Strafmaatappel. Gelet op de jonge leeftijd van de verdachte, zijn proceshouding, het reclasseringsrapport en de ter terechtzitting in hoger beroep gebleken persoonlijke omstandigheden, legt het hof geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op.
Gerechtshof Den Haag 4 August 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2026:2457
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
24-07-2026
Datum publicatie
04-08-2026
Zaaknummer
22-001226-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
ECLI:NL:GHDHA:2026:2457text/xmlpublic2026-08-04T10:55:342026-07-24Raad voor de RechtspraaknlGerechtshof Den Haag2026-07-2322-001226-25UitspraakHoger beroepNLDen HaagStrafrechtEerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2025:6404Rechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2457text/htmlpublic2026-08-04T10:55:092026-08-04Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:GHDHA:2026:2457 Gerechtshof Den Haag , 23-07-2026 / 22-001226-25 Strafmaatappel. Gelet op de jonge leeftijd van de verdachte, zijn proceshouding, het reclasseringsrapport en de ter terechtzitting in hoger beroep gebleken persoonlijke omstandigheden, legt het hof geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op.
Rolnummer: 22-001226-25
Parketnummers: 09-062877-23, 09-102331-23 en 09-207717-23
Datum uitspraak: 23 juli 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 16 april 2025 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
adres: [woonadres] , [woonplaats] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder parketnummers 09-062877-23, 09-102331-23 en 09-207717-23 onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: Zaak met parketnummer 09-062877-23: hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 27 november 2023 te Waddinxveen en/of Boskoop en/of Alphen aan den Rijn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, in elk geval (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; Zaak met parketnummer 09-102331-23: hij op of omstreeks 18 april 2023 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn, althans in Nederland, een AED, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof Zaak met parketnummer 09-207717-23: 1.hij, op of omstreeks 20 augustus 2023, te Alphen aan den Rijn, opzettelijk een ambtenaar, te weten [naam ambtenaar] , hoofdagent, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: "Doe maar stoer, ik pak jullie wel. Jullie zijn niks als jullie je uniform niet aan hebben. Dan gaan we zien wie er sterker is stelletje hoerenzonen", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking; 2.hij, op of omstreeks 20 augustus 2023, te Alphen aan den Rijn, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een ambtenaar, [naam ambtenaar] , hoofdagent, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te weten ter aanhouding van verdachte door proberen weg te lopen en/of het weg trekken van zijn arm en/of het weigeren zijn arm te strekken. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd met uitzondering van de straf en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals deze zijn geadviseerd door de reclassering. Het vonnis waarvan beroep Het hof is van oordeel dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist, zodat het vonnis, waarvan beroep, met overneming van gronden behoort te worden bevestigd, behalve voor wat betreft de opgelegde straf en de motivering daarvan. Het vonnis moet op die onderdelen worden vernietigd en in zoverre moet opnieuw recht worden gedaan. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna vier jaar samen met anderen schuldig gemaakt aan het dealen in cocaïne. Het gebruik van cocaïne vormt een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid en leidt dikwijls tot verslaving. Daarnaast houdt de handel in harddrugs een illegaal circuit in stand dat gepaard gaat met uiteenlopende vormen van criminaliteit en maatschappelijke overlast. De verdachte heeft zich bij zijn handelen kennelijk alleen laten leiden door zijn eigen financieel gewin, zonder oog te hebben voor de schadelijke gevolgen daarvan voor de volksgezondheid en de samenleving. Het hof houdt evenwel in strafmatigende zin rekening met de omstandigheid dat de verdachte binnen de drugshandel een ondergeschikte rol heeft vervuld. Ook weegt het hof zijn jeugdige leeftijd ten tijde van het dealen mee. Voorts gaat het hof er bij de strafoplegging van uit dat de verdachte niet gedurende de gehele ten laste gelegde periode onafgebroken heeft gedeald, maar dat sprake is geweest van perioden waarin hij niet heeft gehandeld. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan schuldheling van een AED. Hij
heeft daarmee bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen
goederen. Daarmee heeft hij bovendien blijk gegeven van een gebrek aan respect voor andermans eigendommen. Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan belediging van een ambtenaar in
functie en heeft hij zich tijdens zijn aanhouding verzet door te proberen weg te lopen, zijn
arm weg te trekken en te weigeren om zijn arm te strekken. Politieagenten moeten - in het belang van de openbare orde en de veiligheid - kunnen functioneren zonder daarbij geconfronteerd te worden met dergelijk agressief en strafbaar gedrag, waaruit bovendien minachting spreekt. Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 30 juni 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten. Voorts is gebleken dat hij zich sinds de onderhavige pleegdata niet opnieuw aan soortgelijke feiten heeft schuldig gemaakt. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte alle feiten bekend en spijt betuigd van zijn handelen. Hij heeft verklaard dat hij op jonge leeftijd in een negatief sociaal netwerk terecht is gekomen en erkend dat hij kampt met een aanzienlijke schuldenproblematiek. Tevens heeft hij naar voren gebracht dat hij inmiddels fulltime werkzaam is en bezig is zijn leven over een andere boeg te gooien, waarbij hij ook zijn schulden wil aanpakken. Verder heeft hij aangegeven open te staan voor begeleiding en (schuld)hulpverlening. Het hof houdt met deze positieve ontwikkelingen in strafmatigende zin rekening. Voorts heeft het hof acht geslagen op het reclasseringsrapport van 3 maart 2026. Daarin wordt het psychosociaal functioneren van de verdachte als een belangrijke criminogene factor aangemerkt. Daarnaast uit de reclassering zorgen over het risico op herhaling van delictgedrag, mede gelet op de aanzienlijke schuldenlast van de verdachte. Het hof is van oordeel dat deze risicofactoren, gelet op de recente datum van het rapport en hetgeen op de terechtzitting in het kader van de persoonlijke omstandigheden is besproken, nog steeds aanwezig zijn. Naar het oordeel van het hof is de verdachte oprecht in zijn streven om goed bezig te zijn en uit de problemen te blijven, maar heeft hij nog wel te kampen met negatieve omstandigheden, zoals de schulden en mogelijkerwijs ook een negatief netwerk. De verdachte verdient daarom extra ondersteuning.
De reclassering adviseert een drietal bijzondere voorwaarden op te leggen, bestaande uit een meldplicht bij de reclassering, deelname aan de gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheden en begeleiding gericht op het aanpakken van de schuldenproblematiek. Het hof is – alles afwegende – van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur – waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het reeds ondergane voorarrest en het voorwaardelijke deel neerkomt op 15 maanden gevangenisstraf – met oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, en een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur, een passende en geboden reactie vormen. Het hof wil de verdachte zo de kans geven om de door hem ingezette positieve lijn door te zetten. Het voorwaardelijk strafdeel dient er mede toe om de verdachte te bewegen niet opnieuw strafbare feiten te plegen. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en doet in zoverre opnieuw recht. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 453 (vierhonderddrieënvijftig) dagen. Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 450 (vierhonderdvijftig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd. Stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
- zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Bezuidenhoutseweg 179, 2594 AH te Den Haag; - binnen de proeftijd deelneemt aan de gedragsinterventie CoVa van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer; - meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden. Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; - meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt. Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis. Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door mr. H.M.D. de Jong, als voorzitter, mr. G.C. Haverkate en
mr. J.A.M. Jansen, leden, in bijzijn van de griffier mr. R.E. Jonkhoff. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 23 juli 2026.