Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:GHARL:2026:4934

Het hof veroordeelt verdachte wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid van een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, verkrachting en het vervaardigen en bezitten van kinderpornografisch materiaal tot een gevangenisstraf van 3 jaren en legt de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege op, naast de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vr...

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:GHARL:2026:4934 text/xml public 2026-07-30T13:42:55 2026-07-28 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-07-30 21-000673-25 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4934 text/html public 2026-07-30T13:42:47 2026-07-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:4934 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 30-07-2026 / 21-000673-25
Het hof veroordeelt verdachte wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid van een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, verkrachting en het vervaardigen en bezitten van kinderpornografisch materiaal tot een gevangenisstraf van 3 jaren en legt de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege op, naast de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking (art. 38z Sr). Het hof wijst het verzoek van de verdediging om te volstaan met tbs met voorwaarden af, ondanks een positief advies van de gedragsdeskundigen, omdat dit onvoldoende waarborgen biedt voor de veiligheid van de samenleving.

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000673-25

Uitspraakdatum: 30 juli 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 4 februari 2025 met parketnummer 18-232932-23 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1981 in [geboorteplaats] ,

op dit moment verblijvende in [P.I.] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 16 juli 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:

vernietiging van het vonnis van de rechtbank;

bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 tenlastegelegde;

veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van 3 jaren met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht;

oplegging van de niet-gemaximeerde maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege;

oplegging van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht;

verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen gegevensdragers;

toewijzing van de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] , te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman,

mr. A.M.J. Comans, en de advocaat van de benadeelde partij [benadeelde] ,

mr. R.M. IJbema, hebben aangevoerd.
Vonnis
De rechtbank Noord-Nederland heeft bij vonnis van 4 februari 2025:

verdachte ter zake van het aan hem onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaren met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht;

gelast dat verdachte ter beschikking zal worden gesteld en bevolen dat hij van overheidswege zal worden verpleegd;

de inbeslaggenomen gegevensdragers verbeurdverklaard;

de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het hof vernietigt het vonnis en doet daarom opnieuw recht.
Tenlastelegging
Op de zitting bij de rechtbank Noord-Nederland is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:

1. primairhij in of omstreeks de periode van 1 juni 2023 tot en met 31 augustus 2023 te [plaats] , althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [benadeelde] (geboren op [geboortedatum] 2016) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit een of meermalen:

- het betasten, en/of aanraken en/of strelen en/of kriebelen van de penis en/of balzak en/of (tussen de) billen en/of

- het leggen van de hand van die [benadeelde] om zijn, verdachtes, penis en/of

- het aanraken en/of masseren en of wrijven van zijn, verdachtes, penis door die [benadeelde] en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat

- het leeftijdsverschil tussen die [benadeelde] en verdachte aanzienlijk was (25 jaar) en/of

- verdachte een (liefdes)relatie met de moeder van die [benadeelde] had en tevens de buurman is en/of

- verdachte wist en/of gebruik heeft gemaakt van het feit dat die [benadeelde] een kwetsbaar jongetje was en/of

- zij een (hechte) (vertrouwens)band hadden;

1. subsidiairhij in of omstreeks de periode van 1 juni 2023 tot en met 31 augustus 2023 te [plaats] , althans in Nederland, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [benadeelde] , geboren op [geboortedatum] 2016, door

- het (meermalen) betasten en/of aanraken en/of strelen van de penis en/of balzak en/of (tussen de) billen en/of

- het (meermalen) leggen van de hand van die [benadeelde] om zijn, verdachtes, penis en/of - het (meermalen) aanraken en/of masseren en/of wrijven van zijn, verdachtes, penis door die [benadeelde] ;

2. primairhij op of omstreeks 29 augustus 2023 te [plaats] , althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten [benadeelde] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde] , te weten

- het een of meermalen in zijn anus brengen van één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s);

het geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het:

- de billen van die [benadeelde] uit elkaar te duwen en/of

- de benen van die [benadeelde] vast te houden en/of

- [benadeelde] in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, heeft gebracht en met het psychisch overwicht, dat hij, verdachte, op die [benadeelde] had verworven, die [benadeelde] aan zijn, verdachtes, wil heeft onderworpen en de wil van die [benadeelde] heeft gemanipuleerd en/of (aldus) voor die [benadeelde] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2. subsidiairhij op of omstreeks 29 augustus 2023 te [plaats] , althans in Nederland, met [benadeelde] , geboren op [geboortedatum] 2016, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde] te weten het een of meermalen in zijn anus brengen van één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s);

3.hij in of omstreeks de periode van 29 augustus 2023 tot en met 13 september 2023 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, afbeeldingen, te weten foto's en/of films en/of video's en/of (een) gegevensdrager(s), bevattende afbeeldingen, te weten een of meer telefoon(s) (Samsung Galaxy A12 en/of Dooge X95) van seksuele gedragingen, waarbij een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, althans iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [benadeelde] (geboren op [geboortedatum] 2016), is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid, aangeboden, openlijk tentoongesteld, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verworven, in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

- het (meermalen) betasten en/of aanraken en/of strelen van de penis en/of balzak en/of (tussen de) billen en/of anus van die [benadeelde] en/of

- het (meermalen) uit elkaar duwen van de billen van die [benadeelde] en/of

- het (meermalen) brengen van een vinger in de anus van die [benadeelde] ;

4.hij in of omstreeks 13 september 2023 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, 7 afbeeldingen, althans een groot aantal afbeeldingen, te weten foto’s en video’s en gegevensdragers, te weten Samsung Galaxy A12 en/of Dooge X95, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

- het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de schaamlippen en/of borsten en/of penis van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

- het oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

- het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Het hof acht het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en de verdediging geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat het hof met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Ieder bewijsmiddel is – ook in onderdelen – slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Deze opgave luidt als volgt:

1. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 20 november 2025, inhoudend de bekennende verklaring van verdachte;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 14 september 2023, opgenomen op pagina 31 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2023237310 (NNRBC23219 – Vienna) van 14 december 2023, inhoudend de verklaring van [naam] ;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen uitwerking studioverhoor van 26 september 2023, opgenomen op pagina 36 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [benadeelde] ;

4. een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming van 13 september 2023, opgenomen op pagina 10 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ;

5. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 18 september 2023, opgenomen op pagina 63 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ;

6. een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming van 13 september 2023, opgenomen op pagina 12 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ;

7. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 december 2023, opgenomen op pagina 89 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] .
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1. primairhij in de periode van 1 juni 2023 tot en met 31 augustus 2023 in Nederland, door feitelijkheden een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, [benadeelde] (geboren op [geboortedatum] 2016), heeft gedwongen tot het plegen en dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit:

- het betasten, aanraken, strelen en kriebelen van de penis en balzak en (tussen de) billen en

- het leggen van de hand van die [benadeelde] om zijn, verdachtes, penis en

- het aanraken en masseren van zijn, verdachtes, penis door die [benadeelde] en bestaande die feitelijkheden hierin dat

- het leeftijdsverschil tussen die [benadeelde] en verdachte aanzienlijk was (25 jaar) en

- verdachte een (liefdes)relatie met de moeder van die [benadeelde] had en tevens de buurman is en

- verdachte wist en gebruik heeft gemaakt van het feit dat die [benadeelde] een kwetsbaar jongetje was en

- zij een (hechte) (vertrouwens)band hadden;

2. primairhij op 29 augustus 2023 in Nederland door feitelijkheden [benadeelde] heeft gedwongen tot het ondergaan van een handeling die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde] , te weten:

- het in zijn anus brengen van zijn, verdachtes, vinger;

hebben de feitelijkheden bestaan uit:

- de billen van die [benadeelde] uit elkaar duwen en

- de benen van die [benadeelde] vasthouden en

- die [benadeelde] brengen in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, en met het psychisch overwicht, dat hij, verdachte, op die [benadeelde] had verworven, die [benadeelde] aan zijn, verdachtes, wil onderwerpen en de wil van die [benadeelde] te manipuleren en (aldus) voor die [benadeelde] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

3.hij in de periode van 29 augustus 2023 tot en met 13 september 2023 in Nederland op een gegevensdrager, te weten een Samsung Galaxy A12, een video van seksuele gedragingen, waarbij een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten [benadeelde] (geboren op [geboortedatum] 2016), is betrokken, heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

- het betasten, aanraken en strelen van de balzak en (tussen de) billen en anus van die [benadeelde] en

- het uit elkaar duwen van de billen van die [benadeelde] en

- het brengen van een vinger in de anus van die [benadeelde] ;

4.hij op 13 september 2023 te [plaats] op gegevensdragers, te weten een Samsung Galaxy A12 en Dooge X95, afbeeldingen, te weten foto’s, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

- het betasten en aanraken van het geslachtsdeel, de schaamlippen en penis van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en

- het oraal en vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en

- het houden van een (stijve) penis bij het gezicht en lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Het onder 2 primair bewezenverklaarde levert op:

verkrachting.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige.

Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
Bij het bepalen van de straffen en maatregelen houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstig seksueel misbruik van de destijds zevenjarige [benadeelde] . Als buurman en partner van [benadeelde] 's moeder had verdachte een vertrouwens- en zorgrol binnen het gezin gekregen. Van de hechte band en de afhankelijkheidsrelatie die daardoor was ontstaan, heeft verdachte misbruik gemaakt door [benadeelde] gedurende meerdere maanden herhaaldelijk te onderwerpen aan ontuchtige handelingen. Dit misbruik vond voornamelijk thuis plaats, in de omgeving die bij uitstek voor een opgroeiende minderjarige veilig hoort te zijn.

In augustus 2023 is verdachte hierin nog verder gegaan door [benadeelde] te verkrachten. Hij bracht daarbij zijn vinger in [benadeelde] 's anus. Hij kon [benadeelde] hiertoe dwingen doordat hij eerder al een afhankelijkheidsrelatie met hem was aangegaan en psychisch overwicht op hem had opgebouwd, waarmee hij voor een kind van deze leeftijd een bedreigende situatie deed ontstaan. Verdachte heeft dit misbruik bovendien op video vastgelegd en bewaard. Daarnaast is bij hem beeldmateriaal aangetroffen van ernstig seksueel misbruik van andere jonge kinderen, wat laat zien dat zijn seksuele belangstelling voor kinderen verder reikte dan [benadeelde] alleen.

Verdachte heeft door zijn handelen op zeer ernstige wijze misbruik gemaakt van [benadeelde] en daarmee grove inbreuk gemaakt op zowel zijn lichamelijke als psychische integriteit. Hij heeft in het geheel geen rekening gehouden met het welzijn van [benadeelde] en heeft enkel gehandeld ter bevrediging van zijn eigen lustgevoelens.

Het is algemeen bekend dat slachtoffers van seksueel misbruik nog gedurende langere tijd nadelige psychische gevolgen daarvan kunnen ondervinden. Uit de op de zitting van het hof voorgelezen slachtofferverklaring van de moeder van [benadeelde] blijkt dat het misbruik tot op de dag van vandaag een diepe impact heeft op het leven van [benadeelde] en dat van zijn omgeving.

Persoon van verdachte

Het hof heeft gelet op het strafblad van verdachte van 15 juni 2026, waaruit blijkt dat verdachte al op jonge leeftijd meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor zedendelicten. Verdachte is in 1995 veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van vier maanden met een proeftijd van twee jaren, in 1996 tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor de duur van 2 jaren, en in 2001 tot de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Verdachte is vervolgens in 2017 uit die kliniek ontslagen. Minder dan 6 jaar later heeft hij zich wederom schuldig gemaakt aan ernstig seksueel misbruik van een kind.

Daarnaast heeft het hof rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Daarbij is in het bijzonder acht geslagen op de over bij verdachte opgemaakte rapportages, waaronder de aanvullende Pro Justitia-rapportages van 3 januari 2026 en 26 februari 2026. Uit deze rapportages volgt dat bij verdachte sprake is van een pedofiele stoornis en een antisociale persoonlijkheidsstoornis. De psychiater en psycholoog concluderen dat deze stoornissen de gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van de onderhavige feiten beïnvloedden. Daarbij is sprake van een disbalans tussen drijvende krachten (pedofiele impulsen) en remmende krachten (beperkte empathie en gewetensvorming). De psychiater licht toe dat verdachte de ongeoorloofdheid van zijn handelen kon inzien, maar zijn wil als gevolg van zijn stoornissen onvoldoende in vrijheid kon bepalen.

De psychiater en psycholoog adviseren daarom alle feiten in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.

Het hof neemt de conclusies van de deskundigen op de in de rapporten genoemde gronden over en zal de bewezenverklaarde feiten daarom in verminderde mate toerekenen.

Het hof heeft ook acht geslagen op het reclasseringsadvies van 10 juli 2026.

Dit advies is ter terechtzitting van het hof toegelicht door de reclasseringswerker.

Zij heeft verklaard dat het positieve advies over een terbeschikkingstelling met voorwaarden afhankelijk is van een klinische opname en dat daarover nog geen duidelijkheid bestaat. [kliniek] heeft verdachte afgewezen en de [kliniek] overweegt een intake te plannen, maar laat dit en een eventuele opname afhangen van deze uitspraak en verdachtes motivatie en bereidheid zich aan voorwaarden te houden.

Daarnaast bestaan er twijfels over de haalbaarheid van deze maatregel, gelet op de abrupte omslag in verdachtes proceshouding van stelselmatig ontkennend naar bekennend.

De op te leggen straf

Gelet op de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten en de gevolgen daarvan, is het hof van oordeel dat niet met een andere sanctie kan worden volstaan dan met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

In strafmatigende zin houdt het hof rekening met de verminderde toerekenbaarheid van verdachte. Daarnaast zal het hof naast de gevangenisstraf de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opleggen, hetgeen eveneens is betrokken in de afweging van de duur van de gevangenisstraf.

Alles afwegende acht het hof, met de rechtbank en de advocaat-generaal, een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren passend en geboden. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt daarop in mindering gebracht.
Oplegging van maatregelen
Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege wordt opgelegd, alsmede de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.

Hij heeft daartoe aangevoerd dat sprake is van een zeer hoog recidiverisico, dat voor de bescherming van de maatschappij een klinische behandeling in een gesloten setting noodzakelijk is en dat met een terbeschikkingstelling met voorwaarden niet kan worden volstaan. De advocaat-generaal volgt het advies van de deskundigen over terbeschikkingstelling met voorwaarden niet, niet omdat hij hun deskundigheid betwist, maar omdat op het openbaar ministerie ook een andere verantwoordelijkheid rust, te weten de beveiliging van de maatschappij.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen.

De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de deskundigen en de reclassering na indringend onderzoek eensluidend over de haalbaarheid hiervan hebben geadviseerd. Indien met een minder ingrijpende maatregel kan worden volstaan, dient die te worden opgelegd. Het feit dat een recidiverisico nooit geheel kan worden weggenomen, biedt volgens de verdediging onvoldoende grondslag om van het deskundigenadvies af te wijken.

Oordeel van het hof

De maatregel van terbeschikkingstelling

Het hof stelt voorop dat aan vier voorwaarden moet zijn voldaan, wil aan een verdachte op grond van de artikelen 37, tweede en derde lid, 37a en 37b van het Wetboek van Strafrecht de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege kunnen worden opgelegd:

bij de verdachte moet ten tijde van het begaan van het strafbare feit sprake zijn van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens;

het betreffende feit moet een misdrijf betreffen waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 4 jaren of meer is gesteld, dan wel behoren tot een der misdrijven zoals specifiek in de wet (artikel 37a eerste lid, onder 1 van het Wetboek van Strafrecht) vermeld;

de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen moet het opleggen van de maatregel eisen;

een dergelijke maatregel kan enkel worden opgelegd nadat de strafrechter zich een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies heeft doen overleggen van ten minste twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines, waaronder een psychiater, die de verdachte hebben onderzocht.

Het hof is van oordeel dat aan al deze voorwaarden is voldaan.

Bij verdachte was ten tijde van het begaan van de bewezenverklaarde feiten sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, zoals hiervoor bij de persoon van verdachte uiteengezet.

De bewezenverklaarde feiten zijn misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 4 jaren of meer is gesteld.

Het hof beschikt over adviezen van twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines, waaronder een psychiater, die verdachte hebben onderzocht.

Ten aanzien van het gevaarscriterium overweegt het hof het volgende.

De psychiater en de psycholoog zijn het erover eens dat het recidiverisico op vergelijkbaar seksueel delictgedrag hoog tot zeer hoog is. De psychiater heeft in dat verband het volgende overwogen, welke overweging het hof tot de zijne maakt:

"Met deze combinatie van stoornissen ensceneert hij met veel geduld situaties waarin hij ongezien zijn pedofiele impulsen kan uitleven op jongere kinderen. Vanuit deze optiek kan gesteld worden dat er bij afwezigheid van toezicht en controle een hoog risico is voor recidive."

Daarbij verdient bijzondere aandacht dat verdachte minder dan zes jaar na een eerdere, langdurige terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opnieuw ernstig heeft gerecidiveerd bij een jong kind, hetgeen benadrukt dat het recidiverisico onverminderd hoog is.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat is voldaan aan het gevaarscriterium.

Het verzoek van de verdediging, strekkende tot het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden, wijst het hof af.

Naar het oordeel van het hof biedt een terbeschikkingstelling met voorwaarden onvoldoende waarborgen ter bescherming van de samenleving. Dat de psychiater en de psycholoog deze maatregel adviseren, doet aan dat oordeel niet af. Deskundigen adviseren vanuit hun eigen discipline met de nadruk op het behandelperspectief, terwijl op de strafrechter een eigen, zelfstandige verantwoordelijkheid rust voor de beveiliging van de samenleving.

Het hof overweegt dat uit het strafblad van verdachte een hardnekkig en zorgelijk patroon blijkt, waarbij verdachte na een eerdere langdurige terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opnieuw ernstig is gerecidiveerd. Daarbij betrekt het hof dat verdachte tijdens die eerdere behandeling zijn pedofiele gevoelens heeft ontkend, waardoor die behandeling zich niet op zijn daadwerkelijke pedofiele problematiek heeft gericht. Daar komt bij dat de reclassering een gebrek aan openheid, onvoldoende betrouwbaarheid en moeite met autoriteit binnen een verplicht kader signaleert.

Een voorwaardelijk kader dat in belangrijke mate steunt op de eigen verantwoordelijkheid, openheid en zelfcontrole van verdachte, brengt gelet hierop een onaanvaardbaar veiligheidsrisico met zich mee.

Dat verdachte op de zitting van het hof heeft verklaard bereid te zijn mee te werken aan voorwaarden, acht het hof onvoldoende zwaarwegend om tot een ander oordeel te komen.

Het hof benadrukt dat de door de verdediging geponeerde stelling dat de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege een ‘ultimum remedium’ is, niet uit de wet volgt.

Voor het antwoord op de vraag of de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden opgelegd moet worden vastgesteld dat wordt voldaan aan de wettelijke eisen in artikel 37a Sr. Voor de vraag of daarbij een bevel tot verpleging moet worden gegeven moet worden vastgesteld dat wordt voldaan aan de wettelijke eisen in artikel 37b Sr. Het gaat daarbij om het opleggen van de meest passende maatregel in de specifieke situatie. Overwogen moet worden of de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen die verpleging eist. De wet eist niet dat eerst een minder ingrijpende sanctie (straf of maatregel) moet worden opgelegd dan wel een vrijwillig of minder ingrijpend behandeltraject moet worden gevolgd alvorens de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege kan worden opgelegd. Voor deze verdachte geldt dat het terugdringen van het recidiverisico en de bescherming van de samenleving niet anders kunnen worden gerealiseerd dan binnen het kader van een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.

Het hof zal gelet op al het voorgaande, naast de opgelegde gevangenisstraf, de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opleggen.

Met het oog op het bepaalde in artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht stelt het hof vast dat de bewezenverklaarde feiten misdrijven betreffen die gericht zijn tegen, of gevaar veroorzaken voor, de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, zodat de totale duur van de terbeschikkingstelling niet is beperkt tot de duur van 4 jaren.

De maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking

Het hof ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of naast de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege ook de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht moet worden opgelegd.

Bij de beantwoording van die vraag betrekt het hof dat zowel de psychiater als de reclassering hebben geadviseerd deze maatregel op te leggen.

De psychiater wijst erop dat de pedofiele gerichtheid van verdachte zal blijven bestaan en dat van belang is dat hij ook na het verstrijken van de terbeschikkingstelling nog langdurig kan worden gevolgd.

De reclassering voegt daaraan toe dat verdachte kampt met chronische problematiek en al meerdere malen is gerecidiveerd, zodat van belang is dat gedurende langere tijd een strafrechtelijk vangnet mogelijk blijft.

In navolging van deze adviezen, en gelet op de vastgestelde problematiek en het hoge recidiverisico, acht het hof het noodzakelijk om naast de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op te leggen. Daarmee wordt de mogelijkheid gecreëerd om verdachte, ook na afloop van de terbeschikkingstelling, onder toezicht te stellen indien dat in verband met alsdan bestaande risico’s noodzakelijk is. Verder kunnen toekomstige risico’s voor de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen door de oplegging van deze maatregel op de lange termijn worden teruggedrongen, dan wel op een aanvaardbaar niveau worden gehouden.

Aan de wettelijke vereisten voor oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 38z, eerste lid, Sr is voldaan. Het hof gelast immers de terbeschikkingstelling van verdachte. Daarnaast is de oplegging van de maatregel naar het oordeel van het hof in het belang van de bescherming van de veiligheid van anderen.

Het hof zal daarom tot oplegging van deze maatregel overgaan. De beoordeling van de noodzaak tot tenuitvoerlegging van de maatregel en het eventuele bepalen van specifieke voorwaarden zal in de laatste fase van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege plaatsvinden. Een risicotaxatie van het dan aanwezige recidivegevaar dient in het kader van die beoordeling plaats te vinden.
Beslissing omtrent beslag
Ten aanzien van de inbeslaggenomen gegevensdragers overweegt het hof dat het onder 3 en 4 bewezenverklaarde is begaan met behulp van deze voorwerpen. Zij behoren verdachte toe. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 6.871,20 ingediend. Dit bedrag bestaat uit € 871,20 materiële schade en € 6.000,00 immateriële schade. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de gevorderde schadevergoeding.

Materiële schade

Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden door het onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. Nu de verdediging ten aanzien van dit, goed onderbouwde, onderdeel van de vordering geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering in zoverre worden toegewezen.

Immateriële schade

Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte.

Het hof is van oordeel dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek.

De aard en ernst van de normschending brengen mee dat de nadelige gevolgen voor [benadeelde] zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Daarbij betrekt het hof dat [benadeelde] ten tijde van het bewezenverklaarde zeven jaar oud was en dat hij door verdachte, die als partner van zijn moeder een vertrouwens- en vaderfiguur voor hem was geworden, gedurende meerdere maanden thuis is misbruikt en op 29 augustus 2023 is verkracht.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat [benadeelde] nog altijd ernstige gevolgen van het bewezenverklaarde ondervindt: hij trekt zich terug, heeft moeite zich te concentreren, kampt met frequente woede-uitbarstingen en zelfbeschadigend gedrag, en is inmiddels aangewezen op intensievere specialistische jeugdhulp.

De hoogte van de vordering is voldoende onderbouwd en door de verdediging niet betwist, zodat het hof de vordering zal toewijzen.

Concluderend wijst het hof de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] toe tot een bedrag van € 6.871,20, bestaande uit € 871,20 aan materiële schade en € 6.000,00 aan immateriële schade. De toegewezen bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente. Voor de materiële schade zal het hof als ingangsdatum voor de wettelijke rente de laatstgenoemde datum in de vordering waarop schade is geleden (24 mei 2024) nemen. Voor de immateriële schade geldt als ingangsdatum de datum van de schadeveroorzakende gebeurtenis, te weten 31 augustus 2023.

Proceskosten

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 24, 33, 33a, 36f, 37a, 37b, 38z, 57, 240b, 242, 246 en 248 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1 STK GSM (Omschrijving: PL0100-2023243319-G1641753, Dodgee);

- 1 STK GSM (Omschrijving: PL0100-2023237310-G1641722, Samsung).
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 6.871,20 (zesduizend achthonderdeenenzeventig euro en twintig cent) bestaande uit € 871,20 (achthonderdeenenzeventig euro en twintig cent) materiële schade en € 6.000,00 (zesduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 6.871,20 (zesduizend achthonderdeenenzeventig euro en twintig cent) bestaande uit € 871,20 (achthonderdeenenzeventig euro en twintig cent) materiële schade en € 6.000,00 (zesduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 59 (negenenvijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op

24 mei 2024 en van de immateriële schade op 31 augustus 2023.

Dit arrest is gewezen door mr. J. Hielkema, mr. Z.J. Oosting en mr. G.A. Versteeg, in aanwezigheid van de griffier mr. I.E. van Zalen en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 30 juli 2026.

Artikel delen