Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:GHARL:2026:4354

Klacht over partijdigheid kantonrechter. Het was aan de gemachtigde geweest om in de procedure bij de kantonrechter een wrakingsverzoek in te dienen. Bij het achterwege laten daarvan kan in hoger beroep - afgezien van uitzonderlijke situaties, waarvan hier niet is gebleken - niet meer over vermeende partijdigheid van de kantonrechter worden geklaagd.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:GHARL:2026:4354 text/xml public 2026-08-05T15:39:37 2026-07-03 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-07-03 200.361.677/01 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4354 text/html public 2026-08-05T15:39:01 2026-08-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:4354 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 03-07-2026 / 200.361.677/01
Klacht over partijdigheid kantonrechter. Het was aan de gemachtigde geweest om in de procedure bij de kantonrechter een wrakingsverzoek in te dienen. Bij het achterwege laten daarvan kan in hoger beroep - afgezien van uitzonderlijke situaties, waarvan hier niet is gebleken - niet meer over vermeende partijdigheid van de kantonrechter worden geklaagd.
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.361.677/01 en Wahv 200.361.678/01

CJIB-nummer

: 262563673 en 262562533

Uitspraak d.d.

: 3 juli 2026

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissingen van de kantonrechter van de rechtbank

Noord-Nederland van 16 september 2025, betreffende
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
gevestigd te [vestigingsplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is [gemachtigde] , wonende te [woonplaats] .
De beslissingen van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissingen van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissingen vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikkingen ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissingen van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft verweerschriften ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene zijn als kentekenhouder bij inleidende beschikkingen twee administratieve sancties opgelegd, namelijk:

- een sanctie van € 165,- (CJIB-nummer 262562533) voor: “16 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 23 november 2023 om 13:17 uur op de Zijtatak Oostzijde ter hoogte van huisnummer 63 te Nieuw-Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] ;

- een sanctie van € 191,- (CJIB-nummer 262563673) voor: “18 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 23 november 2023 om 14:01 uur op de Zijtatak Oostzijde ter hoogte van huisnummer 63 te Nieuw-Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De gemachtigde kan zich niet vinden in de beslissingen van de kantonrechter en voert -kort samengevat- het volgende aan. De ambtenaar heeft geen trainingscertificaat Jenpotik MultaRadar CT behaald want het is online onvindbaar. Er zijn fouten gemaakt door de ambtenaar die gerede twijfel doen ontstaan met betrekking tot de opleiding en training van de bedienaar, namelijk: de pleeglocatie is onjuist, het constateren van een witte auto in plaats van een donkerblauwe auto en de te donkere gedragingsfoto. Daardoor heeft hij, zo stelt de gemachtigde, de gedragingen niet begaan.

3. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de bekwaamheid van de betreffende ambtenaar om de gebruikte apparatuur te bedienen. De enkele omstandigheid dat geen certificaat ten bewijze van de bekwaamheid van de betrokken ambtenaar voor de bediening van de gebruikte meetapparatuur in het dossier aanwezig is en dat de gemachtigde het certificaat niet heeft kunnen vinden, doet op zichzelf geen twijfel ontstaan omtrent de vereiste bekwaamheid van deze ambtenaar en de juistheid van de gegevens die met behulp van die apparatuur zijn verkregen, respectievelijk die door de ambtenaar voor de sanctieoplegging zijn gebruikt (vgl. ook het arrest van dit hof van 16 januari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:371). Ook in de overige argumenten van de gemachtigde, ziet het hof geen aanleiding om aan de bekwaamheid van de ambtenaar te twijfelen. De verschrijving in de pleeglocatie, namelijk dat “Zijtatak” “Zijtak” moet zijn, is geen fout waaruit kan worden afgeleid de ambtenaar voor het snelheidsmeetmiddel geen training heeft gehad. In het zaakoverzicht staat onder het kopje “opgaven RDW” dat het voertuig van de betrokkene wit is. Dit betekent dat de gegevens zijn overgenomen uit het kentekenregister van de RDW. Kennelijk is het voertuig van de betrokkene daar geregistreerd als wit, terwijl, zo is ook op de door de advocaat-generaal in hoger beroep verstrekte gedragingsfoto, het voertuig van de betrokkene donkerkleurig is. Het hof ziet alles overziend geen aanleiding om te twijfelen aan de bekwaamheid van de ambtenaar. Aldus kan worden vastgesteld dat de gedragingen zijn verricht met het voertuig van de betrokkene.

4. De gemachtigde benoemt voorts dat de kantonrechter, in verband met afwezigheid van de officier van justitie, het standpunt van de officier van justitie ter zitting voorlas en dat het hem het gevoel van partijdigheid gaf.

5. Het hof overweegt dat het aan de gemachtigde was geweest om in de procedure bij de kantonrechter een wrakingsverzoek in te dienen wanneer hij twijfelde aan de onpartijdigheid van de kantonrechter. Bij het achterwege laten van een wrakingsverzoek kan in hoger beroep -afgezien van uitzonderlijke situaties, waarvan hier niet is gebleken- niet meer over vermeende partijdigheid van de kantonrechter worden geklaagd.

6. Daarnaast klaagt de gemachtigde er nog over dat de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie heeft vernietigd, maar daar geen gevolgen aan heeft verbonden met betrekking tot de proceskostenvergoeding terwijl hij -zo begrijpt het hof althans- in zijn belangen is geschaad door fouten van de ambtenaar en door de (foute) beslissing van de officier van justitie.

7. Het hof stelt vast dat de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie heeft vernietigd vanwege schending van het motiveringsbeginsel. Naar vaste rechtspraak van het hof is de betrokkene hiermee echter niet in het gelijk gesteld als bedoeld in de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021 (ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786). Daarom bestaat, nog daargelaten dat hier geen sprake lijkt te zijn van beroepsmatig verleende rechtsbijstand door de gemachtigde, in het geheel geen aanspraak op een proceskostenvergoeding.

8. De gronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissingen van de kantonrechter daarom bevestigen. Er is geen aanleiding om een proceskostenvergoeding toe te kennen.
De beslissing
Het gerechtshof:

bevestigt de beslissingen van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Artikel delen