Familierecht. Kort geding. Spoedeisend belang bij rust en duidelijkheid voor kind van twee jaar. Voorlopige zorgregeling.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 September 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:6031
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18-09-2026
Datum publicatie
25-09-2026
Zaaknummer
200.371.582/01
Rechtsgebied
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
ECLI:NL:GHARL:2026:6031text/xmlpublic2026-09-25T12:54:252026-09-18Raad voor de RechtspraaknlGerechtshof Arnhem-Leeuwarden2026-09-15200.371.582/01UitspraakHoger beroepNLLeeuwardenCiviel rechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6031text/htmlpublic2026-09-25T12:54:092026-09-25Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:GHARL:2026:6031 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 15-09-2026 / 200.371.582/01 Familierecht. Kort geding. Spoedeisend belang bij rust en duidelijkheid voor kind van twee jaar. Voorlopige zorgregeling.
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 256670 arrest in kort geding van 15 september 2026 in de zaak van
[appellante] (de moeder),
die woont in [woonplaats1] ,
advocaat: mr. A.J. de Boer te Leeuwarden, en
[geïntimeerde] (de vader),
die woont in [woonplaats2] ,
advocaat: mr. P. Bollema te Leeuwarden. 1Het verloop van de procedure in hoger beroep 1.1. De moeder heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, (hierna: de voorzieningenrechter) op 10 juni 2026 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep (met daarin de grieven); de memorie van antwoord; productie 6 namens de moeder; een reactie daarop namens de vader; een bezwaar daartegen namens de moeder; het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling bij de voorzieningenrechter dat op 26 mei 2026 is gehouden, op verzoek van het hof nagestuurd door de moeder. 1.2. De zitting bij het hof was op 13 augustus 2026. Aanwezig waren: de ouders met hun advocaat; een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (de raad) als adviseur. 2De kern van de zaak2.1. De moeder en de vader zijn de ouders van [de minderjarige] , geboren [in] 2024 in [woonplaats2] . De ouders hebben samen het gezag over [de minderjarige] . De ouders woonden tot november 2025 samen met [de minderjarige] in [woonplaats2] . In die maand is de moeder met [de minderjarige] bij haar vader in [woonplaats1] ingetrokken. Sindsdien is [de minderjarige] de ene week van donderdagavond tot zondagavond en de andere week van donderdagavond tot vrijdagavond bij de vader. De vader woont nog in de gezinswoning in [woonplaats2] . De relatie van de ouders is in januari 2026 definitief verbroken. De moeder heeft afgelopen voorjaar een huis gekocht in [woonplaats1] . De ouders zijn het niet eens over de woonplaats van [de minderjarige] en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Het is de ouders niet gelukt om via gesprekken met een mediator hierover afspraken te maken. Een ouderschapsplan is nog niet tot stand gekomen. Er is nog geen bodemprocedure aanhangig. 2.2. De moeder heeft bij de voorzieningenrechter gevorderd om:
- te bepalen dat [de minderjarige] aan haar wordt toevertrouwd;
- te bepalen dat er een zorgregeling geldt, inhoudende dat [de minderjarige] de ene week van donderdagavond tot zondagavond en de andere week van donderdagavond tot vrijdagavond bij de vader verblijft, met in deze week de mogelijkheid van tussentijds contact tussen de vader en [de minderjarige] op dinsdag;
- de moeder vervangende toestemming te verlenen om met [de minderjarige] zich te vestigen c.q. te mogen verhuizen naar het [adres] in [woonplaats1] . 2.3. De vader heeft verweer gevoerd tegen de vorderingen van de moeder. Verder heeft hij bij de voorzieningenrechter gevorderd om een zorgregeling vast te stellen. Primair wil de vader een zorgregeling waarbij [de minderjarige] week-om-week bij de vader respectievelijk de moeder verblijft, met als wisselmoment zondag 18.30 uur of een tijdstip dat partijen in onderling overleg bepalen. Subsidiair wil de vader een zorgregeling waarbij [de minderjarige] de ene week van donderdag 18.30 uur tot zondag 18.30 uur bij de vader verblijft en in de andere week van dinsdag 18.30 uur tot vrijdag 18.30 uur, althans een zorgregeling die de voorzieningenrechter juist acht. 2.4. De moeder heeft verweer gevoerd tegen de vorderingen van de vader. 2.5. De voorzieningenrechter heeft in de uitspraak van 10 juni 2026:
- [de minderjarige] aan de moeder toevertrouwd;
- de moeder niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering ten aanzien van de verhuizing;
- bepaald dat in geval de opvangdag van [de minderjarige] kan plaatsvinden op donderdag de volgende zorgregeling geldt:
- [de minderjarige] verblijft in de ene week van woensdagavond tot vrijdagavond bij de vader en in de andere week van woensdagavond tot zondagavond;
- bepaald dat in geval de opvangdag niet kan plaatsvinden op donderdag de volgende zorgregeling geldt:
- [de minderjarige] verblijft in de ene week van vrijdagavond tot dinsdagavond bij de vader en in de andere week van zondagavond tot dinsdagavond;
- ( naar het hof begrijpt) de beslissing over de toevertrouwing en de zorgregeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- het meer of anders gevorderde door de moeder en de vader afgewezen. 2.6. De bedoeling van het hoger beroep van de moeder is dat de vordering van de vader over de zorgregeling alsnog niet-ontvankelijk wordt verklaard of wordt afgewezen. 2.7. Het hof zal beslissen dat de vader ontvankelijk is en licht dat hierna toe. Het hof laat het vonnis van de voorzieningenrechter ten aanzien van de zorgregeling niet in stand. 3De toelichting op de beslissing van het hof Spoedeisend belang 3.1. De moeder vindt dat de voorzieningenrechter de vader bij gebrek aan een spoedeisend belang niet-ontvankelijk had moeten verklaren in zijn vordering om een voorlopige zorgregeling met [de minderjarige] vast te stellen. Allereerst stelt het hof vast dat het de moeder was die het kort geding is begonnen en dat zij de voorzieningenrechter als eerste heeft gevraagd om een voorlopige zorgregeling vast te stellen. De spoedeisendheid van de vordering van de moeder zag weliswaar vooral op de vervangende toestemming tot verhuizing, maar zij heeft daaraan zelf een vordering tot vastlegging van de op dat moment lopende zorgregeling gekoppeld. Pas in reactie daarop heeft de vader een tegenvordering tot uitbreiding van de lopende zorgregeling gedaan. 3.2. Het hof is van oordeel dat de voorzieningenrechter een spoedeisend belang heeft kunnen aannemen, omdat er op dat moment bij partijen veel onrust bestond over hoe de zorgregeling voortgezet moest worden. Dat de voorzieningenrechter de vader, overigens net als de moeder, heeft ontvangen in zijn vordering die zag op de zorgregeling acht het hof dan ook terecht. De vader heeft in hoger beroep nog steeds een spoedeisend belang bij de door hem gevraagde voorlopige zorgregeling. In hoger beroep is gebleken dat de verstandhouding tussen partijen sinds de beslissing van de voorzieningenrechter verder is verslechterd. De spanningen tussen partijen lopen steeds meer op. Begin augustus heeft de moeder bij de politie zelfs melding gedaan van grensoverschrijdend gedrag van de vader bij een overdracht van [de minderjarige] . De vader heeft een andere lezing van de gebeurtenissen. Feit is wel dat de overdracht van [de minderjarige] sindsdien onder begeleiding van een derde plaatsvindt op de oprit van de ouders. De ouders hebben geen rechtstreeks contact met elkaar. Zij communiceren over [de minderjarige] via e-mail (de vader) en een overdrachtsschrift (de moeder). Het spoedeisende belang bestaat er in dit geval uit dat er zo snel mogelijk rust en duidelijkheid moet komen voor [de minderjarige] . Zij is nog maar twee jaar oud. Het belang van zo’n jong kind bij duidelijkheid over de zorgregeling gaat niet samen met het wachten op de uitkomst van een bodemprocedure die in dit geval ook nog niet is gestart. Zorgregeling 3.3. De ouders verschillen van mening over welke voorlopige zorgregeling in het belang
van [de minderjarige] is. De voorzieningenrechter heeft de zorgregeling zoals die op dat moment feitelijk liep in beide weken uitgebreid met een overnachting. Dit heeft erin geresulteerd dat [de minderjarige] nu de ene week twee nachten achter elkaar bij de vader slaapt en in de andere week vier nachten. Ter zitting is gebleken dat feitelijk uitvoering wordt gegeven aan de zorgregeling die de voorzieningenrechter heeft bepaald in de situatie dat [de minderjarige] niet op donderdag naar de opvang kan (variant twee in het dictum). [de minderjarige] gaat op maandag naar de opvang en de moeder heeft verklaard dat zij haar werkdagen erop aangepast heeft. Het hof vindt dat de huidige zorgregeling zo moet blijven. Dat oordeel vloeit voort uit genoemd spoedeisend belang dat er rust en duidelijkheid moet komen voor [de minderjarige] . Volgens de raad is de door de voorzieningenrechter uitgebreide zorgregeling passend bij de leeftijd van [de minderjarige] . De moeder heeft weliswaar aangegeven dat [de minderjarige] vermoeider en angstiger is sinds zij langer achter elkaar bij de vader is, maar dat is niet een omstandigheid die voor het hof aanleiding is om de zorg van de vader voor [de minderjarige] te beperken. Dat het voor een jong meisje als [de minderjarige] lastig is dat zij altijd een van haar ouders moet missen is begrijpelijk en door het uiteengaan van haar ouders een omstandigheid die in haar leven een gegeven zal blijven. Ook het schakelen tussen twee opvoedsituaties vraagt nu eenmaal veel van een kind van twee jaar. Bovendien kan meespelen dat de huidige zorgregeling nog maar relatief kort wordt uitgevoerd en dat het wennen is voor [de minderjarige] . 3.4. Het hof heeft ter zitting gehoord dat de ouders kort na de zitting een afspraak zouden hebben met het sociaal team van de gemeente om te werken aan hun onderlinge verstandhouding. De ouders hebben ter zitting afgesproken dat zij bij die afspraak zullen aangeven dat zij beiden openstaan voor hulpverlening van Bureau [naam1] . Het hof onderschrijft het belang van hulpverlening door Bureau [naam1] . Gelet op de problematiek van de ouders in deze situatie, lijkt dit een passend hulpverleningstraject. Het is voor [de minderjarige] heel belangrijk dat de situatie tussen haar ouders niet verder escaleert en dat zij hun communicatie leren verbeteren. [de minderjarige] is nog erg jong en de ouders moeten nog lang met elkaar verder. 3.5. Het hof bepaalt dat iedere partij zijn eigen kosten moet dragen (compensatie van proceskosten) vanwege de aard van de zaak (familieverhoudingen). 3.6. De veroordeling in deze uitspraak kan ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad). 4De beslissing Het hof: 4.1. vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 10 juni 2026, ten aanzien van de zorgregeling en beslist dat de volgende zorgregeling geldt:
- [de minderjarige] verblijft in de ene week van vrijdagavond tot dinsdagavond bij de vader;
- [de minderjarige] verblijft in de andere week van zondagavond tot dinsdagavond bij de vader; 4.2. bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt; 4.3. verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad; 4.4. wijst af wat verder is gevorderd. Dit arrest is gewezen door mrs. F. van der Meulen, B.J. Engberts en I.A. Vermeulen en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op