Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:GHSHE:2026:1142

Het hof oordeelt, net als de rechtbank, dat de opdrachtgever door aanbod en aanvaarding gebonden is aan de door de aannemer gehanteerde algemene voorwaarden. Daaraan doet een latere schriftelijke opdrachtbevestiging van de opdrachtgever waarin wordt verwezen naar diens algemene voorwaarden, niet af. Geen rechtsverwerking. De door de aannemer gehanteerde algemene voorwaarden zijn niet naar maats...

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31 July 2026

Uitspraak

ECLI:NL:GHSHE:2026:1142 text/xml public 2026-07-31T10:39:19 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2026-04-28 200.351.267_01 Uitspraak Hoger beroep NL 's-Hertogenbosch Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1142 text/html public 2026-07-31T10:29:59 2026-07-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2026:1142 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 28-04-2026 / 200.351.267_01
Het hof oordeelt, net als de rechtbank, dat de opdrachtgever door aanbod en aanvaarding gebonden is aan de door de aannemer gehanteerde algemene voorwaarden. Daaraan doet een latere schriftelijke opdrachtbevestiging van de opdrachtgever waarin wordt verwezen naar diens algemene voorwaarden, niet af. Geen rechtsverwerking. De door de aannemer gehanteerde algemene voorwaarden zijn niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht

zaaknummer 200.351.267/01

arrest van 28 april 2026

in de zaak van

Constructif B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

hierna aan te duiden als: Constructif,

advocaat: mr. G.M. van den Bergh te Dordrecht,

tegen

[geïntimeerde] ,

in hoedanigheid van curator in het faillissement van Komal B.V.,

kantoorhoudende te [x] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als: de curator,

advocaat: mr. N.T.F. van Barschot te Breda.

op het bij exploot van dagvaarding van 30 januari 2025 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 6 november 2024, door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, gewezen tussen Constructif als eiser en de curator als gedaagde.
<nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/422534 / HA ZA 24-264)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
<nr>2</nr>Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding in hoger beroep;

de memorie van grieven met producties;

de memorie van antwoord;

de mondelinge behandeling, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
<nr>3</nr>De beoordeling 3.1.
Het hof gaat uit van de volgende feiten.
3.1.1.
Komal BV houdt zich onder meer bezig met de productie en montage van ramen, deuren en puien van kunststof en aluminium. Bij vonnis van 6 juni 2023 is Komal BV in staat van faillissement verklaard, met benoeming van de curator als zodanig.

Constructif is (kort gezegd) een bouwbedrijf.
3.1.2.
Op 3 februari 2021 heeft Komal BV aan Constructif een offerte gestuurd voor de levering en montage van alu. ramen – deuren en gevels voor een project van Constructif in [A] voor een prijs van € 362.753,50. Op elke bladzijde van de offerte van Komal BV staat onderaan en in kleine letters vermeld:

"Op al onze offertes, op alle opdrachten aan ons en op alle met ons gesloten overeenkomsten zijn toepasselijk de Algemene verkoop- en Leveringsvoorwaarden van de VMRG, gedeponeerd ter Griffie van de Rechtbank te Utrecht, zoals deze luiden volgens de laatstelijk aldaar neergelegde tekst".
3.1.3.
Artikel 20 van deze VMRG-voorwaarden luidt, voor zover van belang:

"20.2 Onbetwiste geldvorderingen, voortvloeiend uit een overeenkomst waar deze voorwaarden op van toepassing zijn, zullen ter incasso worden voorgelegd aan

de burgerlijke rechter, die bevoegd is in de vestigingsplaats van opdrachtnemer,

tenzij dit in strijd is met het dwingend recht. Opdrachtnemer mag van deze

bevoegdheidsregel afwijken en de wettelijke bevoegdheidsregels hanteren.
20.3.
Alle overige geschillen, voortvloeiend uit een overeenkomst waar deze voorwaarden op van toepassing zijn zullen met uitsluiting van de gewone rechter worden onderworpen aan het oordeel van een scheidsgerecht."

Opdrachtnemer in de zin van dit artikel is Komal BV. Komal BV is gevestigd te [vestigingsplaats] , in het arrondissement Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda.
3.1.4.
Bij e-mail van 31 maart 2021 schrijft Constructif aan Komal BV:

"Eindelijk is de kogel weer door de kerk…

(…)

Kun jij alles in werking zetten om onderstaand schema te kunnen waarmaken!

Kun jij mij een termijnschema verstrekken dat ik kan verwerken in de schriftelijke opdracht?

Wanneer kunnen we de kozijntekeningen ontvangen?

Tevens ontvangen we graag een mock up van het kozijnprofiel, dit kan ik eventueel bij jullie ophalen.

In afwachting van je reactie."
3.1.5.
Bij e-mail van 6 april 2021 stuurt Constructif een ontvangstbon naar Komal BV voor de tot dan geleverde eenheden / uitgevoerde werkzaamheden.

Onderaan deze ontvangstbon staat vermeld:

"Op onze overeenkomsten en diensten/producten zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. Een exemplaar hiervan treft u aan op onze website: www.constructif.nl".
3.1.6.
Op 21 mei 2021 stuurt Constructif een uitgebreide opdrachtbevestiging (6 blz.) aan Komal BV. Daarin staat vermeld:

"ALGEMENE VOORWAARDEN:

Op deze opdracht zijn de bijgevoegde Inkoopvoorwaarden voor onderaannemers / leveranciers van Constructif van toepassing. De door u gebruikte algemene voorwaarden worden uitdrukkelijk van de hand gewezen (…)".

Deze opdrachtbevestiging is namens Komal BV voor akkoord ondertekend.
3.1.7.
Artikel 17 van de algemene voorwaarden van Constructif luidt:

"Alle geschillen die tussen de Opdrachtgever en de Opdrachtnemer in verband met de overeenkomst mochten ontstaan en die niet in der minne kunnen worden opgelost, zullen worden beslecht door de bevoegde rechter van de rechtbank in het Arrondissement Rotterdam (…)".

De eerste aanleg
3.2.1.
De curator heeft bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, een vordering ingesteld strekkende tot veroordeling van Constructif tot betaling van € 260.436,65 in hoofdsom, te vermeerderen met rente en kosten. De curator heeft daartoe aangevoerd dat Constructif toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst door de facturen van Komal BV ondanks aanmaning tot genoemd bedrag onbetaald te laten.

Volgens de curator zijn de VMRG-voorwaarden van Komal BV op de overeenkomst van toepassing. Omdat sprake is van een onbetwiste geldvordering, is, gelet op artikel 20.2 van die voorwaarden, de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, bevoegd kennis te nemen van het geschil, zo heeft de curator aangevoerd.
3.2.2.
Constructif heeft als (exceptief) verweer een beroep gedaan op de onbevoegdheid van de rechtbank. Zij heeft aangevoerd dat niet de VMRG-voorwaarden van Komal BV op de overeenkomst van toepassing zijn, maar de algemene voorwaarden van Constructif, met uitsluiting van de algemene voorwaarden van Komal BV. Artikel 17 van de algemene voorwaarden van Constructif bepaalt dat alle geschillen die tussen partijen ontstaan ter beoordeling moeten worden voorgelegd aan de rechtbank Rotterdam. De zaak moet daarom worden verwezen naar deze rechtbank, aldus Constructif.
3.2.3.
Bij het bestreden vonnis heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard van het geschil kennis te nemen. Daartoe heeft zij geoordeeld dat, zoals door de curator aangevoerd, de VMRG-voorwaarden waarop Komal BV zich beroept op de overeenkomst van toepassing zijn, alsmede dat het beroep van Constructif op de vernietigbaarheid van deze voorwaarden, mede gelet op artikel 6:235 lid 1 onder a BW, niet opgaat. Volgens de rechtbank is echter, anders dan de curator heeft aangevoerd, geen sprake van een onbetwiste geldvordering. De vordering moet daarom op grond van artikel 20.3 van de VMRG-voorwaarden waarop Komal BV zich beroept worden beslecht door arbitrage.

Het hoger beroep
3.3.
Constructif heeft in hoger beroep vijf grieven aangevoerd. Zij concludeert tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot het alsnog verwijzen van de zaak naar de rechtbank Rotterdam ter beslissing van de hoofdzaak.

Kort weergegeven houden de grieven in:

dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de overeenkomst tussen partijen is gesloten op 31 maart 2021;

dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat Constructif met het aanvaarden van het aanbod van Komal BV ook de toepasselijkheid van de door Komal BV gehanteerde VMRG-voorwaarden heeft aanvaard;

dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het voor die toepasselijkheid geen verschil maakt dat door Constructif het voorbehoud is gemaakt dat zij nog een schriftelijke opdrachtbevestiging zou sturen, dat in die vervolgens verstuurde opdrachtbevestiging de algemene voorwaarden van Constructif van toepassing zijn verklaard en dat Komal BV deze opdrachtbevestiging voor akkoord heeft ondertekend;

dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat Komal BV er gerechtvaardigd van mocht uitgaan dat Constructif haar VMRG-voorwaarden heeft geaccepteerd;

dat de rechtbank ten onrechte het beroep van Constructif op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW) heeft verworpen.

De curator heeft de grieven bestreden.
3.4.
Het hof overweegt dat bij de beantwoording van de vraag of er algemene voorwaarden van toepassing zijn, de maatstaven moeten worden aangelegd die in het algemeen gelden bij de totstandkoming van overeenkomsten. Dit volgt uit artikel 6:232 BW. De toepasselijkheid van algemene voorwaarden kan dus worden aangenomen indien zij door de gebruiker is voorgesteld en door de wederpartij is aanvaard, waaronder begrepen het geval dat de wederpartij het gerechtvaardigde vertrouwen heeft gewekt met de toepasselijkheid in te stemmen. De aanvaarding kan ook uit een stilzwijgen van de wederpartij worden afgeleid. Hierbij is het niet noodzakelijk dat de wederpartij de inhoud van de algemene voorwaarden kent. Voldoende is dat voor of bij het sluiten van de overeenkomst naar de algemene voorwaarden wordt verwezen.
3.5.
Bij e-mail van 3 februari 2021 heeft Komal BV een uitgebreid en gedetailleerd aanbod gedaan met betrekking tot door Komal BV te leveren ramen, deuren en gevels c.a., gespecificeerd naar merk, afmetingen en andere kenmerken, door Komal BV te verzorgen werktekeningen, en afspraken over zaken als bouwkundige voorzieningen, transport, demontage, benodigd steigermateriaal e.d. en de daarvoor door Komal BV te rekenen prijzen. Komal BV sluit de e-mail af met: "Wij vertrouwen erop U hiermede een passende offerte te hebben aangeboden en zien Uw reactie met belangstelling tegemoet".

De eerstvolgende reactie van Constructif is haar e-mail van 31 maart 2021, waarin zij schrijft aan Komal BV: "Eindelijk is de kogel weer door de kerk…", gevolgd door een bevestiging van de prijs en een aantal vragen aan Komal BV ter uitvoering van de overeenkomst: kun je alles in werking stellen om het schema te kunnen waarmaken?, kun je een termijnschema verstrekken?, wanneer kunnen we tekeningen ontvangen?, etc.).

Hieruit blijkt geen enkel voorbehoud. Met name heeft Constructif in haar email niet het voorbehoud gemaakt, zoals door haar aangevoerd, dat tussen partijen pas een overeenkomst tot stand zou komen indien Komal BV een opdrachtbevestiging zou hebben ondertekend.
3.6.
Naar het oordeel van het hof heeft Constructif met haar e-mail van 31 maart 2021 onmiskenbaar het in de offerte van Komal BV van 3 februari 2021 vervatte aanbod aanvaard, althans Komal BV heeft dat onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs zo mogen opvatten.

Het standpunt van Constructif dat zij met de zin "Eindelijk is de kogel weer door de kerk…" niet een aanbod van Komal BV heeft aanvaard, maar alleen heeft willen aangeven dat zij akkoord had gekregen van haar opdrachtgever, verwerpt het hof. Uit het verzoek van Constructif aan Komal BV om alles in het werk te stellen en om een schema ter verstrekken zodat dat kan worden verwerkt in de schriftelijke opdracht, blijkt zonder meer van de aanvaarding van het aanbod van Komal BV, althans Komal BV heeft dat zo redelijkerwijs mogen begrijpen.

De omstandigheid dat er op 31 maart 2021 nog een paar losse eindjes waren, met name met betrekking tot de uiteindelijke totaalprijs (een minimaal verschil) en een betalingsschema, doet er niet aan af dat met de e-mail van laatstgenoemde datum partijen overeenstemming hebben bereikt over de essentialia van de te sluiten overeenkomst, namelijk de aantallen en soorten door Komal BV te leveren puien, ramen en deuren c.a. en de daarvoor door Constructif te betalen prijzen.

Dat er op die datum (ook in de visie van Constructif zelf) overeenstemming was blijkt ook uit de ingebrekestelling van de advocaat van Constructif van 1 december 2021: "U hebt op 31 maart 2021 via de mail (…) van ons de opdracht aangenomen voor het leveren en aanbrengen van aluminium gevelkozijnen (…). Nadat u de opdracht heeft ontvangen is er op 06 april 2021 een termijnschema overeengekomen, waarna u de eerste termijnfactuur op 07 april 2021 aan ons heeft toegezonden."

Het hof verwerpt derhalve het standpunt van Constructif dat er na 31 maart 2021 nog onderhandeld moest worden over essentialia en dat de overeenkomst daarom pas later tot stand is gekomen. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat op 31 maart 2021 door aanbod en aanvaarding de overeenkomst tussen partijen een feit was. Grief 1 faalt.
3.7.
Onderdeel van de offerte van Komal BV van 3 februari 2021 was het daarin op elke bladzijde verwoorde voorstel om de door Komal BV gehanteerde VMRG algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing te doen zijn. In haar e-mail van 31 maart 2021 heeft Constructif niet - conform artikel 6:225 lid 3 BW - de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Komal BV uitdrukkelijk van de hand gewezen, noch heeft zij daarin voorgesteld haar eigen algemene voorwaarden van toepassing te doen zijn. Gelet op de hiervoor in rechtsoverweging 3.4 weergegeven maatstaf zijn daarom op 31 maart 2026 door aanbod en aanvaarding de algemene voorwaarden van Komal BV (de VMRG-voorwaarden) onderdeel van de overeenkomst geworden.

De na laatstgenoemde datum nog tussen partijen gevoerde correspondentie, met name de op 6 april 2021 en 21 mei 2021 toegezonden ontvangstbon respectievelijk opdrachtbevestiging, doet niet af aan de op 31 maart 2021 bereikte overeenstemming (ook) over de toepasselijkheid van de door Komal BV gehanteerde algemene voorwaarden. Grief 2 faalt.
3.8.
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat het feit dat Komal BV niet heeft geprotesteerd na ontvangst van de schriftelijke opdrachtbevestiging (met daarin een verwijzing naar de door Constructif gehanteerde algemene voorwaarden), maar deze opdrachtbevestiging heeft ondertekend, het voorgaande niet anders maakt. Zoals hiervoor overwogen staat vast dat de toepasselijkheid van de door Komal BV gehanteerde algemene voorwaarden al eerder, voor het opsturen van die opdrachtbevestiging op 21 mei 2021, is overeengekomen. De ondertekening van de opdrachtbevestiging heeft die eerdere overeenstemming niet teniet gedaan.

De door Constructif aangehaalde uitspraak (ECLI:NL:HR:2007:BA9610) mist in het onderhavige geval toepassing. In die uitspraak ging het om het bewijs van de terhandstelling van de algemene voorwaarden (artikel 6:234 lid 1 onder a BW). Dat speelt in de onderhavige zaak niet, mede gelet op artikel 6:235 BW. Grief 3 faalt.
3.9.
Ook is er geen sprake van rechtsverwerking. Door de enkele ondertekening van de opdrachtbevestiging heeft Komal BV bij Constructif niet het gerechtvaardigde vertrouwen gewekt dat zij de toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden zou prijsgeven ten faveure van die van Constructif. Daarvoor is meer nodig dan het sturen van de onder 3.1.6 bedoelde opdrachtbevestiging met de daarin bedoelde voorbedrukte mededeling. Grief 4 faalt.
3.10.
Op grond van artikel 6:248 lid 2 BW is een tussen partijen als gevolg van de overeenkomst geldende regel niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dat is een strenge tot terughoudendheid nopende maatstaf. Met grief 5 doet Constructif een beroep op dit artikellid. Zij betoogt dat deze rechtsregel opgaat voor de door Komal BV gehanteerde algemene voorwaarden.

Het hof verwerpt dit standpunt. Constructif heeft in dit verband (memorie van grieven randnr. 62) alleen standpunten betrokken waaruit blijkt dat - in de visie van Constructif - de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Komal BV niet is overeengekomen. In het hiervoor overwogene zijn die argumenten verworpen. Constructif heeft in het kader van grief 5 geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd die tot de conclusie kunnen leiden dat de gebondenheid van Constructif aan - alle of enkele - algemene voorwaarden van Komal BV tot een voor haar dermate onaanvaardbaar, oneerlijk, gevolg leidt dat die gebondenheid niet kan worden aanvaard.

Constructif heeft in randnummers 7 en 8 aangevoerd dat zij jaarlijks tientallen onderaannemers inschakelt. Indien de verschillende algemene voorwaarden van al die aannemers op de overeenkomsten met Constructif van toepassing waren, zou een vaste planning niet mogelijk zijn. Dat geldt ook voor de door Komal gehanteerde algemene voorwaarden. Zo volgt uit de VMRG-voorwaarden dat lever- en uitvoeringstijden bij benadering zijn, dat overschrijding nooit recht geeft op schadevergoeding en dat alle aanbiedingen vrijblijvend zijn zodat een vaste prijs niet kan worden afgesproken, aldus Constructif.

Ook deze feiten en omstandigheden kunnen naar het oordeel van het hof, gelet op de hiervoor bedoelde strenge tot terughoudendheid nopende maatstaf, niet tot de conclusie leiden dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om Constructif daaraan te houden.

Grief 5 faalt.
3.11.
Het door Constructif gedane bewijsaanbod (memorie van grieven randnr. 62) is niet voldoende specifiek en/of heeft geen betrekking op relevante feiten en omstandigheden die, indien deze worden bewezen, tot een andere beslissing van de zaak kunnen leiden, zodat het hof daaraan voorbijgaat.
3.12.
Gezien het hiervoor overwogene falen de grieven. Het hof zal het vonnis dan ook bekrachtigen.
3.13.
Het hof zal Constructif als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het hoger beroep veroordelen. Deze kosten worden begroot op € 362,- voor griffierecht, op € 2.580,- (2 punten x tarief II) voor salaris advocaat en op € 189,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) voor nakosten. De door de curator gevorderde wettelijke rente over de proceskosten is toewijsbaar als hierna vermeld.
<nr>4</nr>De uitspraak
Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt Constructif in de proceskosten van het hoger beroep ten bedrage van € 3.131,-, te betalen binnen veertien dagen na heden. Als Constructif niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het arrest daarna wordt betekend, dan moet Constructif € 98,- extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening;

veroordeelt Constructif in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na heden zijn voldaan;

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. R.A. van der Pol, M. van der Schoor en M.C. Schepel en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 28 april 2026.

griffier rolraadsheer

Artikel delen