Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:GHSHE:2026:1622

Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 June 2026

Uitspraak

ECLI:NL:GHSHE:2026:1622 text/xml public 2026-06-25T13:43:45 2026-06-22 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2026-06-25 20-002472-25 Uitspraak Hoger beroep NL 's-Hertogenbosch Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1622 text/html public 2026-06-25T13:43:33 2026-06-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2026:1622 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 25-06-2026 / 20-002472-25
Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep.

Parketnummer : 20-002472-25

Uitspraak : 25 juni 2026
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 19 september 2025, in de strafzaak met parketnummers 01-346507-24 en 01-004441-25 (ter terechtzitting gevoegd) tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

thans verblijvende in P.I. Zuid Oost, locatie Roermond.

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is’ (feit 1) en ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’ en ‘opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’ (feit 2), de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. In het kader van het voorwaardelijke strafdeel zijn de volgende bijzondere voorwaarden gesteld:

een meldplicht bij de reclassering;

deelname aan de gedragsinterventie CoVa/CoVa Plus;

het vinden en behouden van zinvolle dagbesteding;

medewerking aan schuldhulpverlening;

medewerking aan andere voorwaarden het gedrag betreffende.

Tot slot heeft de rechtbank de inbeslaggenomen geldbedragen van € 21,40 (G2330144), € 35,00 (G2330145) en € 310,00 (G2330165) verbeurd verklaard.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Namens de verdachte is bij brief van 1 oktober 2025 hoger beroep ingesteld. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep heeft een aanvang genomen door het uitroepen van de zaak op de terechtzitting van 10 maart 2026, op welke zitting de zaak niet inhoudelijk is behandeld, nu deze het karakter had van een pro-formazitting.

Bij e-mail van 2 juni 2026 heeft mr. E.G.S. Roethof het hof bericht dat de verdachte niet wenst te persisteren in het door hem ingestelde hoger beroep en dat hij zich wenst neer te leggen bij het door de rechtbank gewezen vonnis. Nu de behandeling van de zaak reeds een aanvang had genomen op de hiervoor bedoelde pro-formazitting, is intrekking van het rechtsmiddel, gelet op het bepaalde in artikel 453, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, formeel niet meer mogelijk.

Het hof is, met de advocaat-generaal, echter van oordeel dat het belang van de verdachte, noch enig ander rechtens te beschermen belang, bij deze stand van zaken gediend is met een behandeling ten gronde in hoger beroep en zal derhalve toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.
BESLISSING
Het hof:

verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door:

mr. G.M. Goes, voorzitter,

mr. C.P.J. Scheele en mr. C.A. van Roosmalen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A. Burgmeijer, griffier,

en op 25 juni 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Burgmeijer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Artikel delen