Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:GHSHE:2026:2195

Het hof heeft het bestreden vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken van de primair ten laste gelegde feiten. Het hof heeft de verdachte ter zake van – kort gezegd – de medeplichtigheid aan een hennepkwekerij (artikel 3 Opiumwet) en de diefstal van elektriciteit en water ten behoeve daarvan, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren. De vorderingen van de benadeelde partije...

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 6 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:GHSHE:2026:2195 text/xml public 2026-08-06T16:27:03 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2026-07-28 20-000658-25 Uitspraak Hoger beroep Op tegenspraak NL 's-Hertogenbosch Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2195 text/html public 2026-08-06T16:22:00 2026-08-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2026:2195 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 28-07-2026 / 20-000658-25
Het hof heeft het bestreden vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken van de primair ten laste gelegde feiten. Het hof heeft de verdachte ter zake van – kort gezegd – de medeplichtigheid aan een hennepkwekerij (artikel 3 Opiumwet) en de diefstal van elektriciteit en water ten behoeve daarvan, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren. De vorderingen van de benadeelde partijen zijn gedeeltelijk toegewezen.

Parketnummer : 20-000658-25

Uitspraak : 28 juli 2026

TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 27 februari 2025, in de strafzaak met parketnummer 03-328717-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,

wonende te [adres 1]

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte vrijgesproken van het onder feit 2 primair en feit 3 primair tenlastegelegde. De politierechter heeft de verdachte ter zake van:

het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod (feit 1 primair);

medeplichtigheid aan diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking (feit 2 subsidiair);

medeplichtigheid aan diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking (feit 3 subsidiair),

veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

Voorts heeft de politierechter de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij

Enexis Netbeheer B.V. gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 2.649,74, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2023 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige is bepaald dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk is en zij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Daarnaast heeft de politierechter de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Waterleiding Maatschappij Limburg geheel toegewezen tot een bedrag van € 1.276,96, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2023 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte is tevens veroordeeld in de gemaakte en nog te maken proceskosten van de benadeelde partijen, tot aan het vonnis telkens begroot op nihil.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het onder feit 1 primair, feit 2 subsidiair en feit 3 subsidiair tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat in hoger beroep dezelfde beslissingen kunnen worden genomen als in eerste aanleg is gedaan, met uitzondering van de boete van € 350,00 die door Waterleiding Maatschappij Limburg is gevorderd en door de politierechter is toegewezen. Dit gedeelte van de vordering dient te worden afgewezen.

Door de raadsman van de verdachte is primair integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair is een strafmaatverweer gevoerd. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de raadsman primair verzocht de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in de vorderingen, subsidiair heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, reeds omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1. primairhij op of omstreeks 19 oktober 2023 te Eijsden, gemeente Eijsden-Margraten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 402 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;1. subsidiaireen of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 19 oktober 2023 te Eijsden, gemeente Eijsden-Margraten, althans in Nederland, met elkaar, althans één van hen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan de [adres 2] een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 402 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 19 oktober 2023 te Eijsden, gemeente Eijsden-Margraten, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

2. primairhij in of omstreeks de periode van 21 september 2023 tot en met 19 oktober 2023 te Eijsden, gemeente Eijsden-Margraten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid elekticiteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Enexis Netbeheer B.V., in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen hoeveelheid elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2. subsidiaireen of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 21 september 2023 tot en met 19 oktober 2023 te Eijsden, gemeente Eijsden-Margraten, althans in Nederland, een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Enexis Netbeheer B.V., in elk geval aan een ander dan aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) toebehoorde(n) heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze een of meer onbekend gebleven personen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 21 september 2023 tot en met 19 oktober 2023 te Eijsden, gemeente Eijsden-Margraten, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door het ter beschikking stellen van zijn woning ( [adres 2] ) voor die diefstal;

3. primairhij in of omstreeks de periode van 21 september 2023 tot en met 19 oktober 2023 te Eijsden, gemeente Eijsden-Margraten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid water, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan WML, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen hoeveelheid water onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

3. subsidiaireen of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 21 september 2023 tot en met 19 oktober 2023 te Eijsden, gemeente Eijsden-Margraten, althans in Nederland, een hoeveelheid water, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan WML, in elk geval aan een ander dan aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) toebehoorde(n) heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze een of meer onbekend gebleven personen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 21 september 2023 tot en met 19 oktober 2023 te Eijsden, gemeente Eijsden-Margraten, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door zijn woning ter beschikking te stellen.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 primair

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Uit de hierna uitgewerkte bewijsmiddelen leidt het hof af dat er op 19 oktober 2023 in de woning van de verdachte aan de [adres 2] te Eijsden een in werking zijnde hennepkwekerij is aangetroffen. De verdachte heeft verklaard dat hij wist van de hennepkwekerij, maar dat hij deze niet zelf heeft opgezet en ook niet zelf onderhield. Het hof zal deze verklaring van de verdachte als uitgangspunt nemen, nu de betrokkenheid van (een) derde(n) op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting genoegzaam vastgesteld kan worden. Het hof acht het immers, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte waaronder zijn broze gezondheid, aannemelijk dat de verdachte niet in staat moet worden geacht zelf een hennepkwekerij op te bouwen en te onderhouden. Dat de verdachte niet met het onderhoud was belast vindt tevens ondersteuning in hetgeen zijn minderjarige zoon tegen de verbalisanten heeft verteld, namelijk dat hij van zijn vader geen vragen mocht stellen en dat hij naar zijn slaapkamer moest gaan of op de benedenverdieping moest blijven als er vreemden in de woning kwamen.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de betrokkenheid van de verdachte bij de hennepkwekerij beperkt is gebleven tot het ter beschikking stellen van zijn woning. Uit de bewijsvoering kan derhalve niet worden afgeleid dat de verdachte alleen hennep heeft geteeld en elektriciteit en water heeft gestolen of zodanig nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen dat van medeplegen van die hennepteelt en diefstal sprake is. Het hof zal de verdachte daarom vrijspreken van het onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 primair tenlastegelegde.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 subsidiair, feit 2 subsidiair en feit 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1. subsidiaireen of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 19 oktober 2023 te Eijsden, gemeente Eijsden-Margraten, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [adres 2] een hoeveelheid van 402 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 19 oktober 2023 te Eijsden, gemeente Eijsden-Margraten, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt van hennepplanten ter beschikking te stellen;

2. subsidiaireen of meer onbekend gebleven personen in de periode van 21 september 2023 tot en met 19 oktober 2023 te Eijsden, gemeente Eijsden-Margraten, een hoeveelheid elektriciteit die aan Enexis Netbeheer B.V. toebehoorde heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze een of meer onbekend gebleven personen dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van verbreking bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 21 september 2023 tot en met 19 oktober 2023 te Eijsden, gemeente Eijsden-Margraten, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft, door het ter beschikking stellen van zijn woning ( [adres 2] ) voor die diefstal;

3. subsidiaireen of meer onbekend gebleven personen in de periode van 21 september 2023 tot en met 19 oktober 2023 te Eijsden, gemeente Eijsden-Margraten, een hoeveelheid water die aan WML toebehoorde heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze een of meer onbekend gebleven personen dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van verbreking bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 21 september 2023 tot en met 19 oktober 2023 te Eijsden, gemeente

Eijsden-Margraten, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door zijn woning ter beschikking te stellen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

Bewijsoverwegingen

I. De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

II. Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

III. De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 subsidiair, feit 2 subsidiair en feit 3 subsidiair tenlastegelegde. De raadsman heeft daartoe – kort samengevat – aangevoerd dat medeplichtigheid telkens niet wettig en overtuigend bewezen kan worden omdat niet aan het ‘dubbel opzet vereiste’ is voldaan. De raadsman heeft bepleit dat de verdachte weliswaar opzet had op het ter beschikking stellen van zijn woning, maar niet op de misdrijven die daar vervolgens hebben plaatsgevonden, zijnde de hennepteelt en het wegnemen van elektriciteit en water ten behoeve daarvan, aldus de raadsman.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Het hof stelt voorop dat voor de bewezenverklaring van medeplichtigheid aan een misdrijf is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op zijn handelingen als medeplichtige als bedoeld in artikel 48, aanhef en onder 1° of 2º van het Wetboek van Strafrecht, maar ook dat zijn opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het door de dader gepleegde misdrijf (het gronddelict). Het opzet van de medeplichtige behoeft niet te zijn gericht op de precieze wijze waarop het gronddelict wordt begaan.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen stelt het hof vast dat er op 19 oktober 2023 in de woning van de verdachte aan de [adres 2] te Eijsden een in werking zijnde hennepkwekerij is aangetroffen met 402 hennepplanten. Ten behoeve van deze kwekerij werd illegaal elektriciteit en water afgenomen. De verdachte heeft verklaard dat hij op voornoemd adres ingeschreven staat en daar samen met zijn zoon woont. Voorts heeft hij verklaard dat hij wetenschap had van de hennepkwekerij en dat deze kwekerij, ongeveer een maand voordat de hennepkwekerij door de politie werd aangetroffen, door iemand anders is opgezet.

Gelet op het aantreffen van de hennepkwekerij in de woning van de verdachte, alsmede voornoemde afgelegde verklaring van de verdachte, acht het hof, anders dan de raadsman van de verdachte, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte medeplichtig is geweest aan de hennepteelt. Uitgaande van de verklaring van de verdachte is hij immers - nadat hij op de hoogte is geraakt van de hennepkwekerij - zijn woning beschikbaar blijven stellen voor de hennepteelt. De verdachte heeft daarmee naar het oordeel van het hof zowel opzet gehad op zijn handeling als medeplichtige, zijnde het ter beschikking stellen van zijn woning, als op het door de dader gepleegde misdrijf, zijnde de hennepteelt.

Het hof acht, anders dan de raadsman van de verdachte, ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte medeplichtig is geweest aan de gekwalificeerde diefstal van elektriciteit en water ten behoeve van de hennepkwekerij. Het hof overweegt hiertoe het navolgende.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen stelt het hof vast dat de verbalisant bij binnentreden van de woning van de verdachte direct in de trap naar de eerste verdieping van de woning een gat zag waaruit een waterleiding en stroomkabels kwamen. Deze leiding en kabels voerden naar twee kweekruimtes op de eerste verdieping. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij heeft gezien dat er dingen in zijn woning waren aangepast, maar dat hij niet wist dat dit de elektriciteit- en waterinstallaties betroffen.

Het hof acht deze verklaring van de verdachte ongeloofwaardig. De waterleiding en stroomkabels waren onmiskenbaar zichtbaar en als zodanig herkenbaar. Aangezien mag worden aangenomen dat in de woning op de eerste verdieping een water- en stroomaansluiting aanwezig was, kan het naar oordeel van het hof niet anders zijn dat de verdachte heeft geweten dat deze leiding en kabels zijn getrokken om illegaal water en stroom af te nemen ten behoeve van de hennepkwekerij.

De verdachte heeft daarmee naar het oordeel van het hof zowel opzet gehad op zijn handeling als medeplichtige, zijnde het ter beschikking stellen van zijn woning, als op het door de dader gepleegde misdrijf, zijnde de gekwalificeerde diefstal van elektriciteit en water.

Resumerend acht het hof het wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 subsidiair, feit 2 subsidiair en feit 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld. De tot vrijspraak strekkende verweren van de raadsman worden mitsdien verworpen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder feit 1 subsidiair bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

medeplichtigheid aan het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.

Het onder feit 2 subsidiair en feit 3 subsidiair bewezenverklaarde wordt telkens als volgt gekwalificeerd:

medeplichtigheid aan diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

De raadsman van de verdachte heeft het hof ter terechtzitting in hoger beroep verzocht om, bij een bewezenverklaring, aan de verdachte een taakstraf op te leggen maar deze gezien zijn persoonlijke omstandigheden aanzienlijk in duur te beperken. Een taakstraf voor de duur van 60 uren is passend en geboden, aldus de raadsman.

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Het hof heeft in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan een hennepkwekerij en de diefstal van elektriciteit en water ten behoeve daarvan. De verdachte draagt met zijn gedragingen bij aan de instandhouding van de illegale handel in softdrugs die allerlei maatschappelijk ongewenste effecten veroorzaakt en waarmee de openbare orde ernstig wordt ondermijnd. Door de illegale afname van elektriciteit en water is voorts inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de elektriciteits- en watermaatschappij. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.

Het hof neemt bij het bepalen van de straf de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt. Deze gaan bij een hennepteelt van 100 tot 500 planten als vertrekpunt uit van een taakstraf voor de duur van 120 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand. Daarnaast zal het hof als strafverzwarende omstandigheid meenemen dat de exploitatie van de hennepkwekerij gepaard ging met diefstal van de daarvoor benodigde elektriciteit en water. Bij medeplichtigheid is het vertrekpunt voor de strafoplegging twee derde deel van het vertrekpunt voor de pleger.

Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het hem betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 18 mei 2026 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor strafbare feiten door een rechter is veroordeeld.

Het hof heeft ook gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het dossier en ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de raadsman van de verdachte naar voren gebracht dat de verdachte kampt met diverse gezondheidsproblemen. Hij is recentelijk geopereerd aan zijn galblaas en rug en heeft daar nog altijd veel last van. Hij komt nauwelijks uit bed, heeft de komende maanden een veelheid aan afspraken in het ziekenhuis en moet in april 2027 wederom geopereerd worden. Naast zijn medische situatie, is ook zijn financiële situatie nijpend. Naar aanleiding van deze zaak heeft de verdachte zijn woning verloren en zijn torenhoge schulden ontstaan. De verdachte ontvangt een uitkering en staat onder bewind. Hij moet, samen met zijn zoon, rondkomen van tachtig euro leefgeld per week. Het is hem daardoor niet gelukt om een geschikte woonruimte te vinden, waardoor hij nu met zijn zoon in een studentenhuis verblijft. Kortom, de verdachte heeft al de nodige gevolgen van deze zaak ondervonden, aldus de raadsman.

Gelet op het voorgaande acht het hof oplegging van een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, passend en geboden. Het hof komt daarmee tot oplegging van een lichtere straf dan door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd, nu het hof minder bewezen verklaart dan de politierechter. Het hof ziet geen ruimte om de taakstraf verder te matigen zoals door de verdediging is verzocht.

Vordering van de benadeelde partij Enexis Netbeheer B.V.

De benadeelde partij Enexis Netbeheer B.V. heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 3.065,08 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering valt uiteen in de volgende onderdelen:

illegaal afgenomen elektriciteit: € 1.993,45;

administratiekosten: € 456,29;

uurtarief fraude-inspecteur: € 200,00;

kosten netmeting: € 415,34.

Bij vonnis waarvan beroep is de vordering gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van

€ 2.649,74 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige is de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.

Het hof oordeelt als volgt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij Enexis Netbeer B.V. als gevolg van het onder feit 2 subsidiair bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden tot een bedrag van

€ 2.649,74. De vordering is in zoverre voldoende onderbouwd en door de raadsman van de verdachte niet inhoudelijk betwist. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof wijst de schadevergoeding af zover dit betrekking heeft op de kosten netmeting

(€ 415,34), nu deze netmeting op verzoek van de politie is uitgevoerd en daarmee zijn aan te merken als kosten van publieke opsporing. Deze kosten kunnen door de benadeelde partij niet op de verdachte worden verhaald en worden derhalve afgewezen.

Het toe te wijzen bedrag van € 2.649,74 zal, zoals gevorderd, worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2023, zijnde het moment waarop de schade is ontstaan, tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof zal de verdachte, die als de in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, veroordelen in de proceskosten, op de wijze als in het dictum van dit arrest is bepaald.

Schadevergoedingsmaatregel

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het onder feit 2 subsidiair bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer Enexis Netbeer B.V. is toegebracht tot een bedrag van € 2.649,74. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 26 dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij Waterleiding Maatschappij Limburg

De benadeelde partij Waterleiding Maatschappij Limburg heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 1.561,95 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de benadeelde partij de vordering verlaagd tot een bedrag van € 1.276,96 aan materiële schade. Naar het hof begrijpt behelst deze vordering de kosten van het door diefstal weggenomen water, een aan de verdachte opgelegde boete en de af- en heraansluitingskosten.

Bij vonnis waarvan beroep is de gematigde vordering integraal toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

De benadeelde partij heeft te kennen gegeven de gehele (gematigde) vordering in hoger beroep te handhaven.

Het hof oordeelt als volgt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij Waterleiding Maatschappij Limburg, als gevolg van het onder feit 3 subsidiair bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden tot een bedrag van € 926,96. De vordering is in zoverre voldoende onderbouwd en door de raadsman van de verdachte niet inhoudelijk betwist. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering voor zover die ziet op de door de benadeelde partij aan de verdachte in rekening gebrachte boete, die blijkens de door de benadeelde partij verstrekte factuur € 350,00 bedraagt. Deze boete is naar het oordeel van het hof niet aan te merken als rechtstreekse schade.

Het toe te wijzen bedrag van € 926,96 zal, zoals gevorderd, worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2023, zijnde het moment waarop de schade is ontstaan, tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof zal de verdachte, die als de in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, veroordelen in de proceskosten, op de wijze als in het dictum van dit arrest is bepaald.

Schadevergoedingsmaatregel

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het onder feit 3 subsidiair bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer Waterleiding Maatschappij Limburg is toegebracht tot een bedrag van

€ 926,96. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 9 dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 48, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis;

Vordering van de benadeelde partij Enexis Netbeheer B.V.

wijst gedeeltelijk toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Enexis Netbeheer B.V. ter zake van het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van

€ 2.649,74 (tweeduizend zeshonderdnegenenveertig euro en vierenzeventig cent) als vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

19 oktober 2023 tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt de verdachte in de kosten en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat der Nederlanden, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd Enexis Netbeheer B.V., ter zake van het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 2.649,74 (tweeduizend zeshonderdnegenenveertig euro en vierenzeventig cent) bestaande uit materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 26 (zesentwintig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt;

Vordering van de benadeelde partij Waterleiding Maatschappij Limburg

wijst gedeeltelijk toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Waterleiding Maatschappij Limburg ter zake van het onder 3 subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 926,96 (negenhonderdzesentwintig euro en zesennegentig cent) als vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

19 oktober 2023 tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt de verdachte in de kosten en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat der Nederlanden, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd Waterleiding Maatschappij Limburg, ter zake van het onder 3 subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 926,96 (negenhonderdzesentwintig euro en zesennegentig cent) bestaande uit materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 9 (negen) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Aldus gewezen door:

mr. M.C.C. van de Schepop, voorzitter,

mr. A.C. Bosch en mr. C.C.H.T. Coert, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. N.H.P. van der Linde, griffier,

en op 28 juli 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. A.C. Bosch is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Artikel delen