden vastgesteld dat de gedraging met feitcode P080 is verricht. Het hof zal de feitcode dan ook wijzigen. De betrokkene weet waartegen hij zich dient te verdedigen. Hij heeft zelf immers ook aangevoerd dat het niet om delen van de aanhanger ging maar delen van de lading. Hij heeft daarnaast gereageerd op het voorstel van de advocaat-generaal. Verder gaat het om een feitcode waar hetzelfde sanctiebedrag bij hoort. De betrokkene wordt door de wijziging dan ook niet in enig rechtens te respecteren belang geschaad.

12. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.

13. Voor zover de betrokkene stelt dat er geen sanctie mag worden opgelegd aangezien hij niet weet welke minimumeisen er zijn omdat er geen wettelijke norm voor scherp is, oordeelt het hof dat deze grond geen doel treft. In dit geval kan niet gezegd worden dat het zodanig twijfelachtig is of sprake is van scherpe delen die gevaar voor letsel kunnen opleveren, dat de betrokkene het voordeel van de twijfel zou moeten krijgen. Dat de agenten de betrokkene niet konden vertellen welke maatregelen hij zou moeten nemen om door te mogen rijden doet hier niet aan af.

14. Gelet op het vorenstaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaren en die beslissing vernietigen, het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond verklaren en de feitcode en de omschrijving van de gedraging wijzigen.

15. Omdat het hof de beslissing van de kantonrechter om voornoemde reden vernietigt, zal het de overige bezwaren tegen die beslissing onbesproken laten.
De beslissing
Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;

wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat de feitcode en de omschrijving van de gedraging en worden gewijzigd in “P080 - als bestuurder van een voertuig of samenstel van voertuigen rijden, terwijl de lading van het voertuig scherpe delen heeft”.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Artikel delen