Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:HR:2004:AO9071

4 April 2013

Uitspraak

Uitspraak

9 juli 2004

Eerste Kamer

Nr. C03/127HR

RM/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

COMMERCIAL REALTY ASSOCIATES B.V., thans geheten HVB VENDOR LEASE B.V.,

gevestigd te Eindhoven,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

1. HERDA BEHEER B.V.,

gevestigd te Duivendrecht, gemeente Ouder-Amstel,

2. [Verweerster 2],

gevestigd te [vestigingsplaats],

2a. [Verweerder 2a],

wonende te [woonplaats],

2b. [Verweerster 2b],

wonende te [woonplaats],

2c. HERDA BEHEER B.V.,

gevestigd te Duivendrecht, gemeente Ouder-Amstel,

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. R.S. Meijer.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: CRA - heeft bij exploot van 4 mei 1998 verweerders in cassatie - verder te noemen: Herda Beheer B.V. en de maatschap - op verkorte termijn gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam. CRA heeft - kort gezegd - gevorderd:

primair:

1. de inbreng van de in de inleidende dagvaarding omschreven onroerende zaak in de maatschap te vernietigen, alsmede Herda Beheer B.V. en de maatschap te veroordelen de onroerende zaak op naam te stellen van CRA;

2. Herda Beheer B.V. te veroordelen tot levering van de onroerende zaak overeenkomstig de in de brief van notaris mr. J.F. Verlinden van 10 september 1997 opgenomen voorwaarden, indien uit het onderzoeksrapport van SGS EcoCare B.V. (SGS) blijkt dat de saneringskosten niet meer dan ƒ 80.000,-- bedragen;

3. met CRA verder te onderhandelen over de zekerheidstelling indien blijkt dat de saneringskosten meer dan ƒ 80.000,-- bedragen, met de mogelijkheid dat deskundigen dienaangaande een bindende regeling opstellen, waarna alsnog Herda Beheer B.V. dient mee te werken aan de levering overeenkomstig de in de genoemde brief opgenomen voorwaarden;

subsidiair:

nakoming door de maatschap en haar maten in het geval van vereenzelviging van de maatschap met Herda Beheer B.V.;

meer subsidiair:

schadevergoeding (in de vorm van levering van de gekochte zaak onder genoemde voorwaarden) wegens het onrechtmatig frustreren door de maatschap van de nakoming van de overeenkomst;

nog meer subsidiair:

Herda Beheer B.V en de maatschap te veroordelen aan CRA te vergoeden de door haar geleden en te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

Herda Beheer B.V en de maatschap hebben de vordering bestreden en bij incidentele conclusie gevorderd - voor het geval de rechtbank de stelling van CRA dat de brief van 10 september 1997 door notaris mr. J.F. Verlinden zonder haar instemming was verzonden, zou honoreren - deze notaris in vrijwaring op te roepen, teneinde diens aansprakelijkheid wegens overschrijding van zijn bevoegdheid te beoordelen.

Bij tussenvonnis van 25 november 1998 heeft de rechtbank de vordering in het incident afgewezen. De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 2 februari 2000 de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte aan de zijde van Herda Beheer B.V en de maatschap, als bedoeld in rov. 9 van haar vonnis. Nadat beide partijen een akte hadden genomen en de zaak hadden doen bepleiten heeft de rechtbank bij eindvonnis van 2 mei 2001 Herda Beheer B.V en de maatschap, op straffe van een dwangsom, veroordeeld op eerste afroep mee te werken aan de juridische levering van de onroerende zaak, vrij van beslagen, en aan het sluiten van de huurovereenkomst, onder de overeengekomen voorwaarden als neergelegd in de brief van notaris Verlinden van 10 september 1997. Het meer of anders gevorderde heeft de rechtbank afgewezen.

Tegen de vonnissen van 2 februari 2000 en 2 mei 2001 hebben Herda Beheer B.V. en de maatschap hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. CRA heeft (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep ingesteld en haar eis gewijzigd zoals vermeld in de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in het (voorwaardelijk) incidenteel appel tevens akte houdende vermindering en vermeerdering van eis.

Bij arrest van 7 november 2002 heeft het hof de vonnissen waarvan beroep vernietigd en de vorderingen van CRA afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft CRA beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Herda Beheer B.V. en de maatschap hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Herda Beheer B.V. en de maatschap mede door mr. J.H.M. van Swaaij, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt CRA in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Herda Beheer en de maatschap begroot € 316,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren D.H. Beukenhorst, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 9 juli 2004.

Artikel delen