Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:GHARL:2026:6285

Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd met verbetering van de gronden en met uitzondering van de strafoplegging en de vordering tot tenuitvoerlegging. In zoverre heeft het hof het vonnis vernietigd en opnieuw rechtgedaan. In dit kader heeft het hof verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 60 dagen hechtenis, en een geva...

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 October 2026

Uitspraak

ECLI:NL:GHARL:2026:6285 text/xml public 2026-10-01T10:24:08 2026-09-30 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-09-18 21-002184-25 Uitspraak Hoger beroep NL Zwolle Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6285 text/html public 2026-10-01T09:56:21 2026-10-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:6285 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 18-09-2026 / 21-002184-25
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd met verbetering van de gronden en met uitzondering van de strafoplegging en de vordering tot tenuitvoerlegging. In zoverre heeft het hof het vonnis vernietigd en opnieuw rechtgedaan. In dit kader heeft het hof verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 60 dagen hechtenis, en een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 272 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met daarbij de bijzondere voorwaarden gesteld zoals in het dictum van het arrest opgenomen. Ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging heeft het hof de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden verlengt met 1 jaar.

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002184-25

Uitspraakdatum: 18 september 2026

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 24 april 2025 met parketnummer 16-291619-24 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 16-339432-23, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .
Hoger beroep
Verdachte heeft aanvankelijk onbeperkt hoger beroep ingesteld tegen voornoemd vonnis van de rechtbank. Dit hoger beroep is vervolgens gedeeltelijk ingetrokken voor zover betrekking hebbend op de beslissing van de rechtbank strekkende tot vrijspraak van verdachte van het onder 3 en 4 ten laste gelegde. Nu het openbaar ministerie geen hoger beroep heeft ingesteld tegen deze beslissing maakt een en ander dat de desbetreffende feiten niet aan de orde zijn in hoger beroep.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 september 2026 en het onderzoek op de terechtzitting van de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot

veroordeling van verdachte ten aanzien van het onder 1, 2 en 5 ten laste gelegde tot een taakstraf van 120 uren en een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen, waarvan 271 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met daarbij de bijzondere voorwaarden gesteld zoals geadviseerd in het reclasseringsrapport van 20 december 2024;

gedeeltelijke toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging, te weten tot de helft van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf (te weten 3 maanden) en omzetting van die straf in een taakstraf van 180 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 90 dagen hechtenis

verlenging van de proeftijd ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging voor het overige;

(gedeeltelijk) toewijzing van de vorderingen van de [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] , in lijn met het vonnis van de rechtbank;

verbeurdverklaring, dan wel teruggave aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, in lijn met het vonnis van de rechtbank.

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M. Broere, hebben aangevoerd.
Het vonnis
In het vonnis is bewezenverklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1, 2 en 5 ten laste gelegde feiten. De rechtbank heeft verdachte ten aanzien van deze feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met daarbij de bijzondere voorwaarden gesteld als geadviseerd in het reclasseringsrapport van 20 december 2024, inhoudende, kort gezegd, een meldplicht, een meewerkplicht aan ambulante behandeling, een verplichting begeleid te wonen, een verplichting tot het vinden en behouden van zinvolle dagbesteding, een meewerkplicht aan middelencontrole en een verplichting inzicht te geven in zijn financiën. Verder heeft de rechtbank een deel van de in beslag genomen voorwerpen verbeurdverklaard en ten aanzien van het overige deel de teruggave ervan gelast aan verdachte. De vordering van [benadeelde 1] heeft de rechtbank gedeeltelijk toegewezen tot € 210,35 (aan materiële schade), vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige heeft de rechtbank [benadeelde 1] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De vordering van [benadeelde 3] heeft de rechtbank geheel toegewezen (€ 700,00 aan materiële schade), vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Verder heeft de rechtbank [benadeelde 2] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. Tot slot heeft de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging toegewezen.
Gedeeltelijke bevestiging van het vonnis met verbetering van gronden
Het hof is van oordeel dat de rechtbank grotendeels op de juiste wijze en gronden heeft beslist. Het hof ziet echter aanleiding om het vonnis te verbeteren. Verder komt het hof tot een andere strafoplegging en een andere beslissing ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging dan de rechtbank. In zoverre zal het hof het vonnis dan ook vernietigen. Voor het overige zal het hof het vonnis van de rechtbank (dus ook ten aanzien van de beslissing op het beslag en de beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen) bevestigen met verbetering van gronden.
Verbetering van gronden
Ten aanzien van de opgesomde bewijsmiddelen

Het hof is van oordeel dat de door de rechtbank ten aanzien van het onder 1, 2 en 5 ten laste gelegde opgesomde bewijsmiddelen in die zin verbeterd dienen te worden dat in plaats van de verklaring van verdachte op de zitting van de rechtbank van 10 april 2024, de verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van het hof van 4 september 2026 wordt bedoeld.

Ten aanzien van de bewijsoverweging

Verder is het hof van oordeel dat het tussenkopje ‘Kwalificatie: oplichting, computervredebreuk en poging diefstal’ op pagina 4 van het vonnis als volgt dient te luiden ‘Kwalificatie: oplichting en computervredebreuk’.
Oplegging van straf
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Hierbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende meegewogen.

Verdachte heeft zich, kort na zijn eerdere veroordeling voor soortgelijke feiten, samen met (een) ander(en) schuldig gemaakt aan oplichting en computervredebreuk van vier personen door middel van zogenoemde 1-cent-fraude. Hierbij deed verdachte zich voor als potentiële koper tegenover mensen die via [verkoopplek] spullen te koop aanboden. Hij toonde interesse voor het te koop aangeboden artikel en vervolgens, zogenaamd omwille van zekerheid omtrent de betrouwbaarheid van de aangevers als verkopers, vroeg hij hen om een betaalverzoek van € 0,01 te accepteren. Vervolgens werden de inloggegevens van de bank van de aangevers, via een valse betaallink (waardoor zij op een phishingsite terecht kwamen), bemachtigd. Met behulp hiervan werden vervolgens goederen en/of diensten gekocht en betaald vanaf de bankrekening van de nietsvermoedende aangevers. Verder heeft verdachte zich samen met (een) ander(en) schuldig gemaakt aan diefstal door middel van een valse sleutel door geld te pinnen van de rekening van één van de aangevers met een onrechtmatig verkregen pincode. Verdachte en zijn mededaders zijn bij het plegen van de bewezenverklaarde feiten geraffineerd en professioneel te werk gegaan en hebben zich alleen bekommerd om hunzelf en hun eigen financieel gewin. Bovendien hebben zij misbruik gemaakt van het vertrouwen van de aangevers in andere mensen en in het digitale betalingsverkeer. Daarnaast hebben verdachte en zijn mededaders met hun handelen ernstig inbreuk gemaakt op de privacy van de aangevers en hebben zij het bankwezen ondermijnd. Dit alles weegt het hof in strafverzwarende zin mee.

Het hof heeft verder gelet op het strafblad van verdachte van 4 augustus 2026. Daaruit volgt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten. Dit weegt het hof in strafverzwarende zin mee.

Ook heeft het hof acht geslagen op de e-mail van [instelling 1] van 23 september 2024, het reclasseringsrapport van 20 december 2024 dat met betrekking tot verdachte door GGZ [locatie] is opgemaakt, de e-mail van [instelling 1] van 17 februari 2025 en tenslotte het jongste reclasseringsrapport van 21 augustus 2026 dat door [instelling 1] is opgesteld ter advies voor de behandeling van verdachtes strafzaak in hoger beroep. Hieruit komt het navolgende naar voren.

Het psychosociaal functioneren van verdachte wordt als direct delictgerelateerd beschouwd. Uit de verdiepingsdiagnostiek komt naar voren dat er bij verdachte vermoedelijk sprake is van een normoverschrijdende gedragsstoornis en een beneden gemiddeld intelligentieniveau. Het ontbreekt verdachte aan vaardigheden in het maken van keuzes en het oplossen van (interpersoonlijke) problemen.

Verdachte leek bewust pro-criminele keuzes te maken. De reclassering zag eerder wel mogelijkheden om verdachte door middel van bijzondere voorwaarden binnen een strakker kader te begeleiden om zijn leven op de rit te krijgen.

Een dergelijke begeleiding is gestart. Er is inmiddels sprake van zowel beschermende- als risicofactoren. Verdachte beschikt over stabiele huisvesting, genereert inkomsten en heeft zijn familie om op terug te vallen. Factoren die kunnen worden aangemerkt als risicofactoren zijn het middelengebruik, het psychosociaal functioneren en de financiële situatie van verdachte. Daarnaast zou ten tijde van de verdenking het sociale netwerk van verdachte een negatieve invloed hebben gehad. Inmiddels zou verdachte afstand hebben gedaan van dit netwerk. Verdachte staat inmiddels onder toezicht bij [instelling 1] . Het verloop van de toezichten en ingezette trajecten bij [instelling 2] en [instelling 3] , verlopen wisselend. Met name van de voorwaarde strekkende tot een behandelverplichting lijkt verdachte het nut niet in te zien.

[instelling 1] is een andere mening toegedaan en acht het van belang dat de reeds ingezette trajecten worden voortgezet, omdat er sprake is van instabiliteit op de verschillende leefgebieden. De bijzondere voorwaarden die zijn opgenomen in de huidige reclasseringstoezichten lijken afdoende en aanvullende voorwaarden zijn niet geïndiceerd.

Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld, waar dat voor de start van de begeleiding nog als hoog werd ingeschat.

Bij een veroordeling adviseert de reclassering aan verdachte een (deels) voorwaardelijk straf op te leggen met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden inhoudende, kort gezegd, een meldplicht, een meewerkplicht aan ambulante behandeling, een verplichting begeleid te wonen, een verplichting tot het vinden en behouden van zinvolle dagbesteding, een meewerkplicht aan middelencontrole en een verplichting om mee te werken aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen.

Het hof heeft bovendien meegewogen wat door en namens verdachte ter terechtzitting bij het hof naar voren is gebracht over zijn persoonlijke omstandigheden. In dit kader heeft verdachte aangegeven dat hij zijn leven probeert te beteren. Zo woont hij in een instelling voor begeleid wonen, heeft hij een begeleider die hem helpt en wordt hij daar ook behandeld. Hij heeft zich ingeschreven bij zijn oude school en is voornemens halverwege september van dit jaar weer aan een opleiding te beginnen. Verdachte werkt op dit moment niet, maar hoopt dit in de toekomst wel op te kunnen pakken. Verder is hij, naar eigen zeggen, gestopt met het gebruiken van harddrugs. Hoewel verdachte aangeeft in het verleden moeite te hebben gehad met het doen van verschillende dingen tegelijk, wordt hij daarin nu goed begeleid en acht hij zich in staat om, eventueel naast het volgen van een opleiding, een taakstraf uit te voeren. Een (langdurige) onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou voor verdachte betekenen dat hij zijn woonplek kwijtraakt en dat de voortgang die hij in de afgelopen tijd heeft geboekt, wordt doorkruist.

Alles in overweging nemend, acht het hof passend en noodzakelijk de oplegging van een taakstraf van 120 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 60 dagen hechtenis, en een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 272 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met daarbij de bijzondere voorwaarden gesteld zoals door de reclassering geadviseerd en hieronder in het dictum opgenomen. Een en ander leidt ertoe dat verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis en het hof verdachte de kans wil geven om de goede weg die hij is ingeslagen voort te zetten. Het voorwaardelijke deel van de straf zal hierbij als stok achter de deur dienen.
Vordering tot tenuitvoerlegging
Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van 16 april 2024 van rechtbank Midden-Nederland met parketnummer 16-339432-23 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Zoals hierboven ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van verdachte is overwogen, is gebleken dat verdachte zijn leven een positieve wending probeert te geven. De actievere houding van verdachte om dingen op te pakken (met name in het kader van behandeling en nuttige dagbesteding), getuigt van voorzichtige stappen in de goede richting. Het hof wil verdachte de kans bieden om te laten zien dat hij een stabiel leven kan creëren, zonder in aanraking te komen met justitie. Tegelijkertijd zal voornoemde voorwaardelijke veroordeling hierbij als stok achter de deur dienen. Het hof ziet daarom aanleiding om de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden te verlengen met 1 jaar.
Wetsartikelen
De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36f, 47, 57, 138ab, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde, dan wel zoals zij gelden op het moment van het wijzen van dit arrest.
BESLISSING
Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 360 (driehonderdzestig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 272 (tweehonderdtweeënzeventig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende de proeftijd de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte
zich binnen vijf dagen na het ingaan van de proeftijd bij [instelling 1] ( [adres] ) zal melden bij [naam] en zich zal blijven melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

zich onder behandeling zal stellen van [instelling 2] (of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering). De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor detoxificatie. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, laat verdachte, nadat dit is bevolen door de rechter via de procedure van artikel 6:6:19 Wetboek van Strafvordering, zich opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling;

zal verblijven bij [instelling 3] , of een soortgelijke instelling voor beschermd/begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

zich zal inspannen voor het vinden en behouden van scholing, betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

zal meewerken aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;

inzicht zal geven in zijn financiën en schulden. Indien de reclassering dit nodig acht, dient verdachte bankafschriften, loonstroken en/of gegevens omtrent een uitkering te overleggen. Tevens dient verdachte inzicht in zijn online financiële gegevens te geven;

meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke personen.

Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 16 april 2024, parketnummer 16-339432-23, met een termijn van 1 (één) jaar.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door mr. D. Stikkelbroeck, mr. T.H. Bosma en mr. A.F. van Kooij, in aanwezigheid van de griffier mr. I.C. Bita en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 4 september 2026.

Te weten de telefoon Apple iPhone, zwart (goednummer PL0900-2024273264-3402935); de telefoon Samsung, zwart (goednummer PL0900-2024273264-3402936); de telefoon Samsung, zwart (goednummer PL0900-2024273264-3402944); de computer laptop HP, grijs (goednummer PL0900-2024273264-3402955) en de computer Apple Macbook (goednummer PL0900-2024273264-3402946).

Te weten het horloge (smartwatch, goednummer PL0900-2024273264-3402951); de Visa Card (goednummer PL0900-2024273264-3403200); de betaalkaart Muchbetter (goednummer PL0900-2024273264-3403211); de betaalkaart Curve (goednummer PL0900-2024273264-3403215); de ID-kaart op naam van verdachte (goednummer PL0900-2024273264-3403223); de Ov-jaarkaart op naam van verdachte (goednummer PL0900-2024273264-3403219) en de portefeuille, zwart (goednummer PL0900-2024273264-3402950).

Artikel delen