Opzegging distributieovereenkomst. Is een opzegtermijn van
één jaar voldoende? Toepassing van Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch 5 August 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2025:2973
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-10-2025
Datum publicatie
05-08-2026
Zaaknummer
200.346.845_01
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
ECLI:NL:GHSHE:2025:2973text/xmlpublic2026-08-05T15:43:372025-10-28Raad voor de RechtspraaknlGerechtshof 's-Hertogenbosch2025-10-28200.346.845_01UitspraakHoger beroepNL's-HertogenboschCiviel recht; VerbintenissenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2973text/htmlpublic2026-08-05T15:40:122026-08-05Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:GHSHE:2025:2973 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 28-10-2025 / 200.346.845_01 Opzegging distributieovereenkomst. Is een opzegtermijn van
één jaar voldoende? Toepassing van Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141.
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.346.845/01 arrest van 28 oktober 2025 in de zaak van BTSoftware B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
hierna aan te duiden als BT,
advocaat: mr. J. Meerman te 's-Hertogenbosch, tegen GLOBALSCAPE Inc.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als Globalscape,
advocaat: mr. J.A. van de Hel te Amsterdam, op het bij exploot van dagvaarding van 2 oktober 2024 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 17 juli 2024. Dit vonnis is gewezen door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, tussen BT als eiseres en Globalscape als gedaagde. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/392350 / HA ZA 23-259) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar het hiervoor genoemde vonnis. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; de memorie van grieven met één productie; de memorie van antwoord; de mondelinge behandeling die op 7 oktober 2025 heeft plaatsgevonden, waarbij beide partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd; de bij H12-formulier van 25 september 2025 door BT toegezonden productie, die BT bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. 3De beoordeling Kern van de zaak 3.1. BT was jarenlang distributeur van door Globalscape ontwikkelde software. Op 13 oktober 2022 heeft Globalscape de distributieovereenkomst met BT opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. BT was het hiermee niet eens en is een kort geding gestart. De voorzieningenrechter heeft Globalscape vervolgens geboden om de distributieovereenkomst tot 13 oktober 2023 voort te zetten. Gevolg hiervan is dat de distributieovereenkomst is opgezegd met een opzegtermijn van twaalf maanden.
Het gaat in dit hoger beroep om de vraag of een opzegtermijn van twaalf maanden te kort is en of Globalscape aansprakelijk is voor de schade die BT als gevolg van de opzegging lijdt. De feiten 3.2. In dit hoger beroep wordt uitgegaan van de volgende feiten. 3.2.1. BT houdt zich bezig met de verkoop, levering en distributie van software en daaraan gerelateerde diensten. 3.2.2. Globalscape is een softwareontwikkelaar met een afzetmarkt in onder andere Australië, het Midden-Oosten, Afrika en Europa. Zij verkoopt de door haar ontwikkelde
software via distributeurs. 3.2.3. BT is al jarenlang een distributeur van de door Globalscape ontwikkelde softwareoplossingen voor de Nederlandse en Belgische markt. De distributie bestaat uit het
werven van nieuwe klanten (‘leads’) en het verlengen van licenties van bestaande klanten
(‘renewals’). De distributierelatie tussen partijen is gebaseerd op mondelinge afspraken. 3.2.4. In 2018 heeft Globalscape aan BT het voornemen geuit om de distributierelatie vast te leggen in de vorm van een schriftelijke overeenkomst (“Reseller and Master Partner agreement”) maar hier is verder geen concreet vervolg aan gegeven. 3.2.5. In 2020 is Globalscape overgenomen door Fortra, een Amerikaans softwarebedrijf.
Om alle distributierelaties te formaliseren heeft Globalscape in 2020 de “Reseller and Master Partner agreement” (hierna te noemen: de schriftelijke overeenkomst) opnieuw aangeboden aan BT. 3.2.6. BT heeft de schriftelijke overeenkomst op 4 augustus 2020 getekend, zij het onder protest. In de begeleidende brief van 11 augustus 2020 heeft BT bezwaar gemaakt tegen de inhoud van de overeenkomst. BT voelde zich gedwongen om de overeenkomst te tekenen omdat er zonder schriftelijke vastlegging van de afspraken geen orders meer verwerkt zouden worden. 3.2.7. Op 13 augustus 2020 heeft de heer [persoon B] , COO van Globalscape, een brief
aan BT geschreven met de volgende inhoud:
"Dear [persoon A] ,
This is [persoon B] , COO of Globalscape writing to discuss the recent agreement you returned. First, let me thank you for being an important part of the Globalscape international team. We appreciate your business. 1 read the accompanying letter that you sent with the reseller agreement where you voiced serious concerns about the language in the agreement. Because of the concerns expressed in your cover letter, we cannot accept the
agreement. Rather than accept an agreement sent by you under protest, 1 think a better way to proceed is to work on an agreement that you find mutually beneficial. In good faith we will continue to process orders until we are able to put in place an agreement you consider fair to all paryies. Can we schedule a call next week to learn how to establish a better agreement for you?” 3.2.8. Van een overleg is het niet gekomen, BT is zoals voorheen diensten voor Globalscape blijven leveren. 3.2.9. Op enig moment na 2020 is Globalscape overgenomen door Help/Systems, LLC. 3.2.10. Op 13 oktober 2022 heeft Help/Systems, LLC namens Globalscape de distributieovereenkomst opgezegd met een opzegtermijn van 3 maanden. 3.2.11. Volgens BT heeft Globalscape de distributieovereenkomst niet op een rechtsgeldige wijze opgezegd. Bij vonnis in kort geding van 14 februari 2023 heeft de voorzieningenrechter - voor zover relevant en in het kort - Globalscape geboden om de distributieovereenkomst tot 13 oktober 2023 onverkort na te (blijven) komen. Het geschil in eerste aanleg 3.3.1. BT vorderde – samengevat – een verklaring voor recht dat Globalscape de distributieovereenkomst niet rechtsgeldig heeft opgezegd, dat de opzegging geen effect sorteert, dat de distributieovereenkomst nog immer in stand is en dat Globalscape gehouden is de verplichtingen uit die overeenkomst op de gebruikelijke wijze na te komen; een gebod tot naleving van die verplichtingen op straffe van een dwangsom; een veroordeling van Globalscape tot schadevergoeding; voorwaardelijk, voor het geval geoordeeld wordt dat de opzegging van de distributieovereenkomst rechtsgeldig is, een verklaring voor recht dat het Globalscape niet vrij stond de overeenkomst op te zeggen, althans dat te doen zonder inachtneming van een opzegtermijn van 24, althans 18, althans 12 maanden, met veroordeling van Globalscape tot schadevergoeding, en veroordeling van Globalscape in de proceskosten. 3.3.2. Globalscape heeft verweer gevoerd tegen deze vorderingen. Dit verweer zal, voor zover relevant, hierna bij de beoordeling aan de orde komen. 3.3.3. De rechtbank heeft in het bestreden vonnis – samengevat – geoordeeld dat: partijen het eens zijn dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat op grond van artikel 7 lid 1 Herschikte EEX-Verordening (nr. 1215/2012) de Nederlandse rechter bevoegd is (rov. 4.1. onder a); het standpunt van BT dat wordt getwijfeld aan de bevoegdheid van de persoon die het bericht over de opzegging namens Globalscape heeft verstuurd wordt verworpen omdat Globalscape de opzegging intussen in elk geval heeft bekrachtigd (rov. 4.1. onder b), en de feiten en standpunten van BT niet meebrengen dat Globalscape een zwaarwegende reden nodig had voor opzegging of dat Globalscape een langere opzegtermijn dan twaalf maanden in acht moest nemen (rov. 4.1. onder c).
Op grond hiervan heeft de rechtbank de vorderingen van BT afgewezen, met veroordeling van BT in de proceskosten. Het geschil in hoger beroep 3.4.1. BT heeft in hoger beroep twee grieven aangevoerd en haar eis gewijzigd. BT concludeert tot vernietiging van het bestreden vonnis en vordert verklaring voor recht dat Globalscape de distributieovereenkomst slechts mocht opzeggen met inachtneming van een termijn van minimaal twee dan wel drie jaren en dat de distributieovereenkomst eindigde op 13 oktober 2024 dan wel 13 oktober 2025 dan wel op een door het hof te bepalen termijn; veroordeling van Globalscape tot betaling van een bedrag voor de gemiste omzet en een bedrag aan schadevergoeding, vast te stellen in een schadestaatprocedure en te vermeerderen met wettelijke handelsrente, en veroordeling van Globalscape in de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten in beide instanties. 3.4.2. Globalscape heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van BT en bekrachtiging van het bestreden vonnis. 3.4.3. Globalscape heeft geen bezwaar gemaakt tegen de eiswijzing van BT. Het hof ziet ook geen aanleiding de eiswijziging ambtshalve buiten beschouwing te laten wegens strijd met de goede procesorde. Recht zal worden gedaan op de gewijzigde eis. Internationale aspecten 3.5. Nu Globalscape is gevestigd in de Verenigde Staten, heeft deze zaak internationale aspecten. De rechtbank heeft zich bevoegd geacht om van dit geschil kennis te nemen. Naar het oordeel van het hof heeft de rechtbank dit terecht en op de juiste gronden gedaan. Het hof verwijst naar de overweging van de rechtbank op dit punt en maakt die tot de zijne (rov. 4.1. onder (a) van het bestreden vonnis).
Voorts geldt dat tussen partijen in hoger beroep niet in geschil is dat Nederlands recht van toepassing is. Daarom zal ook het hof daarvan uitgaan. De opzegging van de distributieovereenkomst 3.6.1. Uitgangspunt is dat Globalscape de distributieovereenkomst heeft opgezegd met inachtneming van een termijn van één jaar. Het gaat in hoger beroep om de vraag of Globalscape een langere opzegtermijn in acht had moeten nemen. 3.6.2. Het hof stelt voorop dat, voor zover in dit hoger beroep relevant, uit de jurisprudentie van de Hoge Raad over de opzegging van duurovereenkomsten volgt dat op grond van art. 6:248 lid 1 BW de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, kunnen meebrengen dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding (Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141). 3.6.3. Volgens BT brengen de eisen van redelijkheid en billijkheid in dit geval mee dat een opzegtermijn van minimaal twee dan wel drie jaar in acht had moeten worden genomen. Het hof volgt BT hierin niet. Hiervoor is het volgende redengevend. 3.6.4. De samenwerking tussen partijen duurde ten tijde van de opzegging 25 jaar. Dit feit is, hoewel relevant, op zichzelf van onvoldoende gewicht voor het oordeel dat een opzegtermijn van minimaal twee of drie jaar in acht had moeten worden genomen.
Daarbij is allereerst van belang dat niet kan worden vastgesteld dat BT met het oog op de langlopende overeenkomst met Globalscape investeringen heeft gedaan die nog niet door BT zijn terugverdiend. BT stelt wel dat zij heeft geïnvesteerd in de kennis en kunde met betrekking tot het product van Globalscape en sinds het begin van de distributierelatie heeft bijgedragen aan de groei van Globalscape, maar zij heeft deze stelling niet onderbouwd. Zo heeft BT niet toegelicht dat sprake is van investeringen die verder gaan dan de kennis en kunde over de producten van de leveranciers die in zijn algemeenheid van een distributeur mogen worden verwacht, of de investeringen aan de hand van cijfers concreet toegelicht. BT heeft tijdens de mondelinge behandeling een beroep gedaan op een door haar opgesteld businessplan waaruit volgens haar blijkt welke investeringen zij niet kan terugverdienen. Dit businessplan betreft het opnieuw opzetten van een MFT-tak, na het wegvallen van Globalscape als leverancier van een MFT-product, met als doel dezelfde bruto marge te realiseren zoals voorheen met Globalscape software werd gerealiseerd. Uit dit plan blijkt echter niet of en zo ja welke investeringen door BT zijn gedaan met het oog op de distributieovereenkomst met Globalscape, en dit is door BT ook niet toegelicht. Dit plan kan dus niet dienen ter onderbouwing van de stelling dat BT investeringen heeft gedaan met het oog op de distributieovereenkomst met Globalscape. 3.6.5. Voorts weegt mee of en in hoeverre BT voor haar voortbestaan afhankelijk was van de distributieovereenkomst met Globalscape. BT heeft hierover gesteld dat de distributieovereenkomst met Globalscape zorgde voor 5% van haar omzet en 20% van haar brutomarge. In de procedure in eerste aanleg heeft BT gesteld dat de omzetcijfers stabiel zijn. In hoger beroep heeft BT gesteld dat de percentages hoger zouden moeten zijn indien geen rekening zou worden gehouden met incidentele omzet met weinig marge uit Argentinië, die inmiddels vanwege economische situatie in Argentinië volledig is weggevallen. Volgens BT zou het dan gaan om ongeveer 27% van de omzet en 41% van de brutomarge.
BT heeft dit laatste echter niet voldoende onderbouwd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft BT toegelicht dat zij deze cijfers pas de week voor de mondelinge behandeling uit de administratie heeft gehaald en voor een onderbouwing verwezen naar het door haar bij memorie van grieven overgelegde exceloverzicht. Hieruit volgt dit echter niet, en een nadere toelichting of onderbouwing door BT ontbreekt op dit punt.
Hierbij komt dat zelfs al zouden de stellingen van BT op dit punt juist zijn, dit naar het oordeel van het hof niet betekent dat de redelijkheid en billijkheid een opzegtermijn van twee of drie jaar noodzakelijk maken. Een opzegtermijn van één jaar is naar het oordeel van het hof in dit geval voldoende. Dit geldt temeer omdat de afhankelijkheid die volgens BT bestaat, het gevolg is van haar eigen keuzes waarvoor zij ook zelf verantwoordelijkheid draagt. Vast staat immers dat er geen sprake was van een exclusieve distributierelatie (BT wist dat er in ieder geval sprake was van één andere distributeur, zo heeft zij tijdens de mondelinge behandeling verklaard) en dat er geen volume-afspraken waren gemaakt. BT had er dus voor kunnen kiezen om ook met andere leveranciers in zee te gaan en/of andere activiteiten te ontplooien. 3.6.6. BT heeft nog aangevoerd dat de markt voor MFT-producten al is verdeeld, dat er voor BT dus geen vervangend product voorhanden is, dat gebruikers niet zomaar kunnen overstappen naar een ander product en dat BT als relatief klein bedrijf niet zomaar andere “grote” namen kan binnenhalen. Volgens BT blijkt uit het door haar overgelegde businessplan dat het minimaal vijf jaar duurt om een business met MFT op te bouwen, die vergelijkbaar is met haar activiteiten voor Globalscape.
Dit alles leidt echter niet tot een ander oordeel. Het hof verwijst naar de aan het slot van de vorige rechtsoverweging genoemde omstandigheden. Dat het BT mogelijk niet lukt om binnen één jaar een vervangende leverancier of vervangende activiteiten te organiseren die haar in een positie brengen die vergelijkbaar is met de periode vóór de opzegging door Globalscape, behoort in de geldende tot haar ondernemersrisico. Er is in ieder geval in dit opzicht geen sprake van een door BT gestelde – overigens niet nader onderbouwde – zorgplicht van Globalscape. Het hof wijst in dit verband nogmaals op het uitgangspunt dat een distributieovereenkomst zoals die tussen BT en Globalscape in beginsel opzegbaar is. 3.6.7. BT heeft ten slotte nog gesteld dat Globalscape haar langzaam heeft “kaltgestellt” en dat er geen reden tot opzegging is gegeven. In de eerste plaats geldt dat geen sprake was van een exclusieve distributieovereenkomst en het Globalscape dus vrijstond om orders aan een andere distributeur te gunnen. Voorts is van belang dat de rechtbank in het bestreden vonnis (rov. 4.1. onder c) heeft geoordeeld dat Globalscape geen zwaarwegende reden nodig had voor opzegging. Hiertegen heeft BT geen grieven gericht. Dat Globalscape ter gelegenheid van de opzegging van de distributieovereenkomst in oktober 2023 geen reden voor de opzegging heeft gegeven en dat BT geen reden had om aan te nemen dat Globalscape zou opzeggen, maakt onder de reeds genoemde omstandigheden niet dat een opzegtermijn van één jaar onvoldoende is. 3.6.8. De conclusie is dat er geen reden is voor toewijzing van de door BT gevorderde verklaring voor recht (zie rov. 3.4.1. onder i hiervoor). De door BT gevorderde schadevergoeding 3.7.1. Volgens BT heeft zij recht op (i) schadevergoeding ter vervanging van de niet in acht genomen opzegtermijn en (ii) schadevergoeding ter zake de waardevermindering van haar onderneming als gevolg van het wegvallen van een interessant product in haar portfolio. 3.7.2. Uit hetgeen hiervoor is overwegen, volgt dat BT geen recht heeft op de onder (i) bedoelde schadevergoeding. 3.7.3. Voor wat betreft de onder (ii) bedoelde schadevergoeding, geldt het volgende. BT heeft gesteld dat zij gecompenseerd dient te worden voor de onrechtmatige opzegging. Uitgangspunt is dat een distributieovereenkomst door de leverancier kan worden opgezegd. Uit hetgeen hiervoor is overwogen brengen de redelijkheid en billijkheid in de omstandigheden van dit geval niet met zich dat een zwaarwegende reden voor opzegging is vereis en ook niet dat een langere opzegtermijn dan één jaar in acht had moeten worden genomen. Dit maakt dat Globalscape de overeenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd en dat er dus geen aanleiding is toewijzing van de onder (ii) bedoelde schadevergoeding.
Voor zover BT bedoelt dat de redelijkheid en billijkheid met zich brengen dat in dit geval de opzegging ook gepaard had moeten gaan met het aanbieden van schadevergoeding ter grootte van de waardevermindering van haar onderneming als gevolg van de opzegging, verwijst het hof naar hetgeen zij hiervoor in rov. 3.6.4. – 3.6.7. heeft overwogen. Naar het oordeel van het hof is er geen sprake van omstandigheden die maken dat opzegging van de distributieovereenkomst, ondanks de opzegtermijn van één jaar, gepaard had moeten gaan met vergoeding van de door BT in dit verband gestelde schade.
Slotsom en afwikkeling 3.8.1. Dit alles maakt dat de grieven van BT niet slagen en dat het hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen. BT zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Globalscape zullen vastgesteld worden op: Griffierechten € 798,- Salaris advocaat € 2.428,- (2 punten x tarief II) Nakosten € 178,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 3.404,- De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 4De uitspraak Het hof: bekrachtigt het bestreden vonnis; veroordeelt BT in de proceskosten van het hoger beroep van € 3.404,-, te betalen binnen veertien dagen na heden. Als BT niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het arrest daarna wordt betekend, dan moet BT € 92,- extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening; veroordeelt BT in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na heden zijn voldaan; verklaart dit arrest voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit arrest is gewezen door mrs. N.W.M. van den Heuvel, J.J.M. van Lanen en J.G.J. Rinkes en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 28 oktober 2025. griffier rolraadsheer