Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:GHDHA:2025:2802

Onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg aangevangen door de politierechter en verstek verleend voor het tijdstip waartegen was gedagvaard. Betekenis daarvan voor het vonnis naar aanleiding van het onderzoek in eerste aanleg waarin deze zaak met een andere zaak was gevoegd Terugwijzing van beide zaken na verzoek daartoe van de verdediging in hoger beroep.

Gerechtshof Den Haag 7 January 2026

Uitspraak

ECLI:NL:GHDHA:2025:2802 text/xml public 2026-01-07T09:11:03 2026-01-07 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Den Haag 2025-03-27 22-001412-23 Uitspraak Hoger beroep NL Den Haag Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2802 text/html public 2026-01-07T09:09:34 2026-01-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHDHA:2025:2802 Gerechtshof Den Haag , 27-03-2025 / 22-001412-23
Onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg aangevangen door de politierechter en verstek verleend voor het tijdstip waartegen was gedagvaard.

Betekenis daarvan voor het vonnis naar aanleiding van het onderzoek in eerste aanleg waarin deze zaak met een andere zaak was gevoegd

Terugwijzing van beide zaken na verzoek daartoe van de verdediging in hoger beroep.
Gerechtshof Den Haag
enkelvoudige kamer voor strafzaken

Rolnummer: 22-001412-23

Parketnummers: 09-025968-23 en 09-079291-23

TEGENSPRAAK

Uitspraak van mr. R.M. Bouritius van 27 maart 2025 in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,

BRP-adres: [woonadres] te [woonplaats].

DE FEITEN

Blijkens het dossier is het bestreden vonnis gewezen naar

aanleiding van een onderzoek ter terechtzitting dat zich

— voor zover van belang — als volgt heeft toegedragen.

De onder parketnummer 09—025968—23 tegen de verdachte

uitgebrachte dagvaarding om op 4 mei 2023 te 14.30 uur te

verschijnen voor de politierechter in de rechtbank Den

Haag (zittingsplaats Den Haag) is op 29 maart 2023

betekend door uitreiking aan de verdachte in persoon.

De onder parketnummer 09-079291-23 tegen de verdachte

uitgebrachte dagvaarding om op 4 mei 2023 te 15.00 uur te

verschijnen voor de politierechter in de rechtbank Den

Haag (zittingsplaats Den Haag) is op 29 maart 2023

betekend door uitreiking aan de verdachte in persoon.

Beide zaken zijn ter in de dagvaarding genoemde zitting

tegelijk uitgeroepen en de politierechter heeft het

onderzoek ter terechtzitting in beide zaken aangevangen.

Vervolgens heeft de politierechter na vaststelling dat de

verdachte niet was verschenen in beide zaken tegen hem

verstek verleend.

Vervolgens heeft de politierechter beide zaken gevoegd

en, na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting, het

bestreden vonnis uitgesproken.

Na deze uitspraak verscheen de verdachte op 4 mei 2023 op

enig tijdstip gelegen voor 15.00 uur alsnog teneinde van

zijn recht op persoonlijke verschijning in de zaak

waarvoor hij tegen 15.00 uur was gedagvaard gebruik te

maken.

Zoals hierboven vastgesteld was het vonnis in die

(inmiddels gevoegde) zaak toen al uitgesproken.

BEOORDELING

Het hof is van oordeel dat in de zaak met parketnummer

09-079291-23 ten onrechte verstek is verleend. Op een

voor het tijdstip waartegen een verdachte is gedagvaard

gelegen tijdstip kan immers niet worden vastgesteld dat

de verdachte niet op die dagvaarding is verschenen.

Dit brengt mee dat het onderzoek in de zaak met

parketnummer 09—079291—23 door de politierechter ten

onrechte na aanvang is voortgezet, zodat er voor voeging van die

zaak met de zaak waarin tegen de verdachte op zichzelf

terecht verstek is verleend niet toegelaten was.

Als gevolg van deze niet toegelaten voeging berust het

bestreden vonnis op een onderzoek ter terechtzitting

waarin het recht om persoonlijk te verschijnen en

verdediging te voeren is miskend. Dit onderzoek is om die

reden nietig.

Het bestreden vonnis kan dan ook niet in stand blijven en

zal worden vernietigd.

Nu ter terechtzitting in hoger beroep door de verdediging

is verlangd de zaak terug te wijzen naar de rechtbank Den

Haag overweegt het hof als volgt.

Aan het recht op persoonlijke verschijning en verdediging

van de verdachte in de zaak met parketnummer 09-079291-23

is — door hem te berechten buiten zijn aanwezigheid,

zonder dat kon worden gezegd dat hij van het recht

daartoe afstand had gedaan - tekort gedaan. Door voeging

van die zaak met de zaak waarin tegen de verdachte op

zichzelf terecht verstek is verleend is het recht op

berechting in twee feitelijke instanties voor het gehele

onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg in het

geding.

Het hof is van oordeel dat er uit oogpunt van

evenwichtige rechtspleging van moet worden afgezien om,

met splitsing van de zaak in zoverre — zo al denkbaar in

verband met het bepaalde in artikel 422, tweede lid,

tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering — de

zaak waarop de inleidende dagvaarding onder parketnummer

09-025968-23 betrekking heeft wel in hoger beroep af te

doen en alleen de zaak waarop de inleidende dagvaarding

onder parketnummer 09-079291-23 betrekking heeft terug te

wijzen.

Derhalve behoort te worden beslist zoals in het dictum van dit arrest.
BESLISSING
Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep;

Verklaart het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg, waarvan de voeging van de zaak met parketnummer 09-079291-23 met de zaak met parketnummer 09-025968-23 deel uitmaakt, nietig.

Wijst de beide zaken terug naar de politierechter in de rechtbank Den Haag, opdat deze beide zaken op de inleidende dagvaardingen in eerste aanleg, uitgebracht onder de parketnummers 09-025968-23 respectievelijk 09-079291-23, opnieuw zullen worden berecht.

mr. R.M. Bouritius

Artikel delen